Matteüs 15:10-20
10 Nadat Hij de mensen bij zich geroepen had, zei Hij tegen hen: ‘Luister en kom tot inzicht. 11 Niet wat de mond in gaat maakt een mens onrein, maar wat de mond uit komt, dat maakt een mens onrein.’ 12 Daarop kwamen de leerlingen bij Hem en zeiden: ‘Weet U dat de farizeeën uw uitspraak gehoord hebben en dat ze die aanstootgevend vinden?’ 13 Hij antwoordde: ‘Elke plant die niet door mijn hemelse Vader is geplant, zal met wortel en al worden uitgerukt. 14 Laat ze toch, die blinde blindengeleiders! Als de ene blinde de andere leidt, vallen ze samen in een kuil.’ 15 Toen stelde Petrus de vraag: ‘Wilt U ons die uitspraak uitleggen?’ 16 Jezus zei: ‘Begrijpen ook jullie het dan nog steeds niet? 17 Zien jullie dan niet in dat alles wat de mond in gaat in de maag terechtkomt en in de beerput weer verdwijnt? 18 Wat daarentegen de mond uit gaat komt uit het hart, en die dingen maken een mens onrein. 19 Want uit het hart komen boze gedachten, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen en laster. 20 Dát maakt een mens onrein, niet eten met ongewassen handen.’ (NBV21)
Een discussie is niet zo maar afgelopen als je de ander beschadigd hebt. De wet van het handen wassen staat wel degelijk in de Tora. De volgelingen van Jezus hadden een andere richtlijn van de Tora voorrang gegeven, de aren langs de kant van een graanakker waren bestemd voor de armen. Wij weten enkele eeuwen later dat dat handen wassen een heel verstandige regel is, het voorkomt ziekten. Maar de reinheid waar de Tora over spreekt heeft een ander doel, het moet voorkomen dat de samenleving in het volk verziekt raakt. De zogenaamde spijswetten, wat je wel en niet mag eten maken je heel erg bewust van het eten dat je nuttigt. Omdat je veel niet mag eten rijst ook de vraag of iedereen wel genoeg heeft en ook daarvoor mag je zorgen.
Jezus wijst er daarom op dat niet het eten zelf onrein maakt. Wat er boven in gaat komt er onder weer uit en wordt afgevoerd. Het gaat om de gezindheid, de mentaliteit waarmee je zaken als eten en drinken benaderd. Wordt de samenleving er beter of slechter van. Als de armen zwakker worden en minder voor zichzelf en hun naasten kunnen zorgen vanwege een al te gemakkelijke handtering van de sabbatswetten dan is die handtering fout. Jezelf beter vinden dan een ander is namelijk altijd fout. Oordelen over een ander is ook fout. Je mag best een ander herinneren aan verstandige handelingen maar die ander blijft de vrijheid houden anders te handelen als jij goed vindt.
Uitgaan van helpen in plaats van recht hebben is de mentaliteit die Jezus vraagt. Als je moet wachten op een smalle gracht omdat er iets uitgeladen moet worden, waarom dan niet even helpen met uitladen? Wel eens zien gebeuren? Heb je naaste lief als jezelf, jezelf niet vergeten lief te hebben en van binnenvetten wordt je maar dik, maar er is niets tegen af en toe een hand uit te steken, het is vaak vruchtbaarder dan een grote mond op te zetten. Dat is ook het bezwaar tegen die hele discussie over fatsoensnormen. Daarbij lijkt het er op dat de normen zelf belangrijker zijn dan de mensen en de pijn die verkeerde normen mensen kunnen aandoen. Onfatsoenlijk is het om kinderen die hier zijn opgegroeid en geworteld naar voor hen vreemde landen te sturen. Fatsoenlijk is om het recht van kinderen zwaarder te laten wegen. Rechters vinden dat al, nu de politiek nog.