Selecteer een pagina

Exodus 21:28-22:3

28 Wanneer een stier een man of vrouw zodanig stoot dat deze sterft, moet die stier gestenigd worden en mag het vlees ervan niet gegeten worden. De eigenaar gaat echter vrijuit. 29 Maar als die stier een man of vrouw doodt terwijl hij voor die tijd al stotig was, en de eigenaar was gewaarschuwd maar had hem niet vastgezet, dan moet niet alleen de stier gestenigd worden maar moet ook de eigenaar ter dood gebracht worden. 30 Legt men hem een afkoopsom op, dan moet hij als losprijs voor zijn leven de volle som die hem wordt opgelegd betalen. 31 Deze regels gelden ook als de stier een jongen of meisje stoot. 32 Als hij een slaaf of slavin stoot, moet aan zijn of haar meester dertig sjekel zilver worden betaald en moet de stier gestenigd worden. 33 Wanneer iemand een put graaft of openlegt en hem daarna niet afdekt, en er valt een rund of een ezel in, 34 moet de eigenaar van de put de schade vergoeden: hij betaalt de eigenaar van het dier een bepaald bedrag en mag het dode dier houden. 35 Wanneer iemands stier de stier van een ander zodanig stoot dat die sterft, moet de levende stier verkocht worden en de opbrengst ervan gedeeld. Ook het dode dier moet verdeeld worden. 36 Maar als bekend was dat de stier voor die tijd al stotig was en de eigenaar had hem niet vastgezet, dan moet hij de dode stier met een levende vergoeden; het dode dier mag hij houden.1 Betrapt iemand de dief op heterdaad en slaat hij hem dood, dan laadt hij daarmee geen bloedschuld op zich. 2 Gebeurt dit echter na zonsopgang, dan laadt hij wel bloedschuld op zich. De dief moet alles vergoeden; bezit hij niets, dan moet men hem verkopen voor een bedrag ter waarde van het gestolene. 3 Als het gestolen dier nog levend bij hem wordt aangetroffen, moet hij het dubbel vergoeden, of het nu een rund betreft, een ezel, schaap of geit. (NBV) 

Nog meer casuïstiek vandaag. De tora wordt wel eens vergeleken met een weg die je uit het woud van beslissingen draagt dat je elke dag moet nemen. Wij hebben geen slaven meer zul je denken, maar dat is te gemakkelijk gedacht. Uit het geheel van deze voorbeelden van wat recht is komt een patroon tevoorschijn waar wij ook vandaag de dag nog ons voordeel mee kunnen doen. Allereerst dat de zwakke beschermd moet worden. Als je een onderliggende partij verwond dan kan dat niet zomaar, dan kom je er niet zonder kleerscheuren van af. We hebben gelezen van oog om oog en tand om tand, maar als het gaat om slaven en slavinnen dan is hun vrijheid veel belangrijker dan het verwonden van een dader als vergoeding voor het aangedane leed. Dus als je een slaaf een tand of een oog laat verliezen dan is die slaaf onmiddelijk vrij. Richtlijn is dus niet een strakke definitie als oog om oog of tand om tand maar richtlijn is de schade die je toebrengt, die moet hersteld worden en armen hebben daarbij andere belangen dan rijken. 

Hoe richt je een samenleving nu zo in dat aan iedereen recht wordt gedaan? Die vraag wordt ook aan ons gesteld. Een samenleving is immers steeds aan verandering onderhevig en altijd is de vraaag welke spelregels nu de beste zijn. Gelovigen zullen zeggen dat de spelregels van de God van Israël de bovenste beste zijn. Maar in de dagen dat het boek Exodus haar definitieve vorm en inhoud kreeg had men van de hedendaagse technologie en haar mogelijkheden nog geen benul. Toch zijn de vragen die het boek Exodus aan ons stelt van groot belang. De eerste vraag bijvoorbeeld gaat over het recht je te verdedigen tegen inbrekers en roofovervallers. Mag je zover gaan dat ze het leven verliezen? Het leven is immers het allerbelangrijkste en het kostbaarste dat een mens bezit. Elk belang van bezit aan voorwerpen en geld valt in het niet bij mensenlevens. Als het duister is en iemand breekt in of overvalt je dan is het te rechtvaardigen dat je je zelf ook zo bedreigd voelt dat je je zo verdedigt dat daar iemand aan kan dood gaan. Als het licht is en je kunt de bedoelingen inschatten en men bedreigt je niet met de dood, dan mag je niet doden, dat laatste is dus altijd het uitgangspunt.


Het recht van de zwakste in een conflikt is lange tijd uit onze rechtspraak verdwenen. Slachtoffers en nabestaanden waren volstrekt buiten beeld. Heel langzaam dringt het besef door in de rechtspraak dat het niet alleen om de persoon van de dader gaat maar ook op de ernst van de gevolgen van een misdrijf. Die ernst is niet in alle gevallen gelijk. Hetzelfde misdrijf kan voor de ene benadeelde, voor de ene nabestaande of slachtoffer, veel zwaarder wegen dan voor de andere. De genoegdoening zal daarop moeten zijn afgestemd. Soms in de vorm van een hogere straf, soms in de vorm van een lagere straf om de dader in de gelegenheid te geven de schade materieel te vergoeden en het slachtoffer of de nabestaande de zekerheid te geven dat de materiele vergoeding ook binnen afzienbare tijd ook verkregen kan worden. Er wordt zelfs over gesproken dat we als samenleving, via de overheid, voorschotten op die materiele vergoeding zullen kunnen betalen. Daarmee zal het recht van de armsten in ons rechtssysteem pas verankerd kunnen worden. De Bergrede uit het Evangelie van Matteüs wordt beschouwd als een hervertelling van de Tora voor de mensen die leden onder de Romeinse bezetting. Wij lijden onder het Romeinse Recht waar de regels recht worden gedaan. Door te blijven vertellen over dat Koninkrijk van God kunnen we beetje bij beetje er voor zorgen dat aan mensen recht wordt gedaan, elke dag opnieuw, ook vandaag weer.