Selecteer een pagina

Jesaja 51:9-16

9 Ontwaak, ontwaak, arm van de HEER, en bekleed u met kracht! Ontwaak als in de dagen van weleer, als in lang vervlogen tijden. Was u het niet die Rahab vermorzelde, die het monster doorboorde? 10 Was u het niet die de zee drooglegde, het water in de diepte, die een weg baande op de bodem van de zee waarover het verloste volk kon gaan? 11 Wie door de HEER zijn bevrijd, keren terug. Jubelend komen zij naar Sion, gekroond met eeuwige vreugde. Gejuich en vreugde trekken de stad binnen, gejammer en verdriet vluchten eruit weg. 12 Ik, ik ben het die jullie troost. Hoe kun je dan bang zijn voor een sterveling, voor een mensenkind dat vergaat als gras? 13 Hoe kun je de HEER vergeten, die je gemaakt heeft, die de hemel heeft uitgespannen en de aarde gegrondvest? Hoe kun je je zo laten beheersen door angst voor de toorn van je belagers, voor hun pogingen je te vernietigen? Waar blijven die belagers met hun toorn? 14 Weldra wordt de geketende bevrijd; hij zal niet sterven, niet afdalen in het graf, het zal hem aan niets ontbreken. 15 Ik, de HEER, jullie God, die de zee opzweep, zodat de golven bruisen, wiens naam is HEER van de hemelse machten,16 ik leg je mijn woorden in de mond en bescherm je met de schaduw van mijn hand, ik die de hemel geplant heb en de aarde gegrondvest, die tegen Sion zeg: ‘Mijn volk ben jij.’ (NBV)

Angst is iets wat je volgens de Bijbel nooit moet afhouden van het zeggen van de waarheid over de Liefde. In het boek Jesaja wordt hier beloofd dat de ballingen uit Babel zullen terugkeren naar de stad waar de leer van Mozes wordt bewaard. Aan alle ellende zal een einde komen. In de oude mythologie was immers ook het razende zeemonster Rahab vermorzeld. Volgens veel Heidense mythen waren het de helden die de monsters doorboorden maar de schrijver van het boek Jesaja maakt er gelijk maar God zelf van. Voor de Israëlische lezers wordt trouwens ook herinnerd aan de bevrijding uit Egypte omdat ze onder elkaar vaak Egypte hadden aangeduid met Rahab, het monster. Jesaja verbindt de mythe van Rahab dan ook met de doortocht door de Rode Zee. De schrijver van het boek Jesaja roept het vol trots uit dat de macht van de Liefde, het vasthoudend volhouden van de leer van Liefde nu meer dan nodig is om de bevrijding te bewerkstelligen. Maar de geketende zal worden bevrijd, de arme zal het aan niets ontbreken besluit het gedeelte van vandaag. Angst wordt vandaag de dag meer en meer gezaaid. Een enkele politicus noemt de geringste tegenspraak tegen zijn ideeën al dreiging met geweld, maar op onze scholen flitsen de messen bij het minste conflict zo lijkt het. Ook in het verkeer wordt gemakkelijk met messen gezwaaid als er een misverstand moet worden uitgesproken.

We weten kennelijk niet meer hoe we ruzie moeten maken, hoe we elkaar de waarheid moeten zeggen. De kinderen die dat verkeerd doen worden bedreigd met repressie, opsluiten in jeugdinstituten is de remedie. Dat je op scholen tijd moet inruimen voor oefening in sociale vaardigheden als geweldloos een ruzie oplossen komt maar bij weinig mensen op. Als kinderen dat geleerd zouden hebben zouden volwassenen daar vaker gebruik van kunnen maken. Daarom is het ook goed als volwassenen leren ruzies zonder geweld op te lossen. Maar daar schort het aan, de manier waarop politici met elkaar discussiëren lijkt op een gewelddadig conflict. Je kunt kennelijk ongestraft iedereen van misdaden als eedbreuk en spionage beschuldigen maar als er kritiek op jouw optreden is roep je dat het bedreigend en gewelddadig is. Het is het verkeerde voorbeeld dat aan de kaak besteld moet worden en moet worden bestreden. Bang voor de schreeuwende politici hoeft niemand te zijn. Populistische partijen zijn als het gras, ze verdorren onder de zon van de werkelijkheid en niemand kent achteraf hun plaats nog meer. De waarheid zeggen is dus niet gewelddadig maar harder nodig dan ooit.

We staan voor de viering van het kerstfeest deze week. We moeten ook bij het vieren van Kerst nooit vergeten dat de God van Israël de God was die dat Joodse volk als eerste heeft uitgekozen. Aan het lot van dat Joodse volk is te zien of wij wel of niet kiezen voor het volgen van die God van Israël, van die God die op de berg Sion zijn Tempel had gevestigd waar zijn gebod de naaste lief te hebben als zichzelf werd bewaard en bezongen. In onze dagen is het niet alleen de vraag hoe wij met het Joodse volk omgaan. Nemen wij dat volk serieus en sporen wij het aan vrede te sluiten met de Palestijnen zodat een duurzame vreedzame toekomst is verzekerd of handelen wij uit een schuldgevoel over de fouten van onze voorouders en slikken we met de ogen dicht alles wat er politiek door de staat Israël wordt gedaan alsof die staat samenvalt met het Joodse volk? Er is ook de vraag hoe we met andere volken omgaan, gaan wij met andere volken om zoals er omgegaan is met het Joodse volk of laten we in de omgang met andere volken eindelijk zien dat we voor de God van Israël gekozen hebben en beschouwen we andere volken ook als onze zusters en broeders? De vragen branden in ons, de antwoorden zijn hard nodig, elke dag, ook vandaag.