Deuteronomium 33:8-12
8 Over Levi zei hij: ‘HEER, U vertrouwt uw orakelstenen toe aan de man die uw vertrouweling is. U stelde hem op de proef bij Massa, daagde hem uit bij het water van Meriba. 9 Hij had geen mededogen met zijn vader en moeder, zijn eigen broers ontzag hij niet, zijn kinderen waren als vreemden voor hem. Want de Levieten hielden zich aan wat U gebood, het verbond dat U sloot bleven ze trouw. 10 Laat hen uw regels onderwijzen aan Jakob, uw voorschriften doorgeven aan Israël. Laat hun geurige gave U behagen, laat hen brandoffers brengen op uw altaar. 11 HEER, zegen hen met voorspoed en zie welwillend op hun verrichtingen neer. Maar breek hun tegenstanders de heup, verlam hun vijanden voor altijd.’ 12 Over Benjamin zei hij: ‘De HEER laat zijn lieveling bij zich schuilen. Zijn kind omarmt Hem van vroeg tot laat, het nestelt zich veilig op zijn rug.’ (NBV21)
De zegen van Mozes voor het volk is niet zomaar voor het volk als geheel maar bewaard de structuur in de stammen die genoemd zijn naar de zonen van Jacob. Het was immers Jacob die bij de Jabbok worstelde met de God van Abraham en Izaäk, die ook hij had aanbeden, en daar de naam Israël had gekregen. Gisteren lazen we al hoe Ruben en Juda werden gezegend. De volgorde zegt iets over het belang dat aan de stammen werd gehecht. Ruben was de oudste zoon van Jacob en Lea. Maar hij had niet de leiding van de broers genomen. Toen Jozef als onderkoning van Egypte Benjamin de jongste bij zich wilde houden was niet Ruben naar voren gestapt maar Juda. Ruben was dus maar een klein stammetje maar Juda was de sterke leeuw die de veiligheid van het volk garandeerde.
Dan volgt Levi. De stam die afstand had genomen van het aanbidden van het gouden kalf. Zij hadden zich als harde aanhangers van de God van Mozes opgesteld. Werden de broer van Mozes en zijn zonen de priesters van die God, zij werden de arbeiders in het Heiligdom van die God. Alleen zij mochten de tent van de ontmoeting vervoeren en kregen een belangrijke plaats in het rechtssysteem van het toekomstige volk Israël. Zij kregen ook de taak de richtlijnen voor de menselijke samenleving aan het volk voor te houden. Bij de terugkeer uit de ballingschap waren het Levieten die het boek Deuteronomium in haar geheel aan het volk voorlazen.
Na deze drie belangrijke stammen volgt de stam Benjamin. De tweede zoon van Rachel en Jacob. Omdat Jozef uit beeld was geraakt, Jacob dacht dat hij dood was, werd Benjamin de lieveling van Jacob. Bij de hereniging van de familie met Jozef die onderkoning van Egypte was geworden speelde Benjamin een grote rol. Ook Mozes zegent Benjamin hier als jongste, het lievelingetje van het gezin waarvan alleen het lief zijn wordt verwacht. Dat Benjamin zich als verwend kind zou gaan gedragen lezen we pas in het boek Rechters. Binnen het volk Israël zijn er grote verschillen. Maar doordat ieder een eigen functie in het volk heeft is het volk samen compleet en daardoor sterk. Binnen de gepolariseerde samenleving waar wij nu mee te maken hebben mogen we dit verhaal van Israël nog wel een op ons laten inwerken. Het kan ook een bruikbare blik voor vandaag op ons eigen volk zijn.