Selecteer een pagina

Daniël 9:15-27

15 Nu dan, Heer, onze God, die uw volk met krachtige hand uit Egypte hebt weggeleid en daarmee uw naam hebt gevestigd tot op deze dag-wij hebben gezondigd, wij hebben ons misdragen. 16 Heer, u bent rechtvaardig, bevrijd toch uw stad Jeruzalem, uw heilige berg, van uw hevige toorn; want om onze zonden en om de overtredingen van onze voorouders worden Jeruzalem en uw volk te schande gemaakt bij alle volken om ons heen. 17 Luister daarom, onze God, naar het gebed en de smeekbeden van uw dienaar en zie uw verwoeste heiligdom met mededogen aan, ook omwille van uzelf. 18 Geef, mijn God, gehoor aan ons en luister naar ons; open uw ogen en zie de verwoesting van de stad waaraan uw naam verbonden is. Niet omdat wij rechtvaardig zouden hebben gehandeld leggen wij onze smeekbeden aan u voor, maar omdat uw barmhartigheid groot is. 19 Heer, luister naar ons! Heer, vergeef ons! Heer, verhoor ons gebed! Wacht niet langer en grijp in, mijn God, ook omwille van uzelf, want uw naam is verbonden aan uw stad en aan uw volk.’ 20 Terwijl ik nog sprak en bad, mijn zonde en de zonde van mijn volk Israël beleed, en mijn smeekbede omwille van de heilige berg van mijn God richtte tot de HEER, mijn God, 21 terwijl ik mijn gebed nog uitsprak, vloog de man Gabriël, die ik eerder in het visioen had gezien, snel naar mij toe. Het was de tijd van het avondoffer. 22 Hij begon mij uitleg te geven. Hij zei: ‘Daniël, ik ben nu gekomen om je een helder inzicht te geven. 23 Er is een woord uitgegaan toen je je smeekbede begon en ik ben gekomen om het over te brengen, want je bent zeer geliefd. Luister naar het woord en sla acht op het visioen. 24 Zeventig weken zijn vastgesteld voor je volk en je heilige stad, voordat aan de overtredingen een einde komt en de zonden zijn afgesloten, voordat het wangedrag is vergolden en eeuwige gerechtigheid is gebracht, voordat het profetisch visioen bezegeld is en het allerheiligste gewijd. 25 Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem hersteld en weer opgebouwd zal worden tot het tijdstip waarop een gezalfde vorst verschijnt, zullen zeven weken verstrijken; en het herstel en de wederopbouw van de stad, met pleinen en wallen en al, zal tweeënzestig weken duren, en het zal een tijd van verdrukking zijn. 26 Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden vermoord, zonder dat iemand het voor hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst zal verderf brengen over de stad en het heiligdom. Hij zal zijn einde vinden in een overstroming. Tot aan het einde van de strijd zullen er verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld. 27 Hij zal een sterk bondgenootschap sluiten met velen, één week lang. De helft van de week zal hij offers noch gaven laten brengen, en boven op het altaar zal een verwoesting brengende gruwel te zien zijn, totdat het aangekondigde einde van die verwoestende kracht komt.’ (NBV)

Er zijn twee argumenten waarmee Daniël probeert God te verleiden Jeruzalem en de Tempelberg weer te herstellen in de oude glorie en het volk terug te laten keren. Dat zijn rechtvaardigheid en barmhartigheid. Eigenschappen die overal in de Bijbel aan God worden toegekend. De God van Israël ziet niet neer op mensen zoals de goden van Babel deden. Geen beelden hoorden in die Tempel, maar de tekst van het verbond dat kon worden samengevat in het heb uw naaste lief als uzelf. Daar hoort barmhartigheid bij. Moeten we dan de ander niet doen wat zouden willen dat aan ons wordt gedaan? Zou de God van Israël dat ook niet doen, de God die mensen liefheeft? Die wil immers dat zijn volk weer met hem gaat en dat kan alleen als de dingen die fout gegaan zijn worden vergeven, dat kan alleen als er een nieuwe start wordt gemaakt. Dat is dus geen nieuwe start van zand er over en we praten er niet meer over. In de eerste plaats moet vast staan dat het volk echt een nieuwe weg is ingeslagen. Daniël was begonnen met vasten en rouw, maar ook met het bestuderen van de oude geschriften zoals die in de ballingschap bijeen waren gebracht en bewerkt waren tot bruikbare eenheden, wij kennen die nu voor een groot deel als het Oude Testament. Na de ballingschap zijn er nog maar een paar boeken aan toegevoegd die ons vertellen hoe het met de ballingen is afgelopen.

