2 Samuel 2:1-11

1 Enige tijd later wendde David zich tot de HEER en vroeg: ‘Zal ik naar Juda gaan?’ ‘Goed, ‘antwoordde de HEER. ‘Naar welke stad zal ik gaan?’ vroeg David, en de HEER antwoordde: ‘Naar Hebron.’ 2  Daarop trok David naar Hebron. Hij nam zijn beide vrouwen mee, Achinoam uit Jizreël en Abigaïl, de vroegere vrouw van Nabal uit Karmel, 3  en ook zijn aanhangers met hun families. Zij allen vestigden zich in Hebron en de omliggende dorpen. 4  De Judeeërs kwamen naar Hebron en zalfden David tot koning van Juda.  Men vertelde aan David dat Saul door de bevolking van Jabes in Gilead was begraven. 5  David stuurde afgezanten naar Jabes in Gilead met de boodschap: ‘Wees gezegend door de HEER, omdat u trouw hebt bewezen aan uw heer Saul en hem begraven hebt. 6  Moge de HEER u allen daarom goed behandelen en u trouw bewijzen. Ook ik wil u hierbij mijn vriendschap aanbieden. 7  Wees dapper en houd moed, want ook al is uw heer Saul dood, het volk van Juda heeft nu mij tot hun koning gezalfd.’ 8 Intussen was Sauls zoon Isboset door Abner, de zoon van Ner en opperbevelhebber van Saul, naar Machanaïm gebracht 9  en door hem uitgeroepen tot koning van Gilead, van Aser en Jizreël, van Efraïm en Benjamin, kortom, van heel Israël. 10  Isboset was veertig jaar oud toen hij koning over Israël werd, en hij regeerde twee jaar. Maar Juda stond achter David 11  Vanuit Hebron regeerde David zeven jaar en zes maanden over Juda. (NBV) 

Er zijn van die groepen en sektes die zich Christelijk noemen maar eigenlijk door en door Heidens zijn. Ze beloven gouden bergen als je maar gaat geloven in de Heere Jezus, of gewoon in Jezus. Je ziekten verdwijnen, je schulden worden afgelost, je hoeft niet meer bang te zijn voor de hel, niemand kan je meer wat maken en het materieel gewin stroomt bij je binnen. Hun geloof is het geloof dat in Kanaän werd beleden door de aanhangers van Baäl en Astarte. Het is het geloof in de afgoden waar de Hebreeuwse Bijbel en de Bijbel van de Christenen zich hardnekkig tegen verzetten. Het verhaal dat we vandaag lezen is een mooi voorbeeld van dat verzet. Je zou immers verwachten dat, nu Saul en zijn zonen de dood gevonden hebben op het slachtveld, David juichend wordt binnengehaald in Israël als de nieuwe Koning, een Koning naar Gods hart. Daar zal die God van hem toch wel even voor zorgen. Niets is minder waar. 

David is niet meer dan een struikrover. Een dienaar van de Filistijnen die had moeten vluchten voor de grote koning Saul. Natuurlijk was er een tijd geweest dat het volk hem had toegezongen over zijn overwinningen. Maar nu aan het einde van Sauls bewind bleef er niet veel anders over dan een zwerver met een legertje van 600 mannen. Waar heen nu? Zou het Juda moeten worden? David kwam uit Bethlehem dus die vraag licht voor de hand. Het antwoord van God dus ook. Maar waar in Juda zal hij zich vestigen. En daarop komt een onverwacht antwoord. Het wordt Hebron. Natuurlijk, Hebron lag centraal in Juda en was een handelsstad. Maar in Hebron lagen ook Abraham en Sara begraven net als Iaäk en Jacob. Het was de plek waarop aan Ambraham het vaderschap van vele volken was beloofd. Daar had het nageslacht van Aäron een priesterlijk erfdeel. 

Hebron was ook een vrijstad. Verdachten die werden gezocht voor ernstige misdrijven vonden daar een veilig heenkomen. David was er heen gevlucht toen Saul hem beschuldigde van hoogverraad. David wordt  dus naar Hebron gestuurd en daar opnieuw tot Koning gezalfd, nu in het openbaar want bij de zalving door Samuël waren alleen zijn broers aanwezig geweest. David vestigt zich daar samen met twee van zijn drie vrouwen. Ook zijn legertje gaat in Hebrom wonen met hun gezinnen. Bij elkaar was het een hele invasie van Hebron. Dan biedt David zijn vriendschap aan aan Jabes, de stad die de lichamen van Saul en zijn zonen bij de Filistijnen had weggehaald en fatsoenlijk begraven. Ook in de dood blijft David Saul eren als gezalfde van God. Juda had David nu aanvaard als Koning. Maar de rest van Israël moest nog niks van David hebben. Belangrijker dus is voor ons de vraag hoe zou God dit van ons willen. Zetten wij ons ook in de traditie van Abraham, Izaäk en Jacob, volgens de leer van Mozes?