Selecteer een pagina

Ezra 6:1-5

1 Toen gaf koning Darius bevel om een onderzoek in te stellen in de Babylonische archieven, waar de schatten worden bewaard.2 In de burcht van Ekbatana, in de provincie Medië, vond men een rol waarin de volgende gedenkwaardige gebeurtenis beschreven was: 3 ‘In zijn eerste regeringsjaar heeft koning Cyrus het volgende bevel gegeven aangaande de tempel van God in Jeruzalem: De tempel moet worden herbouwd, op de plaats waar geofferd wordt. De fundamenten moeten dezelfde blijven, en hij moet zestig el hoog worden en zestig el breed. 4 Hij moet bestaan uit drie lagen steenblokken en één laag hout, en de kosten moeten worden betaald uit de koninklijke schatkist. 5 Ook moeten de gouden en zilveren voorwerpen uit Gods tempel, die Nebukadnessar uit het heiligdom in Jeruzalem heeft gehaald en naar Babel heeft gebracht, worden teruggegeven en worden overgebracht naar het heiligdom in Jeruzalem, waar ze horen, en daar worden neergezet, in de tempel van God.’ (NBV)

Heeft een dergelijk klein stukje verhaal toch ook een boodschap voor ons. De Bijbel lijkt hier wel op een geschiedenisboek maar dat is het natuurlijk niet. Het is een boek over het geloof in de God van Israël en hoe mensen daar mee omgaan. Er staan een paar feiten in die geleerden na kunnen gaan. Dat archieven verbonden zijn aan schatkamers kwam wel eens meer voor. Dat Ekbatana zou het zomerverblijf kunnen zijn van de Pezische Koning. In de zomer kun je ook de beste feesten organiseren, zeker in een land waar het warm is. Maar de beschrijving van hoe de Tempel er uit zou moeten zien is merkwaardig. De nieuwe Tempel zou twee maal zo hoog worden als de Tempel van Salomo.

Het moet een Tempel worden waar geofferd kan worden. Nu hebben de offers in de Heidense samenleving een heel andere betekenis dan in de godsdienst van de God van Israël. In de Heidense opvatting stem je een God met je offers gunstig. De kans dat die God je gaat helpen wordt dan groter. Je houdt die God immers ook in leven. In de godsdienst van Israël is een offer het teken dat je je aan het verbond met die God wil houden. Dat wat je hebt heb je van die God gekregen hou je niet voor jezelf maar je deelt het. Door te offeren laat je dat delen zien. De heidense Cyrus zal er op gerekend hebben dat offers aan de God van Israël tot gevolg zouden hebben dat ook die God hem zou steunen, net als alle andere goden.

De terugkeer van de Tempelschatten naar Jeruzalem worden een aantal keren genoemd. Kennelijk was dat voor de Bijbelschrijvers heel belangrijk. Maar waarom is goud en zilver zo belangrijk voor het volk. De liefde tot God en de liefde tot de naaste zouden toch veel belangrijker moeten zijn? Goud en zilver zijn in de geschiedenis van Israël gevaarlijk. Ze hadden een gouden kalf gemaakt waarvoor ze knielden, ze hadden houten beelden met goud en zilver bekleed en als goden vereerd. Dat goud en zilver voor de Tempel was toch niet om te vereren. Geleerden nemen aan dat met de terugkerende vermelding van het goud en zilver van de Tempel betekent dat men de plaats van de godsdienst die het in Israël had onder Salomo weer wilde voortzetten. Men zette zich in een traditie waarin het verbond centraal staat. Ook wij kunnen deelhebben aan die traditie door onze naaste lief te hebben als ons zelf, door vluchtelingen gastvrij te ontvaangen bijvoorbeeld.