Daniël weet ook, en dat lezen we hier tussen de regels door, dat de fouten uit het verleden het volk moeten behoeden voor het maken van dezelfde fouten. Bewustzijn van die fouten en wat er zo fout aan was is een voorwaarde voor vergeving, vergeving en bekering liggen daarom in elkaars verlengde. Je keert je om van de weg die niet de weg is van de God van Israël en dan kan het gaan van die foute weg vergeven worden. Christenen hebben dit gedeelte van het boek Daniël dan ook van begin af aan uitgelegd als een voorzegging van de komst en het lot van Jezus van Nazareth. Niet voor niets heet de boodschapper van de God van Israël die Maria kwam vertellen dat ze een kind zou krijgen Gabriël, net als Daniël was Maria immers zeer geliefd. En dat kind kwam en werd de gezalfde, de Messias die het volk zou bevrijden van overheersing. Maar een nieuwe Koning, de Keizer te Rome werd dat, zou hem ter dood brengen zonder dat het volk daartegen in opstand zou komen. Daarna zullen er verwoestingen komen en jawel na de dood van Jezus van Nazareth breken er opstanden uit in Israël tegen de Romeinse bezetting die uiteindelijk zullen leiden tot de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem en de verspreiding van het volk over de hele wereld. Het bewijs dat we terecht geloven in Jezus van Nazareth als de beloofde zoon van God, als God zelf op aarde, is dus geleverd.

Maar de details kloppen niet. De tijden kloppen niet, het verhaal over offers klopt niet. Er zijn er die zeggen dat het nog zal komen, er zijn er meer die zeggen dat we niet moeten proberen de tekst van Daniël nog toe te passen op de loop van de geschiedenis zoals wij die kennen en op een toekomst die wij nog niet kunnen kennen. Daniël droomt van de terugkeer van zijn volk naar Jeruzalem. Daniël geloofd in een God die niet alleen zijn gebeden hoort maar ze ook verhoort. Wat we ook vaak vergeten zijn de omstandigheden waaronder een boek uit de Bijbel is geschreven. Veel van de boeken uit de Bijbel zijn pas veel later geschreven dan de tijd waarover ze gaan. In die boeken zit dan ook vaak het commentaar verborgen op de tijd waarin een boek geschreven is. Zeker als er sprake is van onderdrukking van een volk, van beperking van de vrijheid van meningsuiting is het veiliger een verhaal te vertellen dat in het verleden speelt dan een verhaal dat in het heden speelt. Bij het boek Daniël is dat met name het geval. Het is ontstaan in de tijd dat een Griekse bezetting in Israël aan de macht was. Die Griekse bezetter had een zeer wrede koning. We kennen de wreedheid uit de eerste twee boeken van de Makkabeeën. Daniël geeft commentaar op die tijd, een tijd waarin veel mensen de Griekse gewoonten en zeden wel aardig vonden en overnamen, modern nietwaar en hip. Maar een God die je de weg wijst om vrede te krijgen op aarde, om ellende en onderdrukking, honger en ziekten te overwinnen is een dwaasheid. Toch, ondanks alles blijven gelovigen die weg gaan. Elke dag opnieuw mag je daarvoor kiezen, ook vandaag.