Rechters 7:1-8
1 De volgende morgen vroeg sloeg Jerubbaäl, Gideon dus, met zijn troepen zijn kamp op bij de Charodbron. De Midjanieten lagen iets noordelijker, in de vallei aan de voet van de More. 2 Toen zei de HEER tegen Gideon: ‘Het leger dat je bij je hebt is te groot. Ik lever de Midjanieten niet aan jullie uit, want Ik wil niet dat Israël zich erop beroemt dat het zich op eigen kracht heeft bevrijd. 3 Maak daarom bekend dat iedereen die bang is, kan vertrekken en via het bergland van Gilead terug naar huis kan gaan.’ Daarop vertrokken tweeëntwintigduizend man; tienduizend bleven er over. 4 Maar de HEER zei tegen Gideon: ‘Het leger is nog steeds te groot. Laat je manschappen naar het water gaan, daar zal Ik voor jou een keus uit hen maken. Ik zal je zeggen wie er met je mee moeten gaan en wie niet.’ 5 Gideon liet de mannen naar het water gaan, en de HEER zei tegen hem: ‘Degenen die het water met hun tong oplikken, zoals honden doen, die moet je apart zetten van degenen die knielen om te drinken.’ 6 Driehonderd man likten het water op met hun tong, de overigen knielden om te drinken en schepten het water op met hun hand. 7 ‘Met die driehonderd man die het water met hun tong oplikten, zal Ik jullie bevrijden,’ zei de HEER tegen Gideon. ‘Door hun toedoen zal Ik Midjan aan je uitleveren. De rest van het leger kan naar huis terugkeren.’ 8 Gideon hield dus alleen die driehonderd man bij zich en stuurde de rest van de Israëlieten weg, elk naar zijn eigen woonplaats. Maar eerst had hij hun proviand overgenomen, en al hun ramshoorns. Het kamp van de Midjanieten lag beneden hem, in de vallei. (NBV21)
Wie op de derde dinsdag van september die hele stoet vrome en keurige politici hoorde uitleggen dat het volgend jaar met de rijken beter gaat en met de armen niet slechter, zinkt de moed in de schoenen als je er aan denkt hoe je van dit land werkelijk een rechtvaardige samenleving kan maken. Ramspoed bedreigt ons, De oorlog in Oekraïne woedt voort en Amerika beperkt de import van goederen en diensten en wil de export opdrijven. Als we nu eerlijk delen lopen we de kans straks niet meer tot de allerrijkste landen op de wereld te horen. Die boodschap klinkt boven alles uit, zeker boven de zelfgenoegzaamheid van de politici. De armen in het land gaan er volgend jaar dus echt op achteruit. De maatregelen die het kabinet neemt zijn toch al alleen voor de rijken fors beter.
Zelfs de rijken in het buitenland die in Nederland een deel van hun vermogen hebben belegd. Een rechtvaardige verdeling noemen ze dat. Net als de ziektekosten. Mensen moeten volgens jaar fors meer betalen, allemaal hetzelfde meer en dat is voor de mensen met de laagste inkomens een grotere hap uit hun inkomen dan voor de mensen met de hogere inkomens. Om de gezondheidszorg voor de rijken betaalbaar te houden moeten de armen dus bijpassen. Van een systeem van betalen naar draagkracht kan voor deze regering geen sprake zijn. Gelukkig hebben we vandaag het verhaal van Gideon die ook een vijand moest bestrijden. Een vijand die als een sprinkhanenzwerm het volk kwam beroven. Niets bleef er over van de oogst waarvoor ze zo ijverig hadden gezorgd.
Gideon mocht er op vertrouwen dat slechts een handvol toegewijde mensen genoeg was om de bedreiging af te wenden. Volgend jaar zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten en daarmee ook voor de Eerste Kamer. We weten nu al welke staten, welke gedeputeerden, goed weten te zorgen voor de armen in de provincie. Die zorgen dat jongeren niet in koude buurten hoeven rond te hangen, dat de uitkeringen op peil zijn en de scholen in aantrekkelijke gebouwen zijn gehuisvest. En als maar een handvol mensen blijven vragen wat de partijen van plan zijn met de armsten in de provincie, met de zieken en gehandicapten, met de ouderen, met de vreemdelingen en de vluchtelingen dan veranderd het vanzelf. Als door een gerstebrood rollend van de berg zal dan ook dit kabinet weggevaagd worden of tenminste haar keus voor de rijken moeten stoppen.