Selecteer een pagina

Psalm 47

1  Voor de koorleider. Van de Korachieten, een psalm. 2 Klap in de handen, o volken,  juich God toe met jubelzang:  geducht is de HEER, de Allerhoogste, machtige koning van heel de aarde. 4 Volken dwong hij voor ons op de knieën, naties legde hij aan onze voeten. 5 Hij koos voor ons een eigen land, de trots van Jakob, het volk dat hij liefheeft. sela. 6 Onder gejuich steeg God omhoog, de HEER steeg op bij hoorngeschal. 7 Zing voor God, zing een lied, zing voor onze koning, zing hem een lied: 8 God is koning van heel de aarde. Zing een feestelijk lied. 9 God heerst als koning over de volken, God zetelt op zijn heilige troon. 10 De vorsten van de volken zijn bijeen in het gevolg van Abrahams God. Zijn schildwachten zijn ze op aarde. Hoog is hij verheven. (NBV) 

Het zijn vreemde dagen in deze tijd. Onze bewegingen en contacten met anderen worden bepaald door een vreemd en bijna onbedwingbaar virus. Gisteren vierden we dat Jezus van Nazareth ons in de steek liet, om ons op eigen benen te zetten. Vandaag zingen met de kerk een lied mee, een psalm. Een psalm van de Korachieten. Dat waren dienaren van de Tempel en zij hadden als bijzondere taak de drempels, ofwel de ingang, van de Tempel te bewaken. zij maakten dus uit wie er wel en wie er niet de Tempel in Jeruzalem binnen mocht. Ze hadden die taak overigens al sinds het volk door de woestijn trok en de Heilige Tent had gebouwd om het verbond met hun God te bewaren. 

In deze psalm zingen ze dat iedereen van de hele wereld welkom is. De vorsten van alle volken zijn immers bijeen in het gevolg van Abraham en de kinderen van Abraham vormen het volk Israel dat de Tempel als centraal heiligdom heeft. Het is daarmee een psalm die ongetwijfeld een rol heeft gespeeld in de discussie onder de volgelingen van Jezus van Nazareth na Pinksteren. We hebben hier de afgelopen tijd gelezen dat al heel snel Grieken, Samaritanen en Romeinse bezetters bij de nieuwe beweging werden betrokken en dat dat nogal veel onrust veroorzaakte. We zagen dat Barnabas naar Antiochië werd gestuurd omdat daar alle deuren werden open gezet en de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd, zo wordt dat ten minste meestal vertaald. 

Christenen hebben geleerd, en de Joden wisten het altijd al, dat alle volken van de wereld onder de heerschappij van God, onder de macht van Liefde, zijn gesteld. Alle mensen zijn zusters en broeders, alle mensen horen bij elkaar. Als je die regel niet volgt dat weten uit de vorige eeuw maar al te zeer waar dat op kan uitlopen. Dan stelt op een kwade dag zo’n lafhartige broekenpisser, die zich in de Tweede Kamer van angst overschreeuwt, opnieuw voor om de zogenaamde vreemdelingen in ons land op een vlot te zetten de Noordzee op met de opdracht terug te gaan naar het land van hun voorvaderen. We vieren vandaag de bevrijding van die angst. Velen hebben hun leven overgehad voor de vrijheid die we nu hebben en die we moeten zien door te geven aan toekomende generaties. Voor de gelovigen in de God van Israël betekent dat zijn richtlijnen voor de menselijke samenleving vasthouden, maaltijd houden dus met de armen maar ook met de vreemdelingen en dan die God loven voor de vrijheid die zijn richtlijnen ons allemaal schenken.