Selecteer een pagina

Daniël 6:2-10

2 Darius ging ertoe over honderdtwintig satrapen over het gehele koninkrijk aan te stellen. 3 Boven hen stelde hij drie rijksbestuurders aan, van wie Daniël er een was; aan hen moesten de satrapen rekenschap afleggen, opdat de koning geen schade zou lijden. 4 Daniël nu onderscheidde zich van de rijksbestuurders en satrapen door zijn buitengewone begaafdheid. De koning overwoog zelfs hem over het hele koninkrijk aan te stellen. 5 Daarom probeerden de rijksbestuurders en satrapen in Daniëls bewind iets te vinden om hem voor aan te klagen, maar zij konden geen grond voor een aanklacht vinden of hem op een misstap betrappen, want hij was betrouwbaar en hij had nooit zijn plicht verzuimd of een misstap begaan. 6 Toen zeiden die mannen: ‘Met geen mogelijkheid zullen wij deze Daniël kunnen aanklagen, tenzij we iets zoeken dat verband houdt met de wet van zijn God.’ 7 Daarop richtten de rijksbestuurders en satrapen zich tot de koning met een dringend verzoek: ‘Koning Darius, leef in eeuwigheid! 8 Alle rijksbestuurders van het koninkrijk, stadhouders en satrapen, raadsheren en gouverneurs, zijn van mening dat er een koninklijk besluit moet worden uitgevaardigd waarin wordt vastgelegd dat eenieder die de komende dertig dagen een verzoek tot een god of een mens richt in plaats van tot u, majesteit, in de leeuwenkuil zal worden geworpen. 9 Welnu, majesteit, vaardig dat verbod uit en stel het op schrift, zodat het niet veranderd kan worden, zoals geen enkele wet van de Meden en de Perzen kan worden herroepen.’ 10 Hierop stelde koning Darius het verbod op schrift. (NBV)

Vandaag lezen we weer zo’n spannend verhaal over Daniël dat tot doel heeft onderdrukte gelovigen een riem onder het hart te steken. In de geschiedenisboekjes zul je vergeefs zoeken naar die Koning Darius de Mediër. Sommige geleerden denken dat hier koning Cyrus mee bedoeld wordt, de koning die later het bevel zou geven om terug te keren naar Jeruzalem om de Tempel en de stad te herbouwen. Maar de Bijbel is geen geschiedenisboek, het gaat over de verhouding tussen God en mensen en hoe die verhouding op de proef gesteld kan worden. En voor die beproeving ben je zelfs niet gevrijwaard als je een hoge positie bekleedt, de een na hoogste positie in de Koninkrijk.

Het verhaal over Darius en Daniël gaat over godsdienstvrijheid. Waarom is die vrijheid zo belangrijk? Waarom moeten we geloofsorganisatie niet verwarren met de staat en omgekeerd ook niet. Beiden hebben hun eigen behoeften en horen hun eigen regels en gewoonten te hebben. Maar als een God macht over je heeft dan heeft de wereldse overheid dan niet. Er zijn dan wel godsdienstige leiders met wie je als wereldse machthebber kan onderhandelen maar als het er op aan komt dan beroepen ze zich op hun God en die zit nooit aan de onderhandelingstafel. Vrijheid van godsdienst is daarmee het begin van alle vrijheid, het is geen voorrecht voor leden van een geloofsorganisatie maar op grond van godsdienstvrijheid kan iedereen een beroep doen op vrijheid voor de eigen levensovertuiging.

Koningen van een groot rijk en de machtigen op aarde zijn echter altijd gevoelig voor eer en complimenten. Tegenspraak is vaak gevaarlijk en de Koning naar de mond praten levert nog wel eens een beloning op. Dat geldt voor echte Koningen maar ook voor politieke leiders, voor directeuren van grote bedrijven, bestuurders van ondernemingen, presidenten van banken en internationale organisaties, kortom voor iedereen aan wie macht en gezag wordt toegedicht. En mensen die steeds maar vasthouden aan de Wet van eerlijk delen, de Wet van heb-uw-naaste-lief-als-uzelf, lopen maar in de weg. Die brengen de winsten in gevaar en doen afbreuk aan het aanzien en de macht van de organisatie. Overal op aarde wordt de vrijheid van godsdienst daarom bedreigd. Soms wordt godsdienst in elke vorm verboden, soms ook wordt één vorm van godsdienst als de ware geproclameerd, wie anders gelooft loopt de kans op straf. Strijd voor onbeperkte vrijheid van geloofsovertuiging van welke aard ook is daarom een Bijbelse opdracht.