Selecteer een pagina

Exodus 7:26-8:11

26 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ga naar de farao en zeg tegen hem: “Dit zegt de HEER: Laat mijn volk gaan om mij te vereren. 27 Weigert u dat, dan straf ik uw hele rijk met een kikkerplaag. 28 De Nijl zal wemelen van de kikkers; ze zullen uit het water komen en uw paleis binnendringen, tot in uw slaapkamer en uw bed toe, en ze komen in de huizen van uw hovelingen en van uw hele volk, zelfs in uw ovens en baktroggen. 29 Ze zullen ook op u en op uw volk en uw hovelingen springen.”’ :1 Toen zei de HEER tegen Mozes: ‘Zeg tegen Aäron dat hij zijn staf geheven houdt boven de rivieren, kanalen en moerassen om overal in Egypte kikkers te voorschijn te laten komen.’ 2 Toen Aäron zijn arm boven het water hield, kwamen er kikkers uit; heel Egypte werd eronder bedolven. 3 Maar de magiërs bereikten met hun toverformules hetzelfde: ook zij lieten overal in het land kikkers te voorschijn komen. 4 Toen ontbood de farao Mozes en Aäron. ‘Bid tot de HEER dat hij mij en mijn volk van die kikkers verlost, ‘zei hij, ‘dan zal ik het volk laten gaan om de HEER offers te brengen.’ 5 Mozes antwoordde: ‘Het is aan u te bepalen wanneer ik de HEER moet vragen om u, uw hovelingen en uw volk van de kikkers te bevrijden en ze uit de huizen te laten verdwijnen, zodat er alleen in de Nijl nog kikkers overblijven.’ 6 ‘Morgen, ‘zei de farao. ‘Zoals u wilt, ‘antwoordde Mozes. ‘Dan zult u beseffen dat er niemand is als de HEER, onze God, 7 want de kikkers zullen uit uw paleis en uit de huizen van uw hovelingen en uw volk verdwijnen, en er zullen alleen in de Nijl nog kikkers overblijven.’ 8 Hierop verlieten Mozes en Aäron het paleis. Mozes riep de HEER aan en smeekte hem de farao van de kikkerplaag te verlossen. 9 En de HEER deed wat Mozes vroeg: overal in de huizen, op de binnenplaatsen en op de akkers gingen de kikkers dood. 10 Ze werden bijeengeraapt en op hopen gegooid, het hele land stonk ervan. 11 Toen de farao merkte dat het onheil geweken was, weigerde hij weer hardnekkig naar Mozes en Aäron te luisteren, zoals de HEER gezegd had. (NBV) 

Dat de magiërs van Egypte hetzelfde kunnen veroorzaken als Mozes en Aäron maakt inmiddels geen indruk meer. Het was aanvankelijk een reden voor de farao om niet in te gaan op de eisen van Mozes en Aäron maar het blijkt dat die magiërs hetzelfde wel op gang kunnen brengen maar niet meer kunnen stoppen. En dan zit je er maar mee. Wij herkennen de betekenis van de plagen niet zo gemakkelijk meer. Dat het water van de Nijl in bloed veranderde snappen we nog wel als we weten dat het leven van Egypte afhankelijk was van het rijzen en dalen van de Nijl. Maar die kikkers? Daarvoor moeten we te rade bij de godsdienst van Egypte. Kikkers in de Nijl waren een teken van vruchtbaarheid en omdat je vruchtbaarheid nu eenmaal nodig hebt voor de landbouw werd de kikker het symbool van de godin van de vruchtbaarheid, de godin Heket. Daar waren tempels voor en daar waren priesters voor. En dan komen die twee Hebreeërs die de slaven maar vrij willen laten gaan naar de woestijn en die beginnen een spotversje te zingen op de vruchtbaarheid. Niet alleen zal de Nijl wemelen van de kikker, ze zullen uit het water komen en het paleis binnendringen, tot in uw slaapkamer en in uw bed toe, ze komen in de huizen van uw hovelingen en van uw hele volk, zelfs in de ovens en de baktroggen.  

Als daar overal vruchtbaarheid in komt dan wordt het volk ineens superrijk. Maar net zo min als wij kunnen leven van aardolie die onze honger niet kan stillen kan de farao van Egypte en kan zijn volk leven van kikkers en het wemelde van kikkers toen Aäron zijn arm uitstrekte en het wemelde nog meer van kikkers toen ook de magiërs van Egypte de kikkers lieten komen met hun toverformules. Langzaam aan begint in het verhaal van de plagen de farao te begrijpen dat het die Mozes en Aäron zijn die de rampen kunnen laten komen en weer laten verdwijnen, kennelijk zit er een God achter die de farao nog moet leren kennen. Maar als het onheil weer geweken is blijft alles bij het oude. Ze dronken een glas en deden een plas en alles was weer zoals het altijd al was. Wat dat betreft is er nog altijd niks veranderd. Natuurlijk, wij weten wel dat het klimaat veranderd. Wij weten best dat aardolie en aardgas niet in oneindige hoeveelheden in de bodem zitten en dat ze opraken. Maar als er weer eens een weercrisis is geweest, als er weer eens een hapering is geweest in de aanvoer van aardolie of aardgas dan praten we veel en heftig over wat we te doen hebben om het onheil af te weren.  

We weten wel dat we het net als de farao van Egypte zelf in de hand hebben, maar als de ergste crisis weer voorbij is, of als we aan hogere prijzen voor olie en aardgas gewend zijn dan vervallen we weer in ons oude gedrag. Dan staan onze snelwegen weer vol met auto’s die de lucht vervuilen met CO2 en de kostbare aardolie opstoken voor het gemak en het plezier van het moment. Onze kinderen en kleinkinderen zullen blij zijn met ons egoïstische gedrag. Maar we gedragen ons als aanbidders van Heket, de godin van de vruchtbaarheid, de Egyptische kikker. Net zo min als haar kikkers een echt symbool van vruchtbaarheid waren zijn onze auto’s een teken van mobiliteit. Het verhaal van de bevrijding uit de slavernij roept ook ons op onze verslavingen achter ons te laten en gaan leven in verantwoordelijkheid voor onze medemensen en zij die na ons komen. Daar kunnen we vandaag mee beginnen.