2 Samuel 3:17-27 

17  Abner onderhandelde met de oudsten van Israël: ‘Eigenlijk hebt u altijd David al als koning gewild. 18  Grijp dan nu uw kans, want de HEER heeft David beloofd dat hij door zijn toedoen zijn volk Israël zal redden uit de handen van de Filistijnen en al hun andere vijanden.’ 19  Abner sprak ook met de Benjaminieten. Daarna ging hij naar Hebron om David mee te delen wat de Israëlieten en ook de stam Benjamin hadden besloten. 20  Hij kwam met twintig afgevaardigden in Hebron aan, waar David voor hen een feestmaal aanrichtte. 21  Abner zei tegen David: ‘Ik stel voor dat ik op weg ga om alle Israëlieten bijeen te brengen onder mijn heer en koning. Zij zullen een verdrag met u sluiten en u zult koning zijn over heel het gebied dat u verlangt.’ En David liet Abner ongehinderd vertrekken. vertrekken. 22 Vlak daarop kwam Joab met de mannen van David terug van een strooptocht. Ze brachten een grote buit mee. Abner was niet meer in Hebron, want David had hem ongehinderd laten gaan. 23  Toen Joab met zijn mannen aankwam, hoorde hij dat Abner, de zoon van Ner, bij de koning was geweest en dat die hem ongehinderd had laten vertrekken. 24  Daarop ging Joab naar de koning en vroeg: ‘Wat hebt u gedaan? Abner is naar u toe gekomen en u hebt hem zomaar laten gaan? 25  U kent hem toch! Hij is natuurlijk gekomen om u te misleiden en zich op de hoogte te stellen van uw troepenbewegingen en uw plannen.’ 26  Joab ging bij David weg en stuurde boden achter Abner aan, die hem bij de put van Sira lieten terugkeren; David wist hier niets van. 27  Toen Abner in Hebron terugkwam, nam Joab hem in het poortgebouw ter zijde alsof hij hem onder vier ogen wilde spreken en stak hem in de buik. Zo stierf Abner omdat hij Joabs broer Asaël had gedood. (NBV) 

Als oorlogen lang duren dan wordt het verlangen naar vrede steeds groter. Een zwakke leiding in Israël betekende ook dat de vijanden meer ruimte hadden voor plundering en roof. David had in zijn gebied de Filistijnen aardig onder controle en iedereen kende nog het liedje van Saul die zijn duizenden versloeg en David zijn tienduizenden. De eigenlijke baas van het koninkrijk van Saul kwam tot de overtuiging dat het huis Saul zich had overleefd. Koning zijn en macht uitoefenen alleen omdat je toevallig geboren bent in de koninklijke familie is niet genoeg. Een echte koning is dienaar van zijn volk en dat beeld komt bij David terug. Er kwam dus een verdrag tot stand en terloops krijgt David zijn Michal terug.

 Wij staan bij conflicten in de samenleving, zeker als het om oorlogen gaat, vaak niet echt stil bij de slachtoffers. Natuurlijk we hebben regels dat burgers geen slachtoffer mogen worden van militaire conflicten en de verontwaardiging is groot als die wel vallen. Maar de enige manier om burgerslachtoffers echt te vermijden is geen militaire operaties uit te voeren. Voor ons dus als eerste opgave ons naast de slachtoffers van oorlogen en geweldsconflicten te blijven opstellen. Zorgen dat zij beschermd worden, geholpen worden, een veilige plek krijgen als ze