Je kunt gaan.

1 Koningen 1:41-53

41 Adonia en al zijn gasten waren juist aan het einde van de maaltijd gekomen toen dit rumoer tot hen doordrong. Toen Joab het geluid van de ramshoorn herkende, vroeg hij: ‘Waarom komt er zo’n lawaai uit de stad?’ 42 Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam Jonatan aan, de zoon van de priester Abjatar. Adonia zei: ‘Kom eens hier, op jou kan ik vertrouwen, dus je zult wel goed nieuws brengen.’ 43 Maar Jonatan antwoordde: ‘Integendeel! Onze heer, koning David, heeft Salomo tot koning uitgeroepen. 44 Hij heeft de priester Sadok en de profeet Natan met hem meegestuurd, en ook Benaja met de Keretieten en Peletieten. Ze hebben hem op het muildier van de koning laten rijden, 45 en bij de Gichonbron hebben Sadok en Natan hem tot koning gezalfd. Daarna gingen ze onder gejuich weer terug naar het paleis, en nu gonst heel de stad van vreugde; dat is het lawaai dat u hoort. 46 Bovendien heeft Salomo plaatsgenomen op de koningstroon. 47 Hovelingen kwamen onze heer, koning David, gelukwensen met de woorden: “Moge uw God de naam van Salomo nog groter maken dan uw naam en zijn troon nog machtiger dan de uwe.” Hierop boog de koning diep voorover op zijn bed. 48 Ook zei hij: “Geprezen zij de HEER, de God van Israël, dat ik zelf nog heb mogen meemaken dat Hij mij een troonopvolger heeft gegeven.”’ 49 De schrik sloeg de gasten van Adonia om het hart. Allen stonden op en gingen snel naar huis. 50 Ook Adonia was bang voor Salomo. Hij ging naar het heiligdom en greep de hoorns van het altaar vast. 51 Men vertelde Salomo dat Adonia zich uit angst voor de koning aan de hoorns van het altaar had vastgeklampt met de woorden: ‘Laat koning Salomo mij eerst zweren dat hij mij niet ter dood zal laten brengen.’ 52 En Salomo zei: ‘Als hij zich behoorlijk gedraagt, zal hem geen haar worden gekrenkt, maar zodra hij een misstap begaat, zal hij sterven.’ 53 Koning Salomo liet hem van het altaar af halen. Adonia verscheen voor koning Salomo en knielde voor hem neer, en Salomo zei hem: ‘Je kunt gaan.’ (NBV21)

In de laatste jaren van Koning David bleef het kennelijk vrede in Israël. David had zijn lijfwachten, de Keretieten en Peletieten. Als er echt een leger op de been zou moeten worden gebracht dan moest de sjofar, de ramshoorn, geblazen worden om het leger van Israël te verzamelen. Die ramshoorn had nu ook geklonken en de bevolking van Jeruzalem had zich verzameld. Ze hadden zich niet verzameld om ten strijde te trekken maar om hun nieuwe koning te verwelkomen. Een koning die op een muilezel kwam, die zich liet zalven bij de dorpspomp, die koning werd terwijl alle deftige personen uit de stad elders zaten te dineren. Het was dus kennelijk een koning voor de gewone mens, een koning zoals David koning was geweest, hij had ook het goedkeuringsstempel van David gekregen. Zo wil je wel blij zijn met een Koning, een Koning van de vrede die het volk tot haar recht wil laten komen.

Maar hoe moet dat dan met de kroonprins Adonia die zich door de deftigheid van de stad tot Koning had laten uitroepen? Die deftigheid daar had hij niet veel aan. Toen ze door hadden wat er gebeurd was sloeg de schrik hen op het hart. Ze stonden op van hun feestmaaltijd en gingen met spoed naar huis. Zou hun steun voor Adonia worden uitgelegd als een opstand tegen David, de wettige koning? Zouden ze gestraft worden voor hun steun aan Adonia? Salomo was nu al een geliefde koning, een koning ook die kon steunen op een gediciplineerd en ervaren legertje, de lijfwacht van zijn vader. Alle reden dus om in de onzekere tijd de goede kant te kiezen. Ook Adonia ziet in dat het geen zin heeft tegen Salomo een burgeroorlog te beginnen. Hij zocht te veiligheid. Volgens de Bijbel moet er in elke samenleving ergens een plaats zijn waar een bloedig conflict onbloedig opgelost kan worden. In Israël en Judea waren daarvoor de horens van het altaar in de Tent der Ontmoeting, later in de Tempel, aangewezen.

Als je die hoorns weet te grijpen dan mag men je niet zonder meer gevangen nemen en eventueel zelfs ter dood brengen. Een asielplek voor misdadigers. Heel lang heeft in onze geschiedenis elk kerkgebouw en elk klooster een dergelijke functie gehad. Nu nog staat in onze wet dat de overheid een godsdienstoefening niet mag verstoren zolang die godsdienstoefening bezig is. Er staat echter geen sanctie op maar dat kerkasiel wordt ondanks dat nog wel eens verleend aan vreemdelingen die vermalen worden in onze administratie en de weigering van het land van herkomst hen te erkennen. Zolang als dat kerkasiel duurt vindt er een godsdienstoefening plaats. Adonia redt zich het leven door het asiel. Salomo is niet van plan het conflict op de spits te drijven en laat hem gaan. Het zou goed zijn als onze overheid daar een voorbeeld aan zou nemen. Wij kunnen daarbij helpen door de kerkasielacties te steunen als ze weer plaats vinden. Zorgen voor vreemdelingen en vrede stichten met hen kan elke dag, ook vandaag weer.

Plaats een reactie