Selecteer een pagina

Zacharia 12:1-8

1 Profetie. De woorden van de HEER over Israël. Zo spreekt de HEER, die de hemel heeft uitgespannen en de aarde heeft gegrondvest, die de mens het leven heeft gegeven: 2 Ik zal van Jeruzalem een beker wijn maken die de omringende volken bedwelmt. Als Jeruzalem wordt belegerd, zal ook Juda onder de voet gelopen worden. 3 Op de dag dat alle volken op aarde tegen Jeruzalem oprukken, zal ik van de stad een zware steen maken waaraan haar belagers zich vertillen. 4 Op die dag-spreekt de HEER maak ik de paarden schichtig en zaai ik paniek onder hun berijders. Terwijl ik de paarden van de vijand verblind, zullen mijn ogen over het volk van Juda waken. 5 Dan zullen de stamhoofden van Juda bij zichzelf zeggen: Onze kracht ligt bij de inwoners van Jeruzalem, dankzij de HEER van de hemelse machten, hun God. 6 Op die dag maak ik de stamhoofden van Juda tot een fakkel in een takkenbos, tot een vonk in een korenschoof, zodat de vlammen om zich heen grijpen en de omringende volken verzengen. Jeruzalem zal blijven staan waar het staat. 7 Eerst zal de HEER de dorpen van Juda de overwinning schenken, opdat de roem van het huis van David en van de inwoners van Jeruzalem niet groter zal zijn dan die van de Judeeërs. 8 Maar de HEER zal tegelijkertijd de inwoners van Jeruzalem steunen: de zwakste onder hen zal op die dag zo sterk zijn als David en het huis van David zal hen leiden alsof God zelf hen leidde, alsof er een engel van de HEER voor hen uit ging. (NBV)

Vandaag geen voorspelling van een profeet maar een belofte. Er is nog al vaak gezocht naar een gebeurtenis na Zacharia die er op zou wijzen dat de voorspelling van Zacharia zou zijn uitgekomen. Maar die gebeurtenis is nooit gevonden. Heeft de profeet het dan bij het verkeerde eind? Welnee, het is geen voorspelling en wie de profeten leest als voorspellers heeft het niet goed begrepen. Wat de profeet het volk van Israel voorhield houdt de Bijbel vandaag ook ons voor. En we hebben die boodschap maar al te hard nodig in onze dagen. Alles om ons heen hebben we en weten we immers te waarderen omdat we het lief hebben. Wie heeft nu niet de blauwe hemel met de witte wolken lief, wie kan nu niet genieten van alles wat de aarde aan goed te bieden heeft en wie heeft nu niet het leven lief. Alle liefde komt van God en alles wat we lief hebben kregen we van God.

Maar die liefde dreigt onder de voet te worden gelopen. Door die liefde weten we te delen met onze naaste, degene die we liefhebben als onszelf. Daarmee volgen we de Wet die in Jeruzalem wordt bewaard, de Wet waar alle volken zich aan zouden moeten spiegelen, ze moeten zich naar Jeruzalem wenden. Maar Jeruzalem dreigt onder de voet te worden gelopen. In plaats van delen met elkaar proberen de volken elk voor zichzelf te zorgen en elkaar daarvoor te gebruiken en te misbruiken. De profeet belooft nu dat de volken zich zullen vertillen aan de poging om de liefde tussen de volken uit te bannen. Juist als de pogingen het sterkst lijken dan kijkt God met liefde naar zijn volk, dan kijken mensen met liefde naar de slachtoffers, daar waar de Wet van eerlijk delen geldt daar ligt onze kracht. Dan gaat er een licht op over de minsten, een licht dat ook warmte geeft, het licht van de liefde, dan wordt er gedeeld van wat er is.

Daarvoor heb je geen grote machtige steden voor nodig, geen machtige landen, dorpen, kleine leefgemeenschappen zijn daarvoor genoeg. Daar waar mensen elkaar nog kennen en bereid zijn voor elkaar in te staan zal het beginnen. Het verhaal van recht en gerechtigheid zoals dat in het verhaal van Koning David werd verteld zal het leidend verhaal zijn. Dan zullen de zwaksten net zo sterk zijn als David. Dat is een belofte waar we ons aan kunnen vasthouden. Nu de leiders van de wereld bezig zijn hun financiële systeem te redden en geen oog lijken te hebben voor de geldwoestijnen waarin miljoenen armsten van de wereld leven. Nu economische en financiële crises de voedselcrisis overschaduwen kunnen we met verdubbelde ijver streven naar eerlijke handelsverhoudingen waarin echt iedereen mee kan doen en ook de armsten in de wereld tot hun recht komen. Juist in deze donkere dagen van economische onzekerheid kunnen we het licht laten schijnen van eerlijk delen, recht doen aan mensen en iedereen mee laten doen.