Selecteer een pagina

Daniël 2:24-35

24 Toen ging Daniël naar Arjoch, die van de koning opdracht had gekregen de wijzen van Babylonië ter dood te brengen. Hij ging naar hem toe en zei: ‘Breng de wijzen van Babylonië niet ter dood. Leid mij voor de koning. Ik zal de droom van de koning duiden.’ 25 Arjoch leidde Daniël zo snel hij kon voor de koning en zei tegen hem: ‘Ik heb onder de Judese ballingen iemand gevonden die de droom van de koning kan uitleggen.’26 De koning vroeg Daniël, die ook Beltesassar genoemd werd: ‘Kunt u me werkelijk vertellen wat ik heb gedroomd en wat die droom betekent?’27 Daniël antwoordde de koning: ‘Wijzen, bezweerders, magiërs noch toekomstvoorspellers kunnen het mysterie dat de koning wil begrijpen aan hem onthullen. 28 Maar er is een God in de hemel die mysteries onthult. Hij heeft koning Nebukadnessar laten weten wat er aan het einde van de tijd zal gebeuren. De droom en de visioenen die tijdens uw slaap in u opkwamen, waren deze: 29 Tijdens uw slaap, majesteit, kwamen gedachten bij u op over wat er in de toekomst gebeuren zal; hij die mysteries onthult, heeft u laten weten wat de toekomst zal brengen. 30 Dit mysterie is mij onthuld, niet door enige wijsheid die ik op anderen voor zou hebben, maar opdat ik de uitleg aan de koning zou overbrengen en u zou begrijpen wat er in uw hart omgaat. 31 U, majesteit, hebt een visioen gehad. U zag een groot beeld. Dat beeld was reusachtig en bezat een prachtige glans. Het stond voor u en de aanblik ervan was afschrikwekkend. 32 Het hoofd van het beeld was van zuiver goud, zijn borst en armen waren van zilver, zijn buik en lendenen van brons, 33 zijn benen van ijzer, zijn voeten deels van ijzer, deels van leem. 34 U zag hoe een steen losraakte, zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam, hoe de steen tegen de ijzeren en lemen voeten van het beeld sloeg en ze verbrijzelde. 35 Op hetzelfde ogenblik verpulverden het ijzer, leem, brons, zilver en goud. Het werd als kaf op een dorsvloer in de zomer; de wind voerde het mee, totdat er geen spoor meer van te vinden was. Maar de steen die tegen het beeld was geslagen, werd een hoge berg die de hele aarde bedekte. (NBV)

Wat voor licht ging Daniël op in de nacht toen hij aan de God van Israël vroeg wat die Koning nu eigenlijk gedroomd had. Nu die Koning was een Koning van de Perzen. De Perzen geloofden dat een volk het recht had andere volken aan zich te onderwerpen als dat volk sterker was. Het recht van de sterkste was het recht dat op aarde diende te heersen. Van een volk met lemen voeten had dat volk van Perzen zich opgewerkt tot een volk met een gouden hoofd. Het was een wereldrijk geworden dat alle volken en alle goden aan zich had onderworpen. Als dat waar was dan kon het omgekeerde ook waar zijn. Stel er komt een volk of een macht die sterker is als het volk van de Perzen, dan wordt heel dat bouwwerk van de wereldmacht in elkaar gestort. Dat zou die koning gedroomd moeten hebben, hij stond immers op het hoogtepunt van zijn macht.

Daniël gaat daarom naar de Koning en vertelt hem dat het verhaal van de God van Israël duidelijk maakt hoe de wereld in elkaar zit en waar je op moet letten. En dan krijgen we het verhaal over het standbeeld dat wordt verpletterd. Het hoofd van goud, borst en armen van zilver, buik en lendenen van brons, benen van ijzer en voeten van leem en ijzer. Een man op lemen voeten heeft zelfs onze spreekwoorden gehaald. De uitleg van Daniël bewaren we nog even. Maar dat heersers en machthebbers zich moeten spiegelen aan die geschiedenis van mensen met de God van Israël is duidelijk. Het zal duidelijk zijn dat Daniël gedacht moet hebben aan het feit dat alle macht op aarde gegeven is aan de God van Israël, de schepper van hemel en aarde. Als de Perzen het sterkste volk zouden willen blijven dan zouden ze zich moeten richten naar de God van Israël.

Want hoe vergaat het bijvoorbeeld heersers die zich niet houden aan het “Gij zult niet doden”. Wat zijn heersers waard die hun volk laten beschieten als het in verzet komt, hoe loopt het met hen af? Nebukadnessar was verontrust geraakt over de mogelijkheid dat het beeld dat hij van zichzelf had verpulverd zou kunnen worden. Vandaag is de vraag of wij ons dat bewust zijn en wat wij doen met heersers die zich niets aantrekken van het gebod van de God van Israël hun naaste lief te hebben als zichzelf. We zien dat mensen in beweging komen tegen de ongebreidelde macht die machthebbers zich soms zelf toedelen. Belarus, het wit Rusland, is daarvan een recent voorbeeld. Hoe het zit met de macht, wordt de macht nog uitgeoefend samen met de bevolking zijn vragen die gesteld worden. Wij mogen ons elke dag die vragen stellen. Ook vandaag weer dus.