Ezechiël 8:13-18
13 ‘Ik zal je nog meer van hun gruwelijke daden laten zien,’ zei Hij, 14 en Hij bracht me naar de ingang van de noordelijke poort van de tempel van de HEER. Daar zaten vrouwen die rouwden om de god Tammuz. 15 ‘Heb je het gezien, mensenkind?’ vroeg Hij mij.‘En nog gruwelijker dingen zal Ik je laten zien!’ 16 Hij bracht me naar de binnenhof van de tempel van de HEER. Bij de ingang, tussen de voorhal en het altaar, stonden ongeveer vijfentwintig mannen. Ze stonden met hun rug naar de tempel, met hun gezicht naar het oosten, en ze bogen zich in aanbidding neer voor de zon. 17 ‘Heb je het gezien, mensenkind?’ vroeg Hij mij. ‘En al deze afgodendienst waaraan het volk van Juda zich overgeeft is blijkbaar nog niet genoeg: ze vullen het land met geweld, ze beledigen Mij steeds opnieuw, zie hoe ze Mij minachten door een wijnrank onder hun neus te houden! 18 Ik zal mijn woede op hen koelen, Ik zal onverbiddelijk zijn en geen medelijden hebben, en al roepen ze nog zo hard om Mij, Ik zal niet naar hen luisteren.’ (NBV21)
Vandaag even nadenken over de gevolgen van de afgodendienst. We zeggen gemakkelijk dat het najagen van winst en profijt leidt tot de dood en dat is ook zo, maar je moet het tastbaar maken. Ezechiël laat het zien. En hij begint bij het misbruik van de Tempel. Daar zijn allerlei figuren en symbolen op de muren geschilderd en die worden aanbeden. De algemene naam die aan de afgodendienst in Israël wordt gegeven is vruchtbaarheidsdienst, bij ons heet dat het welvaartsgeloof. Vruchtbaarheid in Israël heeft ook te maken met Tempelprostitutie.
Nu bij de Noordelijke ingang van de Tempel hebben de vrouwen een oorverdovend treurlied aangeheven. Voor Tammoz, de vruchtbaarheidsgod die een half jaar in de onderwereld is en een half jaar kan zorgen voor groen en vruchtbaarheid. Hij moet weer naar de onderwereld en daarom wordt getreurd. Ja dat zijn vrouwen, maar de mannen zijn toch wijzer? Die mannen blijken in de voorhof te staan, waar de offers aan de God van Israël werden gebracht. Die mannen buigen zich nu voor de zon, opdat de zon mag blijven opgaan als de zon een nacht rust heeft genomen. Dat God de zon heeft gemaakt zijn ze vergeten.
En het volk zelf? Het vult het land met geweld. Ach, ook toen al? En mocht dat volgens Ezechël niet van de God van Israël? Tegenwoordig zouden de Christenen voor Israël Ezechiël een antisemiet noemen. Een superantisemiet want hij probeert de oudsten van Israël, daar vertelt hij dit verhaal tegen, er van te overtuigen dat al die afgoderij, het najagen van winst en profijt, al dat geweld ook tegen buurvolken allemaal in strijd is met wat de God van Israël had afgesproken met het door die God gekozen volk. Het is nu niet anders dan toen. Het geweld tegen Gaza en Libanon is afgoderij en meer dan fout en te bestrijden. Israël hoort in vrede te leven en een voorbeeld te zijn van vrede en gerechtigheid. Daar moeten we Israël bij helpen.