Selecteer een pagina

Hosea 8:8-14

8  Israël wordt verslonden; door de andere volken wordt het beschouwd als een gebroken kruik waar niemand meer naar omkijkt, 9  omdat het zich vergooid heeft aan Assyrië. Een wilde ezel houdt zich afgezonderd, maar het volk van Efraïm loopt met zijn liefde te koop. 10  Maar ook al zouden ze van de andere volken slechts liefde ontvangen, voor mij is nu de maat vol. Ze krimpen al ineen onder de druk van de machtige koning van Assyrië. 11  Hoeveel altaren heeft Efraïm niet gebouwd-maar om te zondigen! Altaren die dienen om te zondigen! 12  Al schrijf ik mijn wetten in tienduizendvoud, ze zijn voor hen als van een vreemde. 13  Ze brengen mij offers om zelf het vlees te eten; voor mij heeft dat geen waarde. Nu zal ik hun wandaden in rekening brengen en hun zonden bestraffen: ze gaan terug naar Egypte! 14  Israël is zijn maker vergeten; Israël heeft paleizen gebouwd en Juda talrijke vestingsteden. Daarom zal ik hun steden in vlammen doen opgaan; vuur zal hun burchten verteren. (NBV) 

Wat hou je nog over als je je afhankelijk maakt van grote wereldmachten. Wilde ezels zwerven alleen rond in de woestijn maar in de bronstijd weten die ezels elkaar heel gemakkelijk te vinden. Efraïm, Israël dus, verkoopt haar liefde. En als je iets te koop hebt dan heb je vast een aantal vrienden dat van jou wil profiteren. In dit geval is het Assyrië dat de wereldmacht is die Israël in haar macht heeft. Dat heeft ook de andere bondgenoten in haar macht, onderlinge vriendschap tussen volken is dus afhankelijk van de politiek van de grootmacht. 

Daar komt bij dat de godsdienst van Efraïm niet deugt. Overal verrijzen altaren om offers te brengen. Maar zijn die offers een teken van de dienst aan de God van Israël? Dan zou er iets van de Tora te vinden moeten zijn. Daar zijn de offers een teken dat de brengers van het offer bereid zijn te delen met de armen. Maar van delen is in Israël geen sprake meer. De offers zijn de aanleiding voor feestmaaltijden voor de offerbrengers. De Tora is vergeten en verguisd. 

Moet Israël zich richten op de andere wereldmacht Egypte? Dat staat er niet. Als God het volk weer naar Egypte stuurt dan wordt het volk weer veroordeeld tot slavernij. Ze zijn kennelijk vergeten hoe zwaar die slavernij op hen drukte. Zo zwaar dat God hun kermen had gehoord en hen met sterke arm had bevrijd uit die slavernij. Op grond van die bevrijding was het verbond tussen God en het volk gevoerd. Daarin staat de zorg voor elke centraal. Van uiterlijke godsdienst, van vroom gedrag is geen sprake. De weduwe en de wees, de arme en de vreemdeling staan centraal. En daarin is sinds Hosea nog helemaal niks veranderd. Ook vandaag is het  niet de vraag hoe vroom of gelovig je bent maar hoeveel je bereid bent te delen met de minsten.