Selecteer een pagina

Deuteronomium 19:1-10

1 Wanneer de HEER, uw God, de volken in het land dat hij u zal geven heeft uitgeroeid, en u hun land in bezit hebt genomen en in hun steden en hun huizen bent gaan wonen, 2 dan moet u in dat land drie steden aanwijzen als vrijplaats. 3 Stel de afmetingen vast van het gehele gebied dat u van de HEER, uw God, krijgt, en verdeel het land in drieën, zodat iedereen die iemand heeft gedood een plaats heeft waarheen hij kan uitwijken. 4 Het recht om daarheen te vluchten en zo het eigen leven te redden is voorbehouden aan degene die per ongeluk iemand heeft gedood, zonder hem ooit te hebben gehaat. 5 Iemand die bijvoorbeeld samen met een ander hout gaat hakken in het bos en zijn bijl zwaait om een boom te vellen, waarbij het blad van de steel schiet en de ander dodelijk treft, kan zijn leven redden als hij naar een van die steden kan uitwijken. 6 Op die manier wordt voorkomen dat hij, omdat de afstand naar de vrijplaats te groot is, wordt ingehaald en gedood door de bloedwreker die hem belust op wraak achtervolgt; zo’n wraakneming zou ook niet terecht zijn, want hij had zijn slachtoffer nooit gehaat. 7 Daarom draag ik u op drie steden aan te wijzen. 8 En wanneer de HEER, uw God, uw grondgebied uitbreidt, zoals hij uw voorouders onder ede heeft beloofd, en u heel het land geeft dat hij hun heeft toegezegd 9 als u tenminste alle geboden die ik u vandaag geef strikt naleeft, de HEER, uw God, liefhebt en altijd de weg volgt die hij wijst-, dan moet u nog drie andere steden aanwijzen. 10 Dan hoeft er in het land dat de HEER u toekent geen onschuldig bloed te vloeien, en laadt u geen schuld op u. (NBV)

Een ongeluk zit in een klein hoekje. Iemand die zo’n ongeluk overkomt moet natuurlijk niet bestraft worden. Zo zit ons recht gelukkig in elkaar tegenwoordig. De vrijsteden zijn in de loop van de geschiedenis afgeschaft maar ook wij hebben die gekend. Het recht zelf verandert voortdurend. Het past zich aan aan nieuwe opvattingen en gewoonten, maar de principes blijven hetzelfde. Eigenlijk moet je altijd er voor zorgen dat een ander niet meer of erger overkomt dan dat jezelf gewild zou hebben. Alleen als het onvermijdelijk was dan treft je geen schuld maar zelfs onachtzaamheid kan bestraft worden. Het is goed om zo af en toe er weer eens op gewezen te worden dat je verantwoordelijk bent voor de gevolgen van je daden. Dat hoeft niet beangstigend te zijn, dat kan ook positief uitwerken. Als je het goede voor hebt en niets dan het goede wil doen dan zijn de gevolgen van je daden meer dan waarschijnlijk ook goed, je hebt er immers over nagedacht en nagegaan wat anderen als goed zouden ervaren.

En over de veranderingen in de wet hoeven we ook niet echt in te zitten. Wie duelleert er vandaag de dag nog? We hebben nog een hoofdstuk in de strafwet dat duelleren onder omstandigheden zelfs straffeloos maakt, in elk geval voor artsen die er getuige van zijn. Dat was misschien in de negentiende eeuw van toepassing, dat stuk wet is dan ook van 1886, maar is nu niet meer van deze tijd. Als twee mensen een duel willen aangaan hebben we toch de neiging de politie te bellen en er niet meer aan mee te werken. Dat bellen van de politie is volgens de wet je plicht als je kennis draagt van een misdrijf en het helpen bij een duel is even strafbaar als het aangaan van het duel. Geweld wordt in onze samenleving steeds minder acceptabel.

Dat het lijkt of het toeneemt is schijn. We schenken er meer en meer aandacht aan. We hebben toegang tot zelfs de kleinste politieberichten uit het hele land en elk verhaal over geweld trekt onze aandacht. Als geweld gewoon is wordt er ook geen aandacht aan geschonken. Hoe meer je er over hoort en leest hoe buitengewoner het is. We zijn dus op de goede weg, maar dat gaat niet vanzelf. Zeker bij geweld blijft het de taak van ieder na te gaan hoe geweld in je eigen omgeving zou kunnen ontstaan en hoe dat ontstaan zou kunnen worden voorkomen. We veroordelen tegenwoordig niet alleen geweld maar elke uiting van woede en irritatie. Maar we zouden ook moeten weten dat opkroppen van irritatie en woede een bron kan zijn van een geweldsexplosie. Paulus gaf daarom een gemeente eens de raad om eerst ruzie en onenigheid uit te praten voordat je samen aan tafel gaat. Een ieder van ons moet in elk geval bereid blijven het goede te doen en niets dan het goede. Dat kan elke dag, ook vandaag weer.