Spreuken 3:1-20
1 Mijn zoon, vergeet mijn lessen niet, houd in je hart mijn richtlijnen vast. 2 Ze vermeerderen de dagen van je leven, geven je vele jaren van geluk. 3 Mogen liefde en trouw je nooit verlaten, wind ze om je hals, schrijf ze in je hart. 4 God en de mensen zullen je genegen zijn en je zult waardering ondervinden. 5 Vertrouw op de HEER met heel je hart, steun niet op eigen inzicht. 6 Denk aan Hem bij alles wat je doet, dan baant Hij voor jou de weg. 7 Wees niet eigenzinnig, maar heb ontzag voor de HEER en ga het kwaad uit de weg. 8 Het zal je sterken als een medicijn, het verkwikt je lichaam. 9 Eer de HEER met al je rijkdom, met het beste van de oogst. 10 Graan zal je voorraadschuren vullen, je kuipen lopen over van wijn. 11 Mijn zoon, een berisping van de HEER mag je nooit terzijde schuiven, zijn bestraffing moet je zonder afschuw ondergaan, 12 want de HEER straft wie Hij liefheeft, als een vader die van zijn kinderen houdt. 13 Gelukkig de mens die wijsheid ontdekt, de mens die inzicht wint. 14 Wijsheid levert meer op dan zilver, geeft meer profijt dan goud, 15 is kostbaarder dan edelstenen. Alles wat je ooit zou kunnen wensen valt bij de wijsheid in het niet. 16 Met haar ene hand schenkt ze een lang leven, eer en rijkdom geeft ze met haar andere hand. 17 De wegen van de wijsheid zijn lieflijk, al haar paden vredig. 18 Ze is een levensboom voor wie haar omhelst, wie haar omarmt, mag zich gelukkig prijzen. 19 De HEER heeft de aarde met wijsheid gegrondvest, de hemel met inzicht gevestigd. 20 Door zijn kennis brak het water los uit de diepte en druppelt er dauw uit de wolken. (NBV21)
Over welke lessen hebben we het hier? Dat je je naaste moet liefhebben als jezelf is dan het meest eenvoudige antwoord. Maar zelfs schriftgeleerden stelden dan de vraag wie mijn naaste is. Jezus van Nazareth geeft dan het verhaal over de Barmhartige Samaritaan als antwoord. En de clou van dat verhaal is dat je naaste degeen is die jou als naaste nodig heeft, het slachtoffer langs de kant van de weg waar jij naast durft te gaan liggen om zo de naaste te worden van dat slachtoffer. Zo moet je dus ook volgens de Spreukendichter gaan leven. Voortdurend bedacht zijn op de aanwezigheid van de God van Israël en die God is altijd bij de minsten in de samenleving, bij de slachtoffers van uitbuiting en geweld, bij de mensen die buiten de samenleving worden gezet, bij de mensen die anderen nodig hebben om te kunnen overleven. Daar zul je dus gevoelig voor moeten worden. Je kunt niet de hele wereld op je nek nemen, je kunt zeker niet gaan liggen naast alle mensen langs de kant van de weg, maar een oude Joodse wijsheid zegt dat wie één mens redt de hele wereld redt.
Het is ook niet zo vreemd om voortdurend bedacht te zijn op je naaste. Een mens kan helemaal niet alleen bestaan. Elk mens heeft gezelschap nodig. Bij de schepping van mensen kwam God al tot de ontdekking dat het niet goed zou zijn als de mens alleen zou zijn, daarom scheidde hij de mens in een mannelijk en vrouwelijk wezen. Dat wil dus nog niet zeggen dat man en vrouw de enige combinatie is die mogelijk is, het is de enige combinatie voor de voortplanting maar het religieuze vruchtbaarheidsstreven wordt door de Bijbel streng afgewezen en mensen beoordelen op hun vruchtbaarheid is uit den boze. Rachel had 2 kinderen en Lea 10 toch was Rachel de favoriet en werden er net zo gemakkelijk slavinnen ingeschakeld om het voortbestaan van de dynastie te verzekeren. Sara kreeg pas kinderen toen ze oud was en het krijgen van kinderen voor haar ongeloofwaardig was, het maakte het geloof in een God die toch wel voor je zorgt mogelijk.
Toch kun je soms tot de ontdekking komen dat je de verkeerde mens hebt geholpen. Dat je mensen afhankelijk van je hebt gemaakt of dat je mensen hebt geholpen waarvan je had kunnen weten dat die helemaal geen hulp nodig hadden maar dat die alleen maar van jou wilden profiteren. Je loopt daar tegenop. De Spreukendichter raad je aan je daar niet door te laten versomberen. Het zijn misschien waarschuwingen van God die je helpen het goede pad te gaan, weer te gaan liggen naast de slachtoffers langs de kant van de weg, je weer af te vragen hoe het is om opgesloten te worden in een gevangenis zonder misdrijf te hebben begaan maar alleen maar omdat je uit een land komt dat je niet meer terug wil nemen. Onrecht bestaat ook in onze dagen in allerlei vormen. Nog steeds worden er kinderen in de gevangenis gezet die niets verkeerd hebben gedaan, nog steeds kunnen mensen hun gezin niet te eten geven omdat machtige deurwaarders zich niet aan de regels voor loonbeslag wensen te houden. Elke dag kunnen we dus de weg gaan van de Heer, door onze stem tegen onrecht te verheffen, elke dag mag dat opnieuw.