Selecteer een pagina

Matteüs 9:27-34

27 Toen Jezus van daar verderging, volgden hem twee blinden die luidkeels riepen: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’ 28  En nadat hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar hem toe. Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’ 29  Daarop raakte hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’ 30  En hun ogen gingen open. Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: ‘Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!’ 31  Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over hem in de hele omgeving. 32  Terwijl ze het huis weer verlieten, bracht men iemand bij hem die bezeten was en niet kon spreken. 33  Nadat de demon was uitgedreven, begon de stomme te spreken. De mensenmassa stond versteld, men zei: ‘Zoiets hebben we in Israël nog nooit gezien!’ 34  Maar de Farizeeën zeiden: ‘Het is dankzij de vorst der demonen dat hij demonen kan uitdrijven.’ (NBV) 

Waar geloven die mensen uit het Nieuwe Testament eigenlijk in? Niet in kruis en opstanding, die hadden in de verhalen uit de vier testamenten nog niet plaatsgevonden toen Jezus hen zei: “zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren”. De twee blinden uit het verhaal beginnen met Jezus aan te spreken als “Zoon van David” Uit de Hebreeuwse Bijbel hadden ze geleerd dat de “Zoon van David” zou komen om het volk van onderdrukking te bevrijden. Met name de profeet Jesaja had op lyrische wijze die bevrijding beschreven. De blinden zouden kunnen zien, de doven horen, de lammen weer huppelen, de bedroefden getroost en niemand zou sterven voor zijn of haar tijd. Het geloof in die belofte had Jezus zelf ook. Het verhaal vertelt dat toen hij eens in de synagoge van Nazareth de lezing mocht verzorgen en hij daar ook iets over mocht zeggen hij dat gedeelte over die blinden en doven en zo uit het boek van de profeet Jesaja las en tegen de mensen zei dat die belofte, dat visioen van Jesaja was uitgekomen.  

Als een samenleving zo verandert dan is dat een bedreiging voor de bestaande machten en de bezoekers van de Synagoge in Nazareth hadden geprobeerd Jezus in een ravijn te gooien. Hij echter was uit Nazareth vertrokken. Maar hij had er van geleerd. Tegen de blinden zei hij heel nadrukkelijk dat ze het gebeurde tegen niemand mochten vertellen. Zoiets kan echter niet geheim blijven. De mensen kenden de twee als blinden die langs de kant van de weg zaten te bedelen. Nu waren ze opgestaan en hadden hun plaats in de samenleving weer opgeëist. Dat dat kon was onbestaanbaar. Ziekten werden veroorzaakt door boze geesten, of waren een straf van God. Beide opvattingen werden door Jezus bestreden. Toen vier vrienden een lamme vriend aan de voeten van Jezus neerlegden vertelde Jezus dat die verlamming er was opdat de grote daden van God duidelijk zouden worden.   

En die boze geesten lieten zich uitdrijven, Jezus had het er druk mee beschrijft Matteüs, ook in dit verhaal laat hij iemand weer meespreken die door een boze geest tot zwijgen zou zijn gebracht. De bedreiging van de samenleving blijkt uit de reactie van de Farizeeën. De kracht van Jezus is niet van God maar van de baas van de boze geesten. Nu wij meer voor elkaar zorgen, elkaar weer als volwaardige mensen willen erkennen hoor je ook die reacties van gevestigde machten, verstoring van de orde, belediging van de grootste geschiedenis, overschatting van het vermogen van onze samenleving in vrede en liefde met elkaar om te gaan. Geloof het niet zegt het verhaal over Jezus, dat visioen van Jesaja kan ook vandaag uitkomen. We kunnen echt rascisme uitbannen en leren van de fouten en misdaden uit het verleden, we kunnen echt voorkomen dat meer mensen ziek worden door van onze naaste te houen.