Mozes en Elia

Lucas 9:28-36 28 Ongeveer acht dagen nadat Hij dit had gezegd ging Hij met Petrus, Johannes en Jakobus de berg op om te bidden. 29 Terwijl Hij aan het bidden was, veranderde de aanblik van zijn gezicht en werd zijn kleding stralend wit. 30 Opeens stonden er twee mannen met Hem te praten: het waren … Lees verder

Dagelijks zijn kruis

Lucas 9:18-27 18 Toen Jezus eens aan het bidden was en alleen de leerlingen bij Hem waren, stelde Hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’ 19 Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, maar anderen zeggen Elia, en weer anderen beweren dat een van de oude profeten is opgestaan.’ 20 Hij zei tegen … Lees verder

In groepen

Lucas 9:10-17 10 Toen de apostelen terugkeerden, vertelden ze Jezus alles wat ze gedaan hadden. Hij trok zich met hen terug in de stad Betsaïda. 11 Maar de mensen kwamen het te weten en volgden Hem. Hij ontving hen vriendelijk en sprak tot hen over het koninkrijk van God, en degenen die genezing nodig hadden … Lees verder

Geen extra kleren.

Lucas 9:1-9 1 Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen. 2 Daarna zond Hij hen uit om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken te genezen. 3 Hij zei tegen hen: ‘Neem niets mee voor onderweg, geen stok, geen … Lees verder

Niet zelfzuchtig

1 Korintiërs 13:1-13 1 Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen-had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schallende cimbaal. 2 Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had … Lees verder

Bindende voorschriften

Ester 9:26b–10:3 26b Daarom-vanwege de inhoud van het schrijven van Mordechai, en vanwege alles wat ze hadden meegemaakt en wat hun was overkomen- 27 namen de Joden de verplichting op zich om deze beide dagen nooit ongemerkt voorbij te laten gaan, maar ze elk jaar te vieren op de voorgeschreven wijze en op de vastgestelde … Lees verder

Dagen van feestmalen en feestvreugde

Ester 9:16-26a 16-17 Ook de andere Joden, elders in de provincies van het koninkrijk, hadden zich aaneengesloten en hun leven verdedigd. Op de dertiende dag van de maand adar verzekerden zij zich van rust door vijfenzeventigduizend van hun belagers te doden; hun bezittingen echter raakten ze met geen vinger aan. Op de veertiende van die … Lees verder

De wet van de koning

Ester 9:1-15 1 De dertiende dag van de twaalfde maand, de maand adar, brak aan, de dag waarop het bevel en de wet van de koning zouden worden uitgevoerd, de dag waarop de vijanden van de Joden hen in hun macht hoopten te krijgen. Maar het omgekeerde gebeurde: het waren juist de Joden die hun … Lees verder

Het uitroeien

Ester 8:3-17 3 Opnieuw wendde Ester zich tot de koning. Huilend viel ze aan zijn voeten en smeekte hem het verderfelijke plan te verijdelen dat Haman, de nakomeling van Agag, tegen de Joden had beraamd. 4 De koning stak Ester de gouden scepter toe, waarna ze opstond, voor de koning ging staan 5 en zei: … Lees verder

Die ellendeling daar

Ester 7:1–8:2 1 Zo waren de koning en Haman weer bij koningin Ester te gast. 2 Ook op deze tweede dag zei de koning, terwijl de wijn geschonken werd, tegen Ester: ‘Wat wilt u vragen, koningin Ester? Het zal u gegeven worden. Wat is uw wens? Al was het de helft van mijn rijk, uw … Lees verder

Onvermoede woorden

Psalm 81 1 Voor de koorleider. Op de wijs van De Gatitische. Van Asaf. 2 Jubel voor God, onze sterkte, juich voor de God van Jakob, 3 zing een lied en sla de tamboerijn, speel op de harp en de lieflijke lier, 4 blaas op de ramshoorn bij nieuwemaan en bij vollemaan voor onze feestdag, … Lees verder

Dit valt eenieder ten deel

Ester 6:1-14 1 Die nacht kon de koning niet in slaap komen. Daarom gaf hij bevel de kronieken te brengen, het boek met de gedenkwaardige gebeurtenissen van het rijk. Daaruit liet hij zich voorlezen. 2 Op zeker moment kwam men bij het gedeelte waarin stond dat Mordechai iets had onthuld over Bigtan en Teres, twee … Lees verder