Selecteer een pagina

Daniël 7:15-28

15 Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn gemoed geraakt; de visioenen die door mijn hoofd gingen brachten mij in verwarring. 16  Ik wendde me tot een van de omstanders en vroeg hem naar de ware betekenis van dit alles. Hij gaf mij deze verklaring: 17 “Die grote dieren, vier in getal, duiden op vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. 18 Daarna zullen de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden-voor eeuwig en altijd.”19 Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier, dat anders was dan alle andere, buitengewoon angstaanjagend met zijn ijzeren tanden en bronzen klauwen, dat alles vrat en vermaalde en wat overbleef met zijn poten vertrapte; 20 en de betekenis van de tien horens op zijn kop en van de nieuwe horen die opkwam, waarvoor er drie moesten wijken-de horen met ogen en een mond vol grootspraak die er groter uitzag dan de andere. 21 Ik had immers gezien hoe die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overwon, 22 totdat de oude wijze kwam, er recht werd verschaft aan de heiligen van de hoogste God en de tijd aanbrak dat de heiligen het koningschap in bezit kregen. 23 Hij zei: “Dat vierde dier duidt op een vierde koninkrijk dat op aarde zal komen, anders dan alle andere koninkrijken, en dat de hele aarde zal verslinden, vertrappen en vermorzelen. 24 Die tien horens duiden op tien koningen die uit dat koninkrijk zullen opstaan, maar na hen zal een andere opstaan, anders dan alle vorige, en deze zal drie koningen ten val brengen. 25 Hij zal in opstand komen tegen de hoogste God, en de heiligen van de hoogste onderdrukken. Hij zal proberen hun feesten en hun wet te veranderen, en zij zullen aan zijn heerschappij zijn overgeleverd voor één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd. 26 Dan zal het hof plaatsnemen en zal hem zijn heerschappij ontnomen worden, hij zal voor eeuwig verdelgd en vernietigd worden. 27 Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de hoogste God. Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen hem dienen en gehoorzamen.” 28 Hier eindigt mijn verslag. Wat mij, Daniël, betreft, mijn gedachten brachten mij geheel in verwarring en ik werd bleek; ik koesterde die woorden in mijn hart.’ (NBV)

De rare dromen die Daniël heeft gehad hebben hem danig in verwarring gebracht. Men kan dan wel zeggen dat uiteindelijk de mensen die blijven geloven in die nieuwe hemel en nieuwe aarde dat nieuwe koninkrijk zullen beërven maar al die oorlogen tussen al die machtige koningen sluiten meer aan bij de werkelijkheid van alle dag dan die mooie droom. Angst is altijd maar weer een machtig wapen. Daniël zal uiteindelijk voor het geloof in de goede afloop kiezen maar in onze dagen zijn de mensen daar nog niet zo direct van overtuigd. Godsdienst is ook vaak een handige reden om je handelen achter te verschuilen, zeker als het met geweld, onrecht en onderdrukking gepaard gaat. Zelfs ongelovigen verschuilen zich vaak achter hun levensovertuiging om de slechte dingen die ze doen te rechtvaardigen, dan gaat de onderdrukking onder het mom van de een of andere vrijheid. Tegenwoordig zegt men het vaak over Moslims, anderen zeggen het soms over christenen. Altijd is het een onzin verhaal alleen bedoeld om in te spelen op de angst voor het onbekende. Samen werken met respect voor elkaar is veel moeilijker.

Dwars door de hebzucht van de rijken en machtigen blijven strijden voor eerlijk delen en het laten meedoen van iedereen aan de samenleving is moeilijk. Zeker als die haatzaaiers ook nog gelijk gaan krijgen. We zien dat maar al te vaak om ons heen. Als jou geloof niet deugt volgens de heersende overtuiging dan moet je een weg zoeken om je geloof te verdedigen. Die weg is er bijna altijd, voor jonge moslims is het nu de Islamitische Staat, vergelijkbaar met iets als het Koninkrijk van God. Die jonge moslims zijn vaak jongeren uit Nederlandse gezinnen die niet als moslim geboren zijn maar die zich tot de Islam hebben bekeerd. Daar waren de regels duidelijk, daar weet men met elkaar om te gaan zonder ruzie te maken. Daar ken je de weg, de waarheid en de beloning. Christenen kunnen leren van de bekering van die jongeren tot de Islam. Is de weg binnen het Nederlandse Christendom onduidelijk geworden? Is de Waarheid van Christus niet meer herkenbaar maar wordt die nog al te vaak verpakt in zeventiendeeeuwse of negentiendeeeuwse  taal en is die niet meer relevant voor de manier waarop we het leven van alledag leven?

Daniël ziet die opstand tegen zijn God in zijn eigen omgeving. Waar was die God toen het volk in ballingschap werd gebracht? Was het niet duidelijk dat die God verslagen was door de machtige goden van Babel? Waarom greep die God niet in toen het volk Israël begon met het afwijken van de weg die ze hadden geleerd van Mozes? Die God stuurt geen donderslagen zoals de oppergod van Babel deed, de dondergod Mardoek. Die God stuurt profeten waar niemand naar luistert. Die God stuurt dromers zoals Daniël was. Die God laat de machtige volken met elkaar oorlog voeren en neemt het voor lief dat de zwaksten daar iedere keer weer het eerste slachtoffer van worden. Die God van Joden en van Christenen kan nooit de goede God zijn volgens jongeren die zich tot een andere godsdienst bekeren. Als de God van Abraham en Hagar werkelijk had omgezien naar de kinderen van Hagar dan hadden de kinderen van Abraham en Izaäk hun broeders wel herkent en hen een vruchtbaar land gegund. De droom van Daniël eindigt hier niet. Die gaat door tot er een eind komt aan geweld en onderdrukking en de mensen echt geleerd hebben te leven volgens de Liefde, volgens de richtlijnen voor de menselijke samenleving zoals die in de woestijn aan Israël waren gegeven. Dat einde mag ons doen werken aan een samenleving waar echte vrede heerst en iedereen  mag meedoen, ook vandaag weer.