Numeri 22:41–23:12
41 De volgende morgen nam Balak Bileam mee naar Bamot-Baäl, een hooggelegen plaats, van waar hij een klein deel van de Israëlieten kon zien. 1 Bileam droeg Balak op om daar zeven altaren te bouwen, en zeven stieren en zeven rammen gereed te maken voor een offer. 2 Balak deed wat Bileam had gezegd. Samen met Bileam offerde hij op elk altaar een stier en een ram. 3 Daarna zei Bileam tegen Balak: ‘Blijft u hier bij uw brandoffers wachten, terwijl ik wat verderop ga. Misschien dat de HEER naar mij toe wil komen. Wat Hij me laat zien zal ik u meedelen.’ Hij ging een kale heuvel op, 4 waar God bij hem kwam. ‘Ik heb zeven altaren laten oprichten,’ zei Bileam, ‘en op elk altaar heb ik een stier en een ram laten offeren.’ 5 De HEER droeg Bileam op naar Balak terug te gaan en legde hem in de mond wat hij moest zeggen. 6 Toen Bileam terugkwam, stond Balak nog bij zijn brandoffers, samen met de Moabitische leiders. 7 Bileam hief een orakelspreuk aan en zei: ‘Balak liet mij uit Aram komen, uit het bergland in het oosten riep Moabs koning mij. “Kom Jakob voor mij vervloeken, kom Israël verwensen!” 8 Hoe kan ik vervloeken wie door God niet is vervloekt? Hoe kan ik verwensen wie door de HEER niet is verwenst? 9 Ik zie hen vanaf de top van de rotsen, ik neem hen waar vanaf de heuvels, een volk dat afgezonderd leeft, zich niet verbindt met andere naties. 10 Het volk van Jakob is als stof: wie kan het tellen? Een vierde deel van Israël: wie stelt het vast? Moge ik sterven als die rechtvaardigen, moge ik heengaan zoals zij.’ 11 Balak zei tegen Bileam: ‘Wat hebt u nu gedaan! Ik heb u hierheen laten halen om mijn vijanden te vervloeken, en nu zegent u ze.’ 12 Bileam antwoordde: ‘Ik zeg niets anders dan wat de HEER mij in de mond legt.’ (NBV21)
Door de eeuwen heen hebben Koningen en andere machthebbers altijd geprobeerd de religie voor hun karretje te spannen. Als je nu maar kon laten zien dat de God van je keuze aan jouw kant stond dan werd je gezag gemakkelijker aanvaard en je macht vergroot. Zelfs van onze Koning staat op alle stukken dat hij Koning is bij de gratie Gods. Nu kun je de overtuiging van het Nederlandse volk dat Nederland een monarchie moet zijn wel als genade van God aanmerken maar die overtuiging kan natuurlijk ook veranderen, zonder dat je overigens dan moet zeggen dat het volk de wil van God heeft verlaten. Het is helemaal de vraag of de monarchie als wens van het volk wel echt de wil is van de God van Israël. In de Bijbel wil de God van Israël zelf steeds de koning zijn en wil hij dat de wetten van een volk afgestemd zijn op zijn Wet van heb uw naaste lief als uzelf.
Barak, de koning van de Moabieten komt er in het verhaal van vandaag ook achter. Hij wil zo graag dat namens zijn God het volk Israël wordt vervloekt. Barak had Bileam meegenomen naar een heiligdom voor zijn god Baäl. Een vruchtbaarheidsgod aan wie vruchtbare dieren als stieren en rammen werden geofferd. Maar Bileam had een ontmoeting gehad met de God van Israël en met een boodschapper van de God van Israël. En een God waarvan je kunt dromen en die boodschappers op je weg kan sturen om je tegen te houden kun je niet zomaar negeren. Die God moet je te vriend houden en dat gaat in veel godsdiensten nu eenmaal samen met offeren. Daarom zeven altaren, zeven was toch het symbolisch getal van de God van Israël? En dan komt de vervloeking. Je kunt alleen vervloeken wie door God vervloekt is en je kunt alleen verwensen wie door God verwenst is.
Het klinkt als het kinderversje op het schoolplein, schelden doet geen zeer, schoppen en slaan des te meer. Vervloeken en verwensen heeft dus nooit zin. Het lijkt in onze dagen of we dat helemaal kwijt zijn in de samenleving. Er wordt gemakkelijk gescholden en het tuig dat je hindert wordt naar een tuigdorp verwenst. Niet dat het helpt want hoe meer en hoe harder we op elkaar schelden hoe meer geweld er los komt in de samenleving waar we samen alleen maar meer last van hebben. Vruchtbaar is het al helemaal niet. In het Nieuwe Testament wordt de gelovigen aangeraden om ergernissen met elkaar eerst eens uit te praten, zorg dat verhoudingen beter worden in plaats van slechter. En Barak en Bileam leren ons vandaag dat het ook in de politiek nog wel eens de beste weg zou kunnen zijn. De Weg van de God van Israël, die zijn kinderen niet zomaar laat vervloeken.