Net redeloze dieren

2 Petrus 2:10b-22

10b Overmoedig en arrogant als ze zijn, schrikken ze er niet voor terug hemelse machten te lasteren, 11 terwijl zelfs engelen, in kracht en macht toch hun meerderen, het niet aandurven om die machten ten overstaan van de Heer te beschimpen en te veroordelen. 12 Maar deze mensen, die net redeloze dieren zijn, van nature bestemd om gevangen en gedood te worden, lasteren wat ze niet eens kennen. Ze zullen aan hun eigen verderfelijke gedrag ten onder gaan 13 en onrecht lijden als loon voor hun eigen onrecht. Ze genieten ervan om zich op klaarlichte dag volledig te laten gaan. En wanneer ze samen met u aan een feestmaal deelnemen, zijn ze een smet en schandvlek op uw gezelschap, omdat ze zwelgen in hun bedrieglijke genot. 14 Hun ogen zijn voortdurend op zoek naar overspel en ze zondigen onophoudelijk, ze verleiden onstandvastige zielen en zijn een en al hebzucht. Vervloekt zijn ze! 15 Ze zijn afgedwaald, ze hebben de rechte weg verlaten en treden in de voetsporen van Bileam, de zoon van Bosor, die zich maar al te graag liet betalen voor onrecht. 16 Maar hij werd voor zijn vergrijp terechtgewezen: een stom lastdier, dat met de stem van een mens sprak, maakte een eind aan de waanzin van die profeet. 17 Droogstaande bronnen zijn het, mistflarden die door een wervelwind voortgejaagd worden. De diepste duisternis wacht hun, 18 want met loos gebral en met losbandigheid die voortkomt uit verderfelijke begeerten verleiden ze hen die zich nu juist losmaken van degenen die dwalen. 19 Ze beloven vrijheid, maar zijn zelf slaven van het verderf, want waar men door beheerst wordt, daarvan is men slaaf. 20 En als zij die zich door hun kennis van onze Heer en redder Jezus Christus hebben losgemaakt van het vuil van de wereld, daar weer in verstrikt raken en er opnieuw door worden beheerst, zijn ze er erger aan toe dan voorheen. 21 Het was beter voor hen geweest de weg van de rechtvaardigheid nooit gekend te hebben, dan die weg wel te kennen en zich vervolgens af te wenden van het heilige gebod dat hun is overgeleverd. 22 Op hen is volledig van toepassing wat het spreekwoord zegt: ‘Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel,’ of: ‘Een gewassen zeug rolt al snel weer door de modder.’ (NBV21)

De schrijver van de Tweede Brief van Petrus heeft het natuurlijk niet over de corona crisis gehad die ons de afgelopen jaren heeft geplaagd. Maar ook in zijn tijd waren er figuren die lijken op de bankiers en financiële toezichthouders waar wij mee te maken hebben. Ze gaven de schuld voor de armoede aan de armen zelf. Die hadden vast gezondigd tegen wat de Heer had voorgeschreven. Zo kregen eenvoudige spaarders de schuld van het verlies van hun spaarcenten. Hadden ze dat maar niet moeten beleggen tegen de hoogste rente. Dat de banken, waar ze hun spaarcenten heen brachten, goedgekeurd waren door de Nederlandse toezichthouders doet dan niet ter zake. Als er hoge rente wordt beloofd moet je er kennelijk wegblijven. Dat ook pensioenfondsen en andere zeer professionele beleggers er het hen toevertrouwde geld hadden gestald doet niet ter zake. Die gewone onprofessionele spaarders hadden maar moeten weten dat ze een groot risico liepen. Datzelfde geldt ook voor mensen die leningen hebben die ze niet kunnen aflossen.

Dat je nog niet zo lang geleden om de 10 minuten op de televisie werd aangespoord om toch maar te gaan lenen ook al kun je dat eigenlijk niet terug betalen doet niet ter zake. Oversluiten kan natuurlijk maar dat ook oversluiten geld kost wordt er niet bij verteld. Het soort mensen dat leeft op de inhaligheid van anderen wordt door de briefschrijver scherp veroordeeld. Hij noemt de bankiers van vandaag redeloze dieren die aan hun eigen verderfelijke gedrag ten onder zullen gaan. Ze zullen onrecht lijden als loon voor hun eigen onrecht. Ondernemers die het door de overheid verboden werd te ondernemen, ook al was dat tijdelijk, worden niet meer geholpen, niet door de overheid, niet door de banken, ze moeten alles terug betalen. Nu de markt voor rijkeluisspullen weer aantrekt moeten we extra op onze hoede zijn. Die rijken klagen niet voor niets dat de armen eerder gaan sparen dan weer te gaan lenen. Ze krijgen cadeautjes van de overheid en de armen mogen blij zijn met de extra werkgelegenheid waar ze zich mogen afbeulen zolang het de baas behaagt.

De toezichthouders worden door de briefschrijver vergeleken met de profeet Bileam die zich er voor leende het volk Israël te gaan vervloeken. Zoals zij wel toezicht hielden maar niet waarschuwden toen bankiers zich niet aan de voorschriften bleken te houden zo ging Bileam op weg om een vloek uit te spreken. Maar Bileam werd door een ezel tegengehouden, die wilde niet verder zegt het verhaal. Onze bankiers en toezichthouders geven nog steeds hun fouten niet toe. Ze doen wel vroom of ze zich hebben bekeerd en hun fouten niet opnieuw zullen maken maar er is geen enkele reden hen daarin ook te vertrouwen. Beleggers op de beurzen weten dit en wenden zich af van banken en verzekeraars. Zoals een hond terugkeert naar zijn eigen braaksel, of een gewassen zeug al snel weer in de modder rolt zo zullen onze bankiers en verzekeraars de neiging hebben zich weer over te geven aan hun ongebreidelde zucht tot winst maken. Laten we daarom om betere toezichthouders en bankiers vragen, mensen die de armen voorop zetten en recht en rechtvaardigheid hoog in hun vaandel hebben.

Plaats een reactie