Psalm 82

1 Een psalm van Asaf. God staat op in de hemelse raad, hij spreekt recht in de kring van de goden: 2 ‘Hoe lang nog oordeelt u onrechtvaardig en kiest u partij voor wie kwaad doen? sela 3 Doe recht aan weerlozen en wezen, kom op voor verdrukten en zwakken, 4 bevrijd wie weerloos zijn en arm, red hen uit de greep van wie kwaad wil. 5 U toont geen inzicht, geen begrip, en doolt in duisternis rond, de aarde wankelt op haar grondvesten. 6 Ooit heb ik gezegd: “U bent goden, zonen van de Allerhoogste, allemaal.” 7 Toch zult u sterven als mensen, ten val komen als aardse vorsten.’ 8 Verhef u, God, spreek recht op aarde, alle volken behoren u toe. (NBV)

Een mooi lied. Je ziet het voor je. Een vergadering van goden, die hebben geen licht nodig, die stralen het zelf wel uit. Maar zullen velen denken: er is toch maar één god? Voor de armen wel, die hebben in die vergadering van goden maar één god die er voor hen is, dat is de God van Israël. En dan schud men het hoofd, want het blijft een rare voorstelling van zaken. En dat is ook zo. Wij geloven al een aantal eeuwen aan één God, daar waar er meer goden zijn is nog een primitieve samenleving, met ziekten en modder en zo, waar de riolering nog ontbreekt. Dat was in de oudheid anders. Als je in de gunst stond van een god dan was je rijk en welvarend. Dan leek je eigenlijk het meest op de god die door jou wordt gediend. In één van de Psalmen staat dan ook dat we kinderen van God genoemd zullen worden. Jezus van Nazareth zal dat veel later herhalen.

Hier zijn het goden die als mensen zullen sterven. Het zijn dus geen onsterfelijke goden. Wij hebben ook zo’n godenvergadering. Deftig noemen we dat het economisch forum in Davos. Daar lopen de allerrijkste en allermachtigste mensen van de wereld rond. Niet om hun eigen positie ter discussie te stellen maar om zich af te vragen hoe ze al die armere mensen aan het werk kunnen krijgen om de problemen in de wereld op te lossen. Want het is toch erg dat er mensen van honger omkomen, dat er geen gezondheidszorg is, dat mensen dom blijven en niet leren lezen en schrijven. De allerrijksten geven graag aan goede doelen. Natuurlijk kleinigheden als je het vergelijkt met hun vermogens maar toch, de goede doelen zijn er blij mee. Dit jaar stond er iemand op die een andere aanpak voorstelde. Betaal uw belastingen, doe niet meer aan belastingontwijking en al helemaal niet meer aan belastingontduiking.

Hij veroorzaakte paniek. Want belasting betalen betekent dat je de zeggenschap over je geld aan anderen overdraagt, aan veel armere mensen die het onderling zullen verdelen. Dan verdwijnt je privevliegtuig omdat die vervuilt en lawaai maakt. Dan wordt je prive-eiland open gesteld voor toeristen, omdat de mooie natuur voor iedereen bestaat. Dan is het afgelopen met de jacht op wilde dieren. Dan gaan er allemaal mogelijkheden verloren om geld te verdienen. Want die dure medicijnen maken die weerlozen dan zelf wel. Die God van Israël roept maar een eind weg. Bevrijden van de armoede, hoe bestaat het, recht doen aan weerlozen en wezen, vooral die wezen die de armoede ontvlucht zijn. Je laat de mensen die niet rijk kunnen worden toch niet hun eigen gang gaan en uitmaken hoe hun samenleving in elkaar moet zitten? En wezen die niet alleen de armoede maar ook de aalmoezen ontvluchten. De dichter van deze psalm kiest onvervaard partij. De God van Israël moet de baas zijn. Betaal uw belastingen, ontwijk en ontduik niet.