Ik ben van Paulus

1 Korintiërs 1:10-25 10 ¶  Broeders en zusters, in de naam van onze Heer Jezus Christus roep ik u op om allen eensgezind te zijn, om scheuringen te vermijden, om in uw denken en uw overtuiging volkomen één te zijn. 11  Door Chloë’s huisgenoten is mij namelijk verteld, broeders en zusters, dat er verdeeldheid onder … Lees verder

Kom tot inkeer

Matteüs 4:12-25 12 ¶  Toen Jezus hoorde dat Johannes gevangengenomen was, week hij uit naar Galilea. 13  Hij liet Nazaret achter zich en ging wonen in Kafarnaüm, aan het Meer van Galilea, in het gebied van Zebulon en Naftali. 14  Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jesaja: 15  ‘Land van Zebulon … Lees verder

De mens leeft niet van brood alleen

Matteüs 4:1-11 1 ¶  Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel op de proef gesteld te worden. 2  Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had hij grote honger. 3  Nu kwam de beproever naar hem toe en zei: ‘Als u de Zoon van God bent, … Lees verder

Omdat de HEER zijn volk liefheeft

2 Kronieken 2:10-17 10 Koning Churam van Tyrus stuurde Salomo een brief met het volgende antwoord: ‘Omdat de HEER zijn volk liefheeft, heeft hij u als koning over hen aangesteld.’ 11 De brief vervolgde: ‘Geprezen zij de HEER, de God van Israël, de schepper van hemel en aarde, die aan koning David een wijze zoon … Lees verder

Onze God is groter

2 Kronieken 1:18”“2:9 18 Salomo besloot een tempel te bouwen voor de naam van de HEER, en een koninklijk paleis voor zichzelf. 1 Hij beschikte over zeventigduizend sjouwers en tachtigduizend steenhouwers in het gebergte, die onder leiding stonden van zesendertighonderd opzichters. 2 Hij stuurde afgezanten naar koning Churam van Tyrus met het volgende verzoek: ‘Indertijd … Lees verder

De hele gemeenschap van Israël

2 Kronieken 1:1-17 1 ¶  Salomo, de zoon van David, verstevigde zijn positie als koning. De HEER, zijn God, stond hem ter zijde en maakte hem buitengewoon machtig. 2  Salomo ontbood de vertegenwoordigers van heel Israël: de bevelhebbers over duizend man en die over honderd, de rechters en alle leiders, alle familiehoofden, 3  kortom, de … Lees verder

De hartstocht voor uw huis

Johannes 2:13-22 13  Kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, reisde Jezus naar Jeruzalem. 14  Daar trof hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. 15  Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij … Lees verder

Op de derde dag

Johannes 2:1-12 1 ¶  Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, 2  en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. 3  Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ 4  ‘Wat … Lees verder

Wij hebben de messias gevonden

Johannes 1:40-51 40  Een van de twee die gehoord hadden wat Johannes zei en Jezus gevolgd waren, was Andreas, de broer van Simon Petrus. 41  Vlak daarna kwam hij zijn broer Simon tegen, en hij zei tegen hem: ‘Wij hebben de messias gevonden’ (dat is Christus, ‘gezalfde’), 42  en hij nam hem mee naar Jezus. … Lees verder

Ook ik wist niet wie hij was

Johannes 1:29-39 29 ¶  De volgende dag zag hij Jezus naar zich toe komen, en hij zei: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt. 30  Hij is het over wie ik zei: “Na mij komt iemand die meer is dan ik, want hij was er vóór mij.” 31  Ook … Lees verder

Maak recht de weg

Johannes 1:19-28 19 ¶  Dit is het getuigenis van Johannes. De Joden hadden vanuit Jeruzalem priesters en Levieten naar hem toe gestuurd om hem te vragen: ‘Wie bent u?’ 20  Hij gaf zonder aarzelen antwoord en verklaarde ronduit: ‘Ik ben niet de messias.’ 21  Toen vroegen ze hem: ‘Wie dan? Bent u Elia?’ Hij zei: … Lees verder