Selecteer een pagina

Daniël 6: 11-18

11 Toen Daniël hoorde van het besluit dat op schrift gesteld was, ging hij naar zijn huis. In zijn bovenvertrek had hij in de richting van Jeruzalem open vensters. Daar knielde hij neer, bad tot zijn God en prees hem, precies zoals driemaal per dag zijn gewoonte was. 12 Maar toen drongen de mannen zijn huis binnen en troffen Daniël aan terwijl hij tot zijn God bad en hem prees. 13 Ze gingen onmiddellijk naar de koning en wezen hem op het koninklijk besluit: ‘Hebt u geen verbod op schrift laten stellen dat ieder mens die de komende dertig dagen een verzoek tot een god of een mens richt in plaats van tot u, majesteit, in de leeuwenkuil zal worden geworpen?’ De koning antwoordde: ‘Die verordening ligt even vast als elke wet van de Meden en de Perzen, ze kan niet worden herroepen.’ 14 Toen zeiden ze tegen de koning: ‘Daniël, een van de Judese ballingen, slaat geen acht op u, majesteit, noch op het besluit dat u op schrift hebt laten stellen; driemaal daags verricht hij zijn gebed.’ 15 De koning was zeer ontstemd toen hij deze beschuldiging hoorde, en hij zon op middelen om Daniël te redden. Tot zonsondergang deed hij alles wat in zijn macht lag om Daniël te beschermen. 16 Maar de mannen drongen bij de koning aan en zeiden: ‘Bedenk, majesteit, dat geen verbod of besluit dat de koning heeft uitgevaardigd veranderd kan worden; het is een wet van de Meden en de Perzen.’ 17 Hierop gaf de koning bevel Daniël te halen en hem in de leeuwenkuil te werpen. De koning zei tegen Daniël: ‘Uw God, die u zo vasthoudend dient, zal u redden!’
18 Er werd een steen gebracht waarmee de opening van de kuil werd afgedekt, en de koning verzegelde die met zijn zegelring en met de zegelring van zijn machthebbers, om te verhinderen dat iemand iets aan Daniëls omstandigheden zou veranderen.

Jaloezie en wetten waarop geen uitzonderingen kunnen worden gemaakt, het zijn twee onderwerpen die in dit verhaal tegelijk worden behandeld. Koning Darius wilde Daniël aanstellen als opzichter over al die mensen die namens hem de Koninklijke macht uitoefenden. Voor veel van die satrapen was dat een hard gelag. Kun je dan nog extra belasting heffen die jou tot een rijk man maken? Kun je dan nog vriendjes bevoordelen zodat je positie wordt versterkt? Ze gaan eerst maar eens op zoek naar de fouten die aan Daniël zelf kleven. Maar die zijn niet te vinden. Daniël is een groente etende en water drinkende wijze die antwoord geeft op vragen maar voor zichzelf eigenlijk nooit wat vraagt. Hij vertelde Koningen zelfs wat die eigenlijk niet wilden horen.

Wegwerken is dus het parool. Uitingen van geloof zijn in onze dagen net zo omstreden als in dit verhaal over Daniël. Nu is het in onze dagen zogenaamd niet de grootste machthebber naar wie je moet luisteren en aan wie je alle verzoeken moet voorleggen. Maar we hebben de menselijke rede tot grootste machthebber gemaakt. En de menselijke rede lijkt alleen rekening te houden met eigenbelang. Als het voor mij goed is dan is het voor iedereen goed is de slagzin van de huidige vorm van menselijke rede. Een Bijbels gegeven als “van delen wordt je rijker” of “zorg voor de armsten en de minsten bezorgt je vrede” wordt merkwaardiger wijze als onredelijk afgewezen. Gevaarlijk wordt dit pas als er wetten worden gemaakt waarop geen uitzonderingen mogelijk zijn.

Sluit misdadigers op wat ze ook gedaan hebben en laat ze nooit meer vrij. Ondanks het verhaal over Daniël en zijn aanbidding van de God van Israël hoor je dat toch regelmatig. Het ligt nog lang niet vast in de wet, integendeel iedereen heeft recht op een tweede kans, maar je hoort het steeds vaker, De straf voor Daniël is ook dat hij wordt weggewerkt. Letterlijk, een deksel op de put met zegel en al afgesloten maakt dat niemand meer voor Daniël zal opkomen. Het is alsof hij de klokkenluider is die de misstanden in zijn Rijk of zijn organisatie naar buiten heeft gebracht. In onze samenleving wordt zo’n klokkenluider zorgvuldig de grond ingeboord ook al heeft de hele samenleving geweldig veel baat gehad bij het bericht dat de klokkenluider heeft verspreid. Daniël blijft vertrouwen op de God van Israël en als hij dat kan moeten wij dat ook maar kunnen. Het kwade bestrijden door het goede te doen blijft onze opdracht, elke dag weer, ondanks de tegenstand, maar ook vandaag weer.