Selecteer een pagina

Exodus 23:1-17

1 Onthoud je van lasterlijke aantijgingen. Maak geen gemene zaak met een misdadiger door iemand vals te beschuldigen. 2 Laat je er niet door de meerderheid toe overhalen iets onrechtvaardigs te doen, en als je in een rechtszaak getuigt, verdraai het recht dan niet door je naar de meerderheid te richten. 3 Iemand die arm is, mag je in een rechtszaak niet bevoordelen. 4 Wanneer je een verdwaald rund of een verdwaalde ezel van een vijand van je aantreft, moet je hem het dier zonder uitstel terugbrengen. 5 Wanneer je ziet dat de ezel van iemand met wie je in onmin leeft onder zijn last bezwijkt, mag je niet werkeloos toezien maar moet je hem meteen de helpende hand bieden. 6 Bij een rechtszaak moet je de rechten van de armen eerbiedigen. 7 Laat je niet beïnvloeden door valse aantijgingen en breng een onschuldige die in zijn recht staat niet ter dood; wie zich daaraan schuldig maakt, laat ik niet vrijuit gaan. 8 Neem geen steekpenningen aan, want steekpenningen maken zienden blind en maken eerlijke mensen tot leugenaars. 9 Vreemdelingen mag je niet uitbuiten. Jullie weten immers hoe het voelt om vreemdeling te zijn, omdat jullie zelf vreemdelingen zijn geweest in Egypte. 10 Zes jaar achtereen mag je je land inzaaien en de oogst binnenhalen. 11 Maar het zevende jaar moet je het land braak laten liggen en het met rust laten, dan kunnen de armen onder jullie ervan eten; wat zij nog overlaten is voor de dieren van het veld. Met je wijngaard en je olijfgaard moet je hetzelfde doen. 12 Zes dagen lang mag je werken, maar op de zevende dag moet je rust houden; dan kunnen ook je rund en je ezel uitrusten en kunnen je slaven en de vreemdelingen die voor je werken op adem komen. 13 Houd je verre van alles waarvoor ik jullie heb gewaarschuwd. Roep geen andere goden aan, laat hun naam niet over je lippen komen. 14 Driemaal per jaar moeten jullie ter ere van mij feestvieren. 15 In de maand abib, de maand waarin jullie uit Egypte weggetrokken zijn, moet je op de daarvoor vastgestelde dagen het feest van het Ongedesemde brood vieren. Eet dan zeven dagen lang ongedesemd brood, zoals ik je heb opgedragen. Niemand mag dan met lege handen voor mij verschijnen. 16 Verder moeten jullie het Oogstfeest vieren, het feest van de eerste opbrengst van wat je op de akker gezaaid hebt, en tot slot, wanneer aan het eind van het jaar de hele oogst is binnengehaald, het Inzamelingsfeest. 17 Driemaal per jaar dus moeten alle mannen voor de Machtige, de HEER, verschijnen. (NBV)

 Je bent zelf verantwoordelijk voor de dingen die je zegt of doet. In het gedeelte van vandaag ligt daar de nadruk op. Je mag je best aan iemand ergeren, je hoeft niet met iedereen bevriend te zijn, maar daarom hoef je over een ander geen laster te verspreiden. Laster is in dit geval het negatieve over een ander uiten als vaststaand dat je misschien aanvoelt maar niet echt kunt bewijzen. Eerlijkheid en rechtvaardigheid zijn eigenschappen die in de Bijbel zeer worden aanbevolen. Zo mag je best een misdadiger liefhebben en die op het rechte pad proberen te krijgen maar om die vriendschap te behouden gaat het toch echt te ver een ander vals te beschuldigen. De stelling dat je een meerderheid in het kwaad niet moet volgen is populair onder minderheden. Zij hoeven dan niet goed te vinden wat iedereen goed vindt. En daarin hebben ze volgens de Bijbel gelijk. Maar de vrijheid die de Bijbel schenkt aan iedereen geldt dus ook voor iedereen. Van deze stelling is onze norm voor de vrijheid van meningsuiting afgeleid. En die norm is best heel moeilijk vol te houden. Als iedereen de vrijheid heeft een eigen mening te uiten zonder zich iets aan te trekken van een meerderheid zou dus ook de mening dat een beweging als IS een goede beweging is in vrijheid verkondigd moeten kunnen worden.  

Dan zou dus ook de mening dat onze westerse samenleving met haar seksualisering van het uiterlijk vertoon in de maatschappij verdorven is en bestreden moet worden geuit moeten kunnen worden. Helaas gaat bijna een meerderheid in ons land daarin niet mee. Als die meningen gegrond zijn in de Koran, als men vindt dat die mening bij de Islam hoort dan wil men het uiten van die meningen verbieden. Onrechtvaardig dus en we zouden hierin de meerderheid niet moeten volgen. Er staan in het stuk van vandaag ook zaken die je niet zou verwachten. Je mag bijvoorbeeld een arme en zijn zaal in een rechtsgeding niet voortrekken. Je moet wel de rechten van de armen eerbiedigen. Hoe zit dat? Nu in een samenleving die de Bijbel ons voor houdt zijn geen armen. Dan wordt er zo voor mensen gezorgd dat ieder tot zijn of haar recht komt en niemand gebrek lijdt. Iemand bevoordelen omdat die arm is laat die iemand niet tot zijn of haar recht komen, arm zijn is immers onrecht. Behandel de ander dus zoals je zelf behandeld zou willen worden. In onze discussie over de integriteit van bestuurders is het verbod op het aannemen van steekpenningen op zijn plaats. Maar steekpenningen zijn vaak meer dan geld bedragen met een voor wat hoort wat karakter. Ook vriendschap met haar voordelen kan een steekpenning zijn. Wie bij jouw partij hoort heeft immers de goede kant gekozen? De Bijbel roept hier op daar los van te staan. 

Ze zeggen wel eens dat die gelovigen van die saaie serieuze mensen zijn. Hoe meer ze in de Bijbel lezen hoe ernstiger ze worden en hoe somberder ze gaan kijken. Nu is dat tegenwoordig een vooroordeel dat zeker voor Protestantse mensen niet meer opgaat maar er is ook wel een verklaring voor. In de Bijbel staan uitgebreide verhalen over feesten. Feesten die wij niet meer kennen maar die we maar al te graag zouden hebben. Lees het stukje van vandaag nog maar eens goed. Dat spreekt van een feest van een jaar lang. Een jaar lang niet zaaien, niet oogsten, het land braak laten liggen. Een jaar lang vakantie, eens in de zeven jaar. Veel mensen zouden dat graag willen. In banen waar men zich dat kan veroorloven hoor je dat ook nog wel eens, we nemen een Sabbatsjaar heet dat dan, een jaar om wat anders te gaan doen, een jaar om je te bezinnen op de manier waarop je je leven hebt ingericht. De armen onder ons kunnen zich dat niet veroorloven. Ook daar houdt de Bijbel rekening mee, alles wat groeit op de akker is voor de armen. De Bijbel gaat er van uit dat er zelfs meer zal groeien dan de armen nodig hebben, de rest is voor de wilde dieren. Maar ook als je je het niet kunt permitteren hoef je niet onafgebroken je hele leven dag in dag uit te werken. Zes dagen, dan is het weer hoog tijd om te gaan rusten, feest maken dus. In de Joodse traditie werd dat de dag die wij kennen als de zaterdag, elke week weer, daarom een vrije zondag.