Op orde

Lucas 11:24-28 24 Wanneer een onreine geest iemand verlaat, trekt hij door dorre oorden, op zoek naar een rustplaats. Maar als hij die niet vindt, zegt hij: “Ik zal terugkeren naar mijn huis, dat ik verlaten heb.” 25 En wanneer hij terugkeert, merkt hij dat het schoongemaakt is en op orde gebracht. 26 Dan gaat … Lees verder

Wie niet met Mij is

Lucas 11:14-23 14 Hij dreef een demon uit die niet kon spreken. Toen de demon verdreven was, begon de stomme te spreken en de mensenmenigte stond verbaasd. 15 Maar enkelen van hen zeiden: ‘Dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen, kan Hij demonen uitdrijven.’ 16 Anderen verlangden van Hem een teken uit de hemel om Hem … Lees verder

Je zult vinden

Lucas 11:1-13 1 Eens was Jezus aan het bidden, en toen Hij zijn gebed beëindigd had, zei een van zijn leerlingen tegen Hem: ‘Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.’ 2 Hij zei tegen hen: ‘Wanneer jullie bidden, zeg dan: “Vader, laat uw naam geheiligd worden en laat uw koninkrijk … Lees verder

Mijn hart jubelde

Psalm 28 1 Van David. U, HEER, roep ik aan, mijn rots, houd u niet doof. Als U blijft zwijgen, word ik een dode met de doden in het graf. 2 Hoor mijn smeekbede als ik U om hulp roep, als ik mijn handen ophef naar het hart van uw heiligdom. 3 Ruk mij niet … Lees verder

Niet uitbuiten.

Deuteronomium 23:16-26 16 U mag een slaaf die bij u zijn toevlucht zoekt, niet uitleveren aan zijn meester. 17 U moet hem opnemen en hem een plaats gunnen in de stad die hij uitkiest. U mag hem niet uitbuiten. 18 Geen enkele Israëlitische vrouw of man mag zich wijden aan een afgod. 19 U mag … Lees verder

Het kamp rein houden

Deuteronomium 23:2-15 2 Mannen bij wie de zaadballen zijn geplet of het lid is afgesneden, moet de toegang tot de gemeenschap van de HEER worden ontzegd. 3 Ook bastaards en hun nakomelingen tot in het tiende geslacht wordt de toegang ontzegd. 3 4 Hetzelfde geldt voor Ammonieten en Moabieten: nooit ofte nimmer zullen ze tot … Lees verder

Verhef je niet

Psalm 75 1 Voor de koorleider. Op de wijs van Verdelg niet. Een psalm van Asaf, een lied. 2 Wij loven, God, wij loven U, uw naam is ons nabij, uw wonderen gaan van mond tot mond. 3 ‘Ja, Ik bepaal of de tijd is gekomen, Ik zal oordelen naar recht en wet. 4 Al … Lees verder

Veroordelen

Kolossenzen 2:16–3:4 16 Laat u daarom door niemand iets voorschrijven op het gebied van eten en drinken of het vieren van feestdagen, nieuwemaan en sabbat. 17 Dit alles is slechts een schaduw van wat komt-de werkelijkheid is van Christus. 18 Laat u niet veroordelen door mensen die opgaan in zelfvernedering en engelenverering, zich verdiepen in … Lees verder

Te schande gemaakt

Kolossenzen 2:6-15 6 Leef in eenheid met Christus Jezus, nu u Hem als uw Heer aanvaard hebt. 7 Blijf in Hem geworteld en gegrondvest, houd vast aan het geloof dat u geleerd is en wees vervuld van dankbaarheid. 8 Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op … Lees verder

Hij is uw hoop

Kolossenzen 1:24–2:5 24 Ik ben verheugd dat ik nu voor u lijd en dat ik in mijn lichaam mag aanvullen wat er nog ontbreekt aan het lijden omwille van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, de kerk, 25 waarvan ik dienaar geworden ben. Met het oog op u heeft God mij die dienende taak toevertrouwd, … Lees verder

De onzichtbare

Kolossenzen 1:12-23 12 Breng dus met vreugde dank aan de Vader. Hij stelt u in staat om te delen in de erfenis die alle heiligen wacht in het licht. 13 Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, 14 die ons de verlossing … Lees verder

Vrucht dragen

Kolossenzen 1:1-11 1 Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus, en van onze broeder Timoteüs. 2 Aan de heiligen in Kolosse, onze gelovige broeders en zusters, die één zijn met Christus. Genade zij u en vrede van God, onze Vader. 3 In al onze gebeden danken wij God, de Vader van onze Heer … Lees verder