Selecteer een pagina

Jozua 7:1-15

1 Maar Israël schond de ban. Er was een zekere Achan: hij was een zoon van Karmi, die een zoon was van Zabdi, de zoon van Zerach, en hij was afkomstig uit de stam Juda. Deze Achan vergreep zich aan de goederen die onvoorwaardelijk aan de HEER gewijd waren. Hierop ontstak de HEER in woede tegen het volk van Israël. 2 Jozua stuurde een paar mannen van Jericho naar Ai, dat bij Bet-Awen ligt, ten oosten van Betel. Hij droeg hun op dat gebied te verkennen. De mannen verkenden Ai, 3 en toen ze teruggekomen waren rapporteerden ze aan Jozua: ‘U hoeft niet het hele leger naar Ai te laten uitrukken. Zo’n twee- of drieduizend man is voldoende om de stad te verslaan. Het is echt niet nodig dat u het hele leger met een veldtocht naar die stad vermoeit, want Ai heeft maar weinig inwoners.’ 4  Er gingen toen een drieduizend man. Maar ze werden op de vlucht gejaagd door het leger van Ai, 5  dat hen achtervolgde vanaf de poort tot op de helling even voorbij het ravijn. Daar doodde het zesendertig man. Toen sloeg de angst het volk om het hart en het werd radeloos. 6   Jozua en de oudsten van Israël scheurden hun kleren, wierpen zich voor de ark van de HEER ter aarde en gooiden stof over hun hoofd. Zo bleven ze tot de avond liggen. 7  Jozua riep uit: ‘Nee, HEER ! Nee, mijn God! Waarom hebt u dit volk eigenlijk de Jordaan laten overtrekken? Alleen om ons over te leveren aan de Amorieten en ons door hen te laten doden? Waren we maar zo verstandig geweest aan de overzijde van de Jordaan te blijven. 8  Ach Heer, wat kan ik anders zeggen nu Israël voor zijn vijanden op de vlucht geslagen is? 9  Als de Kanaänieten en alle andere inwoners van dit land het horen, zullen ze ons van alle kanten aanvallen en onze naam van de aardbodem wegvagen. En hoe wilt u dan uw grote naam instandhouden?’ 10 De HEER sprak hierop tot Jozua: ‘Sta op! Wat lig je daar nu op de grond! 11  Israël heeft gezondigd. Ze hebben het gewaagd de regels van het verbond te overtreden die ik hun gegeven heb. Ze hebben zich vergrepen aan de goederen waarop mijn ban rustte. Ze hebben die gestolen, en dat ook nog eens proberen te verdoezelen door ze tussen hun eigen bezittingen te verbergen. 12  Daarom kan het volk van Israël niet standhouden tegen zijn vijanden. Het zal voor zijn vijanden op de vlucht slaan, omdat het nu zelf aan de vernietiging is prijsgegeven. Ik zal jullie niet meer bijstaan als jullie je niet van de gestolen goederen ontdoen. 13  Zorg ervoor dat het volk zich reinigt. Geef het volgende bevel: “Wees morgen rein, want dit zegt de HEER, de God van Israël: jullie hebben goederen in je bezit waarop mijn ban rust, Israëlieten. Jullie zullen niet kunnen standhouden tegen je vijanden totdat jullie die hebben weggedaan. 14  Treed morgenochtend aan volgens jullie stammen. De stam die de HEER aanwijst moet volgens de geslachten aantreden. En het geslacht dat de HEER aanwijst moet volgens de families aantreden. En van de familie die de HEER aanwijst moeten de mannen aantreden. 15  Dan moet degene die wordt aangewezen als de schuldige, verbrand worden, hij en al de zijnen, want hij heeft het verbond met de HEER geschonden. Wat hij gedaan heeft is voor het volk van Israël een schanddaad.”’ (NBV)

Rond de Franse revolutie was er een filosoof die riep dat eigendom diefstal was. Hij wilde alle eigendom afschaffen. Nu wil de Bijbel zeker niet zo ver gaan maar diefstal is onrecht. Israël heeft het land Kanaän niet gekregen om zich op een gewelddadige manier te kunnen verrijken. Het land dat overvloeit van melk en honing zou een land van delen en gerechtigheid moeten worden. De verovering van Jericho zou model moeten staan voor de verovering van heel Kanaän. Het geweld ging niet van het volk uit. Het hele volk nam deel aan de ceremonie waarmee de stad veranderd werd in een puinhoop. En de belofte van leven aan hen die willen delen wordt gestand gedaan, Rachab en haar familie werden gered. Alle buit, het goud, het zilver, het koper en het brons waren voor de God van Israël. Het volk zou het land moeten bewerken en er op vertrouwen dat het land zoveel zou opbrengen dat ze er van zouden kunnen leven. Bij het Pesachmaal hadden ze daar al een eerste teken van gehad.

Nu kwam de volgende stap in de verovering van Kanaän. En nu bleek dat Israël het gebod uit Deuteronomium om de ongerechtigheid uit haar midden te verwijderen niet nagekomen was. Er was een zekere Achan en die had zich vergrepen aan de goederen die voor de God van Israël bestemd waren. Had men op elkaar gelet? Had men elkaar geholpen om te leven naar de Tora? Heeft men de les van Jericho geleerd? Het lijkt er niet op. Opnieuw stuurt Jozua verspieders om het land te verkennen. Dat land laten ze links liggen, ze verkennen de stad Ai. Dat is geen grote machtige stad als Jericho was geweest. Dat zouden ze zelf wel even kunnen veroveren, daar had je niet het hele volk voor nodig, zelfs niet het hele leger. Maar het werd een smadelijke nederlaag. Nu het volk zich had gedragen als het volk van Kanaän, niet delen, geen gerechtigheid maar stelen en onrecht, was het gevolg hetzelfde, het volk sidderde van angst. Zou men net als Jericho omsingeld kunnen worden? Jozua roept de God van Israël aan die hem wijst op de ongerechtigheid en hem opdraagt te doen wat de Tora vraagt, de ongerechtigheid uit Israël te verwijderen. Stam voor stam, familie voor familie, man voor man.

Hebzucht regeert ook in onze dagen de samenleving. De kosten van de gezondheidszorg rijzen de pan uit, maar de managers in de gezondheidszorg krijgen beloningen die ver uitstijgen boven de normen die in ons parlement aanvaardbaar worden geacht. Hetzelfde geld voor de managers bij de woningcorporaties, ook al wordt er geklaagd over een gebrek aan sociale huurwoningen. Hetzelfde geld voor bankdirecteuren, hoewel de banken wankel zijn en gesteund moesten worden door de armen via hun belastingen. Hetzelfde geld voor de managers in het bedrijfsleven, die met elkaar zoveel verdienen dat met hun beloningen de werkloosheid zou kunnen worden opgeheven. De diefstal die op de maatschappelijke nood wordt gepleegd voorkomt in hoge mate dat onze maatschappelijke problemen kunnen worden opgelost. De mensen die dikke rapporten schrijven waarin staat dat er flink bezuinigd moet worden om gezondheidszorg, veiligheid en arbeid betaalbaar te houden steken zelf onverantwoord grote bedragen in de zak om die rapporten te schrijven. Ook wij worden dus opgeroepen de ongerechtigheid uit onze samenleving te verwijderen. Anders wordt het bij ons net zo’n grote puinhoop als in Jericho. Gelukkig mogen we elke dag opnieuw beginnen om er wat aan te veranderen, ook vandaag weer en zeker morgen.