Ik ben verschrikkelijk kwaad

Jona 4:1-11 1 Dit wekte grote ergernis bij Jona en hij werd kwaad. 2  Hij bad tot de HEER: ‘Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot … Lees verder

Breken met het onrecht

Jona 3:1-10 1 Opnieuw richtte de HEER zich tot Jona: 2  ‘Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen met de woorden die ik je zeg.’ 3  En Jona maakte zich gereed en ging naar Nineve, zoals de HEER hem opgedragen had. Nineve was een reusachtige stad, ter … Lees verder

Uit het rijk van de dood

Jona 2:1-11 1 De HEER liet Jona opslokken door een grote vis. Drie dagen en drie nachten zat Jona in de buik van de vis. 2 Toen begon hij in de buik van de vis tot de HEER, zijn God, te bidden: 3 ‘In mijn nood roep ik de HEER aan en hij antwoordt mij. … Lees verder

Reken het ons niet aan

Jona 1:1-16 1 Eens richtte de HEER zich tot Jona, de zoon van Amittai: 2  ‘Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen, want het kwaad dat ze daar doen is ten hemel schreiend.’ 3  En Jona maakte zich gereed, maar vluchtte naar Tarsis, weg van de HEER. … Lees verder

De verdrukten bevrijden

Jesaja 58:6-14 6  Is dit niet het vasten dat ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? 7  Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen? 8 ¶  … Lees verder

Op je vastendagen nog handeldrijven

Jesaja 58:1-5 1 Roep luidkeels, zonder je in te houden, verhef je stem als een ramshoorn. Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend, aan het volk van Jakob zijn zonden. 2  Zeker, ze zoeken mij dag aan dag, vol verlangen om te ontdekken wat ik wil, zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft en het … Lees verder

Effen de weg voor mijn volk!

Jesaja 57:14-21 14  Toen werd er gezegd: ‘Ruim baan! Effen de weg voor mijn volk! Verwijder elk struikelblok.’ 15  Dit zegt hij die hoog is en verheven, die troont in eeuwigheid-heilig is zijn naam: In hoogheid en heiligheid zal ik tronen met hen die verslagen en onaanzienlijk zijn, opdat de onaanzienlijke geest herleeft, opdat het … Lees verder

Ze zullen je niet redden

Jesaja 57:7-13 7  Je plaatste je bed op een hoogverheven berg, je ging de berg op om een offer te brengen. 8  Achter je deur en je deurpost heb je je schandelijke tekens geplaatst. Je hebt je van mij afgekeerd: naakt en wellustig spreidde je het bed, je sprak een prijs af met je mannen, … Lees verder

De rechtvaardige gaat te gronde

Jesaja 56:9-57:6 9 Laat de dieren van het veld komen om te eten, en alle dieren uit het woud. 10  Want al mijn wachters zijn blind, ze merken niets; ze zijn stom als waakhonden die niet kunnen blaffen: vadsig en hijgend liggen ze daar, ze willen alleen maar luieren. 11 Vraatzuchtige honden zijn het, onverzadigbaar. … Lees verder

Ze hadden voor mij een kuil gegraven

Psalm 57 1 Voor de koorleider. Op de wijs van Verdelg niet. Van David, een stil gebed, toen hij voor Saul was gevlucht in een spelonk. 2 Wees mij genadig, God, wees mij genadig, want bij u is mijn leven geborgen. In de schaduw van uw vleugels zal ik schuilen, tot het doodsgevaar is geweken. … Lees verder

Zijn strijdkrachten zijn geweldig

Joël 2:1-11 1 Blaas de ramshoorn op de Sion, blaas alarm op mijn heilige berg; laat alle inwoners van het land beven van ontzetting: de dag van de HEER komt! Hij is nabij! 2  Het is een dag van duisternis en donkerheid, een dag van dreigende, donkere wolken. Als het morgenlicht over de bergen, zo … Lees verder