Selecteer een pagina

Handelingen 16:6-15

6 Ze trokken door Frygië en de landstreek Galatië, omdat ze door de heilige Geest werden verhinderd Gods woord in Asia te verkondigen. 7  Toen ze bij de grens van Mysië kwamen, wilden ze doorreizen naar Bitynië, maar dat stond de Geest van Jezus hun niet toe. 8  Daarom trokken ze door Mysië tot ze de kust bereikten en in Troas aankwamen. 9  Daar kreeg Paulus ‘s nachts een visioen, waarin een man uit Macedonië hem toeriep: ‘Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp!’ 10  Toen Paulus dit visioen had gezien, wilden we meteen naar Macedonië vertrekken, omdat we eruit opmaakten dat God ons geroepen had om aan de mensen daar het evangelie te verkondigen. 11  We gingen in Troas aan boord van een schip en zetten rechtstreeks koers naar Samotrake; de dag daarop voeren we verder naar Neapolis. 12  Van daar reisden we naar Filippi, een belangrijke stad in dat deel van Macedonië. In deze stad, die volgens Romeins recht wordt bestuurd, bleven we enkele dagen. 13  Op sabbat gingen we de stadspoort uit in de richting van de rivier, want we vermoedden dat daar een gebedsplaats was. We gingen zitten en spraken de vrouwen toe die daar bijeen waren gekomen. 14  Een van onze toehoorsters was een vrouw uit Tyatira die in purperstoffen handelde; ze heette Lydia en vereerde God. De Heer opende haar hart voor de woorden van Paulus. 15  Nadat zij en haar huisgenoten waren gedoopt, nodigde ze ons uit met de woorden: ‘Als u ervan overtuigd bent dat ik in de Heer geloof, neem dan bij mij uw intrek.’ Ze drong er bij ons sterk op aan. (NBV)  

Filippi was zo Romeins, ze had  zelfs geen synagoge voor de Joden. Op de Sabbat moest men buiten de stadspoort, bij de rivier, op zoek naar een gebedsplaats. Over mannen die daar bijeen zouden komen wordt niet verteld. Vrouwen waren er, zoals er zo vaak in de geschiedenis vrouwen zijn die de godsdienst blijven volhouden ondanks verdrukking en verbod. Maar het lukte ook hier om gehoor te vinden. Lydia, de Joodse purperverkoopster, moet een rijke vrouw geweest zijn. Een Joodse vrouw met een eigen beroep en een handel waar kostbare stoffen in omgingen moet welgesteld geweest zijn. Ze had ook een eigen huis en een groot huis want ze nodigde het hele reisgezelschap uit bij haar te komen logeren. Naast Paulus en Silas waren immers ook Timotheüs en Lukas er bij.  

En die gebedsplaats was het begin van een succes. Men ging er tenminste met enige regelmaat naar toe om te vertellen over de bevrijding van de armen, over Jezus van Nazareth die door de dood heen de liefde van God voor de mensen had volgehouden. De avontuurlijke reis was dus niet vergeefs geweest. Paulus wist zich geroepen om klein Azië te verlaten en dichter naar Rome te gaan. Hier geen reis over land naar een van de buurlanden, maar een reis over een zee die als gevaarlijk bekend stond. Voor Joden zoals Paulus was de zee de plaats van de dood. Als er weer eens plotseling een storm op stak en je schip hield het niet dan kreeg je voorzeker de dood. 

Daarom  was de reis ook zeer belangrijk. Het gezelschap bleef niet hangen bij de dorpjes aan de kust maar reisde gelijk door naar de belangrijkste stad van de streek. Die stond onder Romeins bestuur en als Romein zal Paulus zich daar veilig hebben gevoeld. Daar was werk te doen. Voor Romeinse burgers was het misschien een veilige stad, voor anders denkenden was dat een stuk moeilijker. Die Lydia moet een belangrijke vrouw geweest zijn. Purper was een kleurstof die uitsluitend gebruikt werd voor de kleren van de keizer en de senatoren. Overigens soms ook voor de priesters van de Tempel in Jeruzalem. Maar ook deze belangrijke handelaarster moest haar geloof buiten de stad zelf belijden. Voor Paulus maakte het kennelijk niet veel uit. Als hij zijn verhaal over naastenliefde maar kon vertellen. Daar mogen wij in deze dagen nog een voorbeeld aan nemen.