Selecteer een pagina

Matteüs 9:1-8

1 Hij stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad. 2  Daar probeerden een paar mensen een verlamde bij hem te brengen die op een draagbed lag. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.’ 3  Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Wat een godslasterlijke taal! 4  Jezus doorzag hun gedachten en zei: ‘Waarom hebt u zulke boosaardige gedachten? 5  Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”? 6  Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ 7  En hij stond op en ging naar huis. 8  Bij het zien hiervan werden de mensen met ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan mensen heeft verleend. (NBV) 

In het algemeen spreekt men graag over de wonderen die Jezus van Nazareth heeft gedaan, maar als je het op je in laat werken is het vaak veel wonderbaarlijker dat we er zelf zo weinig van bakken. Stel je nou voor dat vrienden een zieke bij je brengen. Een zieke die gelooft dat de ziekte komt door wat de ouders fout gedaan hebben, en wat de zieke zelf zoal fout heeft gedaan. Wij weten wel dat ziekte volstrekt niet komt door wat je fout gedaan hebt. Dat was wel de vraag bij de zieke die bij Jezus van Nazareth werd gebracht. Jezus van Nazareth begon gewoon met iets aardigs te zeggen, je zonden zijn je vergeven. Natuurlijk God straft niet met ziekten en kwalen en wat je fout hebt gedaan weet je zelf als eerste en pas op het einde der tijden komt ook de eindafrekening.  

Daar werd zo over gemopperd dat het bijna een rel werd. We kennen het wel, hoe kunnen we nou aardig zijn voor iemand die dat schijnbaar niet verdient, hoe kunnen we opkomen voor een asielzoeker of een ex-gedetineerde bijvoorbeeld. Misschien is die asielzoeker wel een gelukszoeker en blijkt die ex-gedetineerde een crimineel te zijn gebleven. Toen Johannes de Doper gevangen was genomen was Jezus ondergedoken in Kafernaüm, dat betekent “huis van troost”. En troost wordt daar gegeven. Zieken, vooral chronisch zieken, hebben het ook in onze samenleving niet gemakkelijk. Ze zitten vast aan een eigen risico en ondanks toezeggingen in de Kamer krijgen ze eigenlijk niks terug.

 Chronisch zieken kunnen hun ziektekosten niet beïnvloeden, ze zijn er soms voor hun leven van afhankelijk. Vrienden zijn dus heel erg belangrijk om een plaats in de samenleving te kunnen behouden. Voor veel zieken geldt overigens dat er veel vrienden zijn en dat zij zich niet beschroomd hoeven te voelen een beroep te doen op die vrienden, de meeste vrienden doen het graag en worden zelfs boos als ze niet om hulp worden gevraagd wanneer die hulp nodig is. Wij noemen dat mantelzorg en van de bereidheid mantelzorg te geven wordt ruim misbruik gemaakt door de rijken die de professionele zorg voor anderen te duur vinden worden. Om echte zorg te organiseren moeten we misschien af van mantelzorg maar onze stem verheffen en de samenleving baseren op delen voor en met elkaar. Maar de hele samenleving vernieuwen is nog wat anders nietwaar. Iedereen kan uiteindelijk vriend zijn, maar dan moet iedereen ook afzien van het oordelen over anderen.