Selecteer een pagina

Micha 2:12-3:4

12 Ik zal je bijeenbrengen, Jakob, je in je geheel bijeenbrengen. Ik zal verzamelen wat er van Israël over is, ik zal het verzamelen. Ik zal ze samenbrengen als schapen en geiten binnen de omheining, als een kudde in de wei; het zal daar gonzen van de mensen. 13  Hij die een bres slaat gaat voorop, ze breken uit, ze trekken door de poort, ze gaan erdoor naar buiten. Hun koning gaat hun voor, de HEER gaat aan het hoofd. 1  En ik zei: Hoor toch, leiders van Jakob, hoor, heersers van het volk van Israël! Jullie moeten het recht toch kennen? 2  Maar jullie haten het goede en houden van het kwaad. Jullie stropen mijn volk de huid af en rukken het vlees van hun botten. 3  Zij eten hun vlees, ze stropen hun huid af en breken hun botten. Als vlees om te koken, als vlees voor de pot hakken ze mijn volk in stukken.4  Als ze dan tot de HEER om hulp roepen, zal hij hun niet antwoorden. Hij zal zijn gelaat voor hen verbergen vanwege het kwaad dat ze begaan. (NBV) 

Elk jaar vieren we op 10 december de internationale dag voor de rechten van de mens. En op diezelfde dag wordt de Nobelprijs voor de vrede uitgereikt. Twee gebeurtenissen die schijnbaar los van elkaar staan maar soms ook niet voor niets samenvallen. En dan lezen wij vandaag uit het boek van Micha over het samenbrengen van de resten van het volk en de kritiek op de leiders van de samenleving die het recht met voeten treden. Wat heeft die Micha ons vandaag te vertellen. Daarvoor moeten we eerst eens kijken naar de rechten van de mens. Dat is een verklaring die na de Tweede Wereldoorlog is opgesteld door de Verenigde Naties. Kern is dat ieder mens recht heeft op leven, ongeacht afkomst, religie, rijkdom of geslacht. Ieder mens heeft ook recht op bescherming van de overheid. En ieder volk heeft recht op zelfbestuur. Soms lijken die rechten voor de hand te liggen, eigenlijk verschillen ze niet zoveel van de richtlijnen voor de menselijke samenleving die het volk Israël in de woestijn van haar God had gekregen, het recht op leven is immers een direct gevolg van de grondregel “Gij zult niet doden”

Toen een dictator als Sadam Hoessein de eigen onderdanen met gifgas bestreed en zonder onderscheid mannen, vrouwen, kinderen, ouderen en jongeren liet doden pleegde hij dus ernstige schendingen van de mensenrechten maar werd er niet ingegrepen. Ook bij andere dictators die de levens van hun volken in gevaar brengen wordt in de regel ook niet ingegrepen. Zo ook niet als regeringen hun invoer en uitvoer zozeer beschermen dat andere volken wel in armoede moeten blijven leven. En daar komt de Nobelprijs voor de vrede van 2006 in het geding. Die ging naar de uitvinder van het microkrediet, of de handeling van een bank dus inderdaad het verschil tussen oorlog en vrede kan uitmaken. Volgens het Nobelprijs comité dus wel. Zij hadden in het boek van Micha gelezen over de rijken en machtigen die het vlees van de botten der armen afstropen en konden zich voorstellen dat de armen met geweld daartegen in opstand komen. Zorgen dat het evenwicht weer wordt hersteld is dus zorgen voor vrede. 

Het is een boodschap die onze Koningin Maxima namens de Verenigde Naties sinds enkele jaren uitdraagt. Maar die boodschap raakt ook ons. Kopen in Fair Trade winkels betekent dus volgens het Nobelprijs comité vrede stichten. Iets om bij het kopen van cadeaus eens extra aan te denken. En dan de volken die recht hebben op zelfbeschikking. Daar heeft niemand het meer over, de Molukkers niet, de Koerden niet, de Papoea’s niet, de Tibetanen niet en tal van andere volken die hun eigen Volkenbond van niet erkende volken hebben, spreken er niet meer over. Zij hebben geleerd dat vrede betekent dat je met verschillende volken moet leren samenleven. Voor dat leren samenleven kijken ze naar ons, rijke ontwikkelde landen. Kunnen wij met verschillende culturen samenleven? Ieder heeft er recht op en in Vredesnaam is het dus te hopen. Alleen de minderheden die worden onderdrukt vragen steeds hun aandacht. Daar waar taal en culturele uitingen worden verboden of onderdrukt komen mensen uiteindelijk in opstand. Alleen in werkelijk democratische samenlevingen waar de rechten van alle mensen worden gerespecteerd is vrede te vinden. Dat gaat niet vanzelf, dat vraagt voortdurend een kritische bezinning, en profeten als Micha.