Selecteer een pagina

Hosea 9:1-9

1 Wees maar niet zo vrolijk, Israël, houd ermee op zo te jubelen als de andere volken: in overspel heb je je God verlaten; je was altijd uit op hoerenloon, overal waar graan werd gedorst. 2  Dorsvloer en perskuip zullen hun niet langer gunstig gezind zijn, de wijnoogst zal hen teleurstellen. 3  Ze blijven niet in het land van de HEER: Efraïm zal terugkeren naar Egypte, onrein voedsel eten in Assyrië. 4  Het is als brood in een sterfhuis: wie het eet wordt onrein. Ze zullen de HEER geen wijnoffers brengen, hem met hun offers niet meer behagen. Het brood stilt alleen nog maar hun honger, het komt het huis van de HEER niet in. 5  Wat moeten jullie dan nog op hoogtijdagen of op feestdagen ter ere van de HEER? 6  En degenen die de ondergang ontlopen, vinden onderdak in Egypte: graven genoeg daar in Memfis, voor hen en hun kostbare zilver. Dorens en distels zullen hen en hun huizen overwoekeren. 7 Het is tijd voor de afrekening, de tijd van de vergelding is daar, laat Israël dat beseffen! Jullie zeggen: ‘Die profeet is gek! Die ziener heeft zijn verstand verloren!’ Ja, dankzij al jullie zonden en vijandigheid. 8  De profeet die in dienst van God waakt over Efraïm, vindt op al zijn wegen hinderlagen en stuit tot in het huis van zijn God op vijandigheid. (NBV) 

Elk jaar wordt in Israël in de herfst een godsdienstig feest gevierd. Het is een hoogfeest dat niet in de Christelijke traditie is opgenomen. Van de takken en bladeren van de bomen worden hutten gemaakt, loofhutten en een gedeelte van de oogst van fruit en noten wordt geofferd. Tegelijk wordt herdacht hoe het volk Israël door de woestijn was getrokken naar een land dat overvloeit van melk en honing. In dit feest werd iedereen weer gelijk, zoals iedereen ook gelijk was geweest in de woestijn. Hosea sluit in dit gedeelte aan bij de gebruiken van het loofhuttenfeest. 

De profeet neemt het woord op een typische feestplaats, de dorsvloer. De dorsvloeren waren in een heuvelachtig land bij uitstek plaatsen om samen feest te vieren. Overal waar graan werd gebouwd kon je ze terug vinden. Vanouds hadden die dorsvloeren ook een religieus karakter. Pas op de dorsvloer bleek immers hoe groot de oogst echt was. Daar moesten dan ook de offers worden gebracht aan de goden van de vruchtbaarheid. Overspel noemt de profeet dat en de oogst is dan het hoerenloon. De God van Israël wil helemaal geen offers maar wil gerechtigheid. 

Omdat de wijn en het brood aan andere goden is opgedragen is het onrein. Het snijd je af van het verbond met de God van Israël. Het heeft dan ook geen enkele zin om de feestdagen van die God te vieren. Wat je op die feestdagen doet draagt alleen maar bij aan de onreinheid. In werkelijkheid raakt het volk weer in de situatie die het ook uit Egypte kende. Slavernij bij het uitvoeren van werk en de dood  als beloning. Dit kan nooit goed aflopen. Je kunt wel zeggen dat de profeet gek is maar daarom is zijn boodschap niet minder waar. Het rare is dat wij op dezelfde weg lijken te zijn. Wij putten de aarde uit en vervuilen de lucht zo dat ze soms niet meer te ademen is. Wetenschappers die op de veranderingen in klimaat wijzen worden voor gek verklaard en zelfs eenvoudige maatregelen als minder hard in de auto rijden worden verguisd.