Selecteer een pagina

Ezra 1:1-11(-2:70)

1 In het eerste regeringsjaar van Cyrus, de koning van Perzië, ging in vervulling wat de HEER Jeremia had laten aankondigen. Hij zette de koning ertoe aan om in zijn hele koninkrijk mondeling en ook schriftelijk het volgende besluit bekend te laten maken: 2 ‘Dit zegt Cyrus, de koning van Perzië: Alle koninkrijken van de aarde heeft de HEER, de God van de hemel, mij gegeven. Hij heeft mij opgedragen om voor hem een tempel te bouwen in Jeruzalem, een stad in Juda. 3 Laten al diegenen onder u die tot zijn volk behoren, zich met de hulp van hun God naar Jeruzalem in Juda begeven om er de tempel van de HEER weer op te bouwen, de God van Israël, de God die in Jeruzalem woont. 4 Allen die hier nog als vreemdeling verblijven, waar zij zich ook mogen bevinden, dienen van hun medeburgers ondersteuning te krijgen in de vorm van zilver, goud, goederen en vee. Dit komt boven op de vrijwillige gaven voor de tempel van de God die in Jeruzalem woont.’ 5 De familiehoofden van de stammen Juda en Benjamin, de priesters en de Levieten, allen die God daartoe aanzette, maakten zich gereed om naar Jeruzalem te vertrekken en te beginnen met de bouw van de tempel van de HEER. 6 Al hun buren ondersteunden hen met voorwerpen van zilver en goud, met goederen, vee en kostbare geschenken, nog afgezien van wat vrijwillig aangeboden werd. 7 Koning Cyrus van Perzië gaf de voorwerpen vrij die uit de tempel van de HEER afkomstig waren en die Nebukadnessar uit Jeruzalem had meegenomen en in de tempel van zijn eigen god had neergezet. 8 Hij vertrouwde de teruggave toe aan Mitredat, de schatmeester, die ze met een inventarislijst aan Sesbassar, de leider van Juda, overdroeg. 9 Het betrof dertig gouden schalen, duizend zilveren schalen, negenentwintig messen, 10 dertig gouden bekers, vierhonderdtien zilveren bekers van verschillende soort en duizend andere voorwerpen, 11 bij elkaar vijfduizendvierhonderd voorwerpen van zilver of goud. Dit alles liet Sesbassar meevoeren toen hij de ballingen uit Babylonië terugbracht naar Jeruzalem. (NBV)

Vandaag beginnen we te lezen in het boek Ezra. Ooit waren de boeken Ezra en Nehemia één boek: het boek Ezra. Nehemia werd toen Ezra 2 en daarna zijn ze zo gesplitst als wij ze nu lezen. Er zijn ook nog een Ezra 3 en 4 maar zijn buiten de Bijbel gevallen zoals wij die nu in Protestantse Kerken kennen. Ezra en Nehemia gaat over de terugkeer van de ballingen uit Babel en het herstel van Jeruzalem en de herbouw van de Tempel wat de mogelijkheid gaf ook de godsdienst van Israël weer in ere te herstellen. Het verhaal van Ezra begint bij de profeet Jeremia. Die had ingezien dat er ooit een koning zou komen die zich zou afzetten tegen zijn voorgangers en in plaats van ballingen trouwe onderdanen zou willen die trots zouden zijn op hun eigen plaats en godsdienst en daarvoor de Koning dankbaar zouden zijn.

In het boek van de profeet Jesaja klinkt die dankbaarheid door. Jesaja noemt Koning Cyrus de beloofde bevrijder van Israël, de Messias. In het verhaal dat vandaag begint leren we in elk geval dat de God van Israël ook heidense koningen kan gebruiken om zijn doel te bereiken. Ook in onze dagen mogen we dus eerder naar het resultaat kijken, de gevolgen die maatregelen hebben voor de armen, dan dat we zouden moeten oordelen over het al dan niet gelovige karakter van de regeerder. Toen Israël uit Egypte trok kregen ze van Egyptenaren goud, zilver en diamanten mee. Ook nu krijgen de ballingen zilver en goud , goederen, vee en kostbare geschenken mee. Veel belangrijker is dan het besluit van Koning Cyrus om het de voorwerpen mee te geven die Koning Nebukadnessar waren gestolen uit de Tempel in Jeruzalem.

Wie gingen er nu mee. We houden het bij de opsomming van hoofdstuk 1. In hoofdstuk 2 worden de terugkerende ballingen met name genoemd. Het zijn familiehoofden, Priesters en Levieten en ballingen die verspreid over Perzië woonden maar die zich nog steeds rekenden tot het volk van Israël. Deze verschillende groepen staan in hoofdstuk 2 dan ook verschillend benoemd: Priesters bij elkaar, Levieten bij elkaar, familiehoofden bij elkaar en groepen ballingen per plaats waar ze in ballingschap waren. De terugkeer uit de ballingschap blijkt door Cyrus ook goed georganiseerd te zijn. De schatmeester van de Koning maakte een inventarislijst van de goederen afkomstig uit de Tempel in Jeruzalem en de gouverneur van Juda, Sesbassar, bracht de ballingen thuis. Voor wie mocht denken dat God wel even zou zorgen voor zijn gelovigen heeft het mis. Ze moeten zelf aan het werk om samen met de Koning te zorgen dat de herbouw en het herstel ook zal plaatsvinden. Zo zullen ook wij zelf hard moeten werken aan het Koninkrijk waarvoor we door Jezus zijn uitgenodigd.