Selecteer een pagina

Exodus 26:1-14

1 De tabernakel moet je maken van tien geweven banen. Deze moeten vakkundig worden geweven van getwijnd linnen garen en van blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol, met een patroon van cherubs. 2 Alle banen moeten dezelfde afmetingen hebben: de lengte van iedere baan moet achtentwintig el zijn, de breedte vier el. 3 Zet vijf van deze banen aan elkaar, en doe hetzelfde met de andere vijf. 4 Aan de laatste baan van elk van de twee kleden die je zo krijgt, moet je lussen van blauwpurperen wol zetten: 5 vijftig lussen aan elk van beide kleden, zo dat ze precies tegenover elkaar komen te zitten. 6 Maak vijftig gouden haken en bevestig de kleden met deze haken aan elkaar, zodat de tabernakel één geheel is. 7 Maak banen van geitenhaar voor een tent die over de tabernakel heen komt. Het moeten er elf zijn, 8 allemaal van dezelfde afmetingen: de lengte van iedere baan moet dertig el zijn, de breedte vier el. 9 Zet vijf van deze banen aan elkaar, en de zes andere eveneens; de zesde moet, dubbelgeslagen, aan de voorkant van de tent komen. 10 Aan de laatste baan van elk van de twee kleden die je zo krijgt, zet je vijftig lussen. 11 Maak vijftig koperen haken en steek ze in de lussen om de delen te verbinden en van de tent één geheel te maken. 12 Wat het overschietende gedeelte van het tentkleed betreft: de extra halve baan moet aan de achterkant van de tabernakel afhangen, 13 en de el die in de lengte aan weerszijden overschiet, moet langs de zijkanten van de tabernakel afhangen om deze te bedekken. 14 Maak voor deze tent een dekkleed van rood geverfde ramsvellen en dek dat weer af met een kleed van zeekoevellen. (NBV)

Mozes laat niet zomaar een eigen verzonnen heilige tent maken. Hij beroept zich zeer uitdrukkelijk op een goddelijk plan. In deze Tent wil God het volk ontmoeten. Denk nu niet dat we die Tent aan de hand van dit ontwerp zomaar na kunnen bouwen. De Bijbel is geen geschiedenisboek waaraan archeologisch onderzoek ten grondslag ligt. Uit de tijd waarin Mozes geleefd zou hebben zijn verhuisbare heiligdommen bekend. In Egypte zijn ze teruggevonden en ook enkele buurvolken van Egypte gebruikten dergelijke heiligdommen. Maar ook die vondsten lossen de problemen niet op die je krijgt als je volgens de voorschriften die we hier gelezen hebben de Tent na wil bouwen.

Geleerden hebben wel verondersteld dat de beschrijving een samenvoeging is van twee tradities. De Tabernakel waar God zelf zou wonen en waar de tekst van het Verbond tussen God en zijn volk bewaard wordt, en de Tent der ontmoeting waar God zijn volk wil ontmoeten, een ontmoeting die altijd verbonden is met het Verbond dat gesloten is. En daarmee zijn we ook met de boodschap die in deze beschrijving ligt. God is groter dan wij ons kunnen denken, God laat zich daarom ook niet opsluiten in een tentje van menselijke makelij. Maar het Verbond dat die God met zijn volk gesloten heeft brengt die God naderbij. En dat Verbond laat zich volgens Jezus samenvatten in het “Heb God lief boven alles en uw naaste als Uzelf” Wat we moeten doen en hoe we dat moeten doen staat dus in deze samenvatting. Paulus zou er later op aandringen dit Verbond in je hart te laten beitelen.

Natuurlijk is er ook over het ontwerp wel iets te zeggen. De tent zelf bestaat uit drie gedeelten en alle goede dingen bestaan uit drieën niet waar. Als onderste materiaal, de binnenkant, het kostbare fijn linnen. Daarboven kleden van geitenhaar. Daarmee heb je een dubbele tent die ook bij de grote woestijnhitte toegankelijk blijft. Over deze lagen worden nog vellen aangebracht die de Tent beschermen tegen weer en wind. Een onomstotelijk en leefbaar Heiligdom ontstaat er op deze manier. Die onomstotelijkheid is daarmee de boodschap die ons wordt gebracht. Weer noch wind, hitte noch koude en waar je het verbond ook plaatst er is nooit een reden om af te wijken van het verbond met de God van Israël, andere goden te hulp roepen, of af te wijken van de liefde voor de naaste. Libanon heeft vandaag onze liefde nodig, en in Griekenland wachten 500 weeskinderen op onze liefde voor God.