Selecteer een pagina

Daniël 4:25-34

26 Twaalf maanden later, toen de koning op het dak van het koninklijk paleis van Babel liep te wandelen, 27 zei hij: ‘Is Babel niet indrukwekkend, de koningsstad die ik door mijn grote macht heb gebouwd tot eer van mijn majesteit?’28 De koning had deze woorden nog niet gesproken, of er klonk een stem uit de hemel: ‘Dit wordt u aangekondigd, koning Nebukadnessar: Het koningschap is u ontnomen. 29 U wordt verstoten door de mensen; u zult leven onder de dieren van het veld en u zult gras eten als de runderen. Zo zullen zeven jaren voorbijgaan, totdat u erkent dat de hoogste God boven het koningschap van de mensen staat en dat hij bepaalt aan wie hij het verleent.’ 30 En op hetzelfde ogenblik werd het vonnis over Nebukadnessar voltrokken. Hij werd door de mensen verstoten, hij at gras als de runderen, zijn lichaam werd vochtig van de dauw van de hemel, en ten slotte was zijn haar even lang als de veren van een arend en waren zijn nagels uitgegroeid als de klauwen van een vogel. 31 Maar toen de zeven jaren verstreken waren, sloeg ik, Nebukadnessar, mijn ogen naar de hemel op en keerde mijn verstand in mij terug. Ik prees de hoogste God, ik roemde en verheerlijkte de eeuwig Levende: zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij en zijn koningschap duurt van generatie tot generatie voort. 32 De mensen op aarde zijn slechts nietige wezens; hij doet met de hemelse machten en met de mensen op aarde wat hij wil. Er is niemand die hem kan tegenhouden of tegen hem kan zeggen: ‘Wat hebt u gedaan?’ 33 Op hetzelfde moment dat ik mijn verstand terugkreeg herwon ik, tot eer van mijn koningschap, ook mijn majesteit en luister. Mijn raadsheren en machthebbers zochten mij weer op, mijn koningschap werd in ere hersteld en mijn macht nam zelfs nog toe. 34 Ik, Nebukadnessar, roem, verhef en verheerlijk nu de koning van de hemel. Al zijn daden zijn juist en zijn paden recht. Wie hoogmoedig zijn, kan hij vernederen. (NBV)

Het literair mooie van dit verhaal is dat het gedeelte waarin vertelt wordt over de vernedering van de Koning niet meer door de Koning verteld wordt maar namens de Koning. Hier is de Koning niet aan het woord maar wordt er over de Koning verteld dat hij op het dak van zijn paleis liep en opschepte over alles dat hij bereikt zou hebben. Maar ook deze Koning vergeet dat hij geen steen op de andere gezet heeft, hij vergeet dat het gewone arme mensen zijn geweest die zijn bouwwerken hebben gemaakt, die de grondstoffen hebben aangevoerd, die hongerden en dorsten in hitte en kou en opgejaagd werden door zijn opzichters.

Veel mensen vinden dit een raar verhaal. Een koning die maanziek wordt en zeven jaar verdwijnt dat kan toch niet. Toch gaat er in de Oud-Perzische literatuur een verhaal rond over een koning die de godsdienst wilde veranderen. Niet langer zou Mardoek de dondergod moeten worden aanbeden maar de maangodin Sin. Die koning trok zich terug in een oase ergens ver weg in de woestijn en werd inderdaad maanziek. Godsdienst speelt ook bij de machtigen een belangrijke rol. Je moet in jezelf geloven, of in een macht die jou gezonden heeft om de hele wereld te redden, of zoals Nebukandnessar geloofde dat hij de hele wereld moest verfraaien en daarvoor de wereld ook bepaalde.

Het zijn de CEO’s van vandaag die handelen en opscheppen als Nebukadnessar en zichzelf bonussen toekennen voor het werk dat hun ondergeschikten, hun loonslaven, hebben gedaan. Ook voor hen geldt de raad van Daniël, te zorgen voor de armen en rechtvaardig besturen met oog voor de gevolgen voor de samenleving. Het zou kunnen dat hen overkomt wat de Koning overkomt, dat ze struikelen en gras moeten eten tot ze snappen dat dienend besturen de enige manier is om echt macht uit te oefenen. Wij kunnen het ze net als Daniël elke dag weer voorhouden, ook vandaag weer.