Numeri 22:2-20
2-4 Balak, de zoon van Sippor, die in die tijd koning van Moab was, hoorde wat Israël de Amorieten had aangedaan. De Moabieten waren buitengewoon bang voor het volk van Israël, omdat het zo talrijk was. Ze raakten in paniek en zeiden tegen de oudsten van Midjan: ‘Die horde vreet hier de hele streek nog kaal, als een rund dat een veld afgraast.’ 3 4 5 Balak stuurde gezanten naar Bileam, de zoon van Beor, die zich in Petor aan de Eufraat bevond, in zijn geboortestreek. Ze moesten hem ontbieden met deze woorden: ‘Er is een volk uit Egypte gekomen, dat overal in mijn land is neergestreken. Ze zijn hier vlakbij gelegerd. 6 Dat volk is te sterk voor mij. Kom daarom hierheen om het voor mij te vervloeken. Misschien kan ik het dan verslaan en het uit mijn land verjagen. Immers, wie door u wordt gezegend is gezegend, en wie door u wordt vervloekt is vervloekt.’ 7 De oudsten van Moab en de oudsten van Midjan gingen op weg. Ze hadden een beloning voor de waarzegger bij zich. Bij Bileam gekomen brachten ze hem Balaks woorden over. 8 ‘Blijf vannacht hier,’ zei hij, ‘dan zal ik u daarna antwoorden wat de HEER mij zal ingeven.’ Dus bleven de Moabitische leiders bij Bileam. 9 God verscheen aan Bileam en vroeg: ‘Wie zijn die mannen hier bij jou?’ 10 Bileam antwoordde God: ‘Die zijn naar mij toe gestuurd door koning Balak van Moab, de zoon van Sippor, met deze boodschap: 11 “Er is een volk uit Egypte gekomen, dat overal in mijn land is neergestreken. Kom hierheen en spreek er een vloek over uit. Misschien kan ik het dan aanvallen en verjagen.”’ 12 God zei tegen Bileam: ‘Ga niet met hen mee en vervloek dat volk niet, want het is gezegend.’ 13 De volgende morgen zei Bileam tegen Balaks gezanten: ‘Keer naar uw land terug. De HEER geeft mij geen toestemming om met u mee te gaan.’ 14 De Moabitische leiders vertrokken, en toen ze weer bij Balak terug waren, meldden ze hem dat Bileam geweigerd had met hen mee te komen. 15 Opnieuw stuurde Balak gezanten, meer dan de eerste keer en met groter aanzien. 16 Bij Bileam gekomen zeiden ze: ‘Dit zegt Balak, de zoon van Sippor: “Laat niets u ervan weerhouden naar mij toe te komen. 17 Ik zal u rijk belonen en ik zal alles doen wat u zegt. Kom toch en spreek een vloek over dat volk uit.”’ 18 Bileam antwoordde Balaks dienaren: ‘Ook al gaf Balak me al het zilver en goud uit zijn paleis, dan nog zou ik niets maar dan ook niets kunnen doen dat ingaat tegen het bevel van de HEER, mijn God. 19 Maar blijft ook u een nacht hier, dan kan ik horen wat de HEER mij ditmaal zal zeggen.’ 20 ’s Nachts verscheen God aan Bileam en zei: ‘Als die mannen gekomen zijn om je te ontbieden, ga dan maar met hen mee. Maar je mag alleen doen wat Ik je opdraag.’ (NBV21)
Een heel oud methode, zoek een opinieleider of influencer die waarschuwt en mensen bang maakt als ze niet mee gaan in jouw beleid. De Moabieten en de Midjanieten gebruikten hem ook. Laat een betrouwbare opinieleider die in hoog aanzien bij het volk staat en laat die je tegenstander vervloeken. Als dat goed gebeurt gaat je eigen volk daarin geloven en misschien jaagt het zelfs je tegenstander angst aan. Het is een methode die ook vandaag de dag nog wordt gebruikt. Spreek over een Tsunami van onbekenden die ons land bedreigt en de meeste mensen zien ineens onbekenden die ze niet verstaan en voelen zich daardoor bedreigd. Allerlei maatregelen om de rechten van alle mensen in te perken krijgen ineens grote steun ook al wijzen de feiten uit dat van die Tsunami van onbekenden helemaal geen sprake is. Het volk Israël was onderweg naar het land dat God had beloofd. Dat volk was nog niet in het beloofde land, dat zou aan de andere kant van de Jordaan liggen. Maar de reactie van Moab op het talrijke volk dat zich daar aan de oever van de Jordan tegenover Jericho had gelegerd was dezelfde als de reactie die Egypte had getoond bij het begin van het verhaal. Angst voor het aantal.
In het Oude Testament komt het maar zelden voor dat de God van Israël in een droom aan een Heiden verschijnt. Die Bileam is ook al een vreemde waarzegger want die neemt de God van Israël serieus. In de dagen van Bileam hoorde een God bij de grond waarop een volk woondde. Zo’n God hoorde te zorgen voor de vruchtbaarheid van de grond en voor de bescherming van het volk dat hem diende. Die God van Israël trok mee met een volk. Van die God bestond ook geen beeld dat beschermd moest worden. Toch nam Bileam die God serieus. Dat volk met die bijzondere God moest je maar met rust laten was de boodschap in de droom. En voor ons rest de vraag waarom wij ons toch zo bang laten maken voor die zogenaamde Tsunami van onbekenden. Moab was een broedervolk van Israël. Die onbekenden die hier zo graag willen werken zijn onze broeders en zusters. Misschien wordt het anders als we een welkomsmaaltijd voor ze organiseren. De komende dagen zijn daarvoor een goede gelegenheid. Zet je deur, of de deur van je kerk maar vast open.
Dat die profetie van Bileam waardevol is wil Balak van Moab wel tot uitdrukking brengen. Hij stuurt daarom niet zomaar een delegatie maar de vorsten van Moab en Midjan, leden van zijn hofhouding, zijn directe raadgevers. Bileam spraakt ze met de eretitel “knechten van Balak” aan. Balak heeft er alles voor over om zo’n machtige profeet een vervloeking over zijn vijanden te laten uitspreken. Opnieuw besluit Bileam er een nachtje over te slapen. Dat die Balak er alles voor over lijkt te hebben is toch ook wel wat waard. Ook in die nacht droomt Bileam over de God van Israël. Maar nu wordt niet het vierletterwoord gebruikt dat in het Hebreeuws nooit wordt uitgesproken maar vervangen wordt door HEER, bij ons vaak met hoofdletters geschreven, maar staat er gewoon de meervoudsvorm voor God. De eerste keer was er een absoluut nee op de vraag of Bileam naar Balak mocht, nu is er een voorwaardelijk ja. Alleen als Bileam beloofd datgene te zeggen dat de God van Israël hem ingeeft te zeggen. Blijf dus luisteren naar God, wat er ook van je wordt gevraagd. angst hoort niet te regeren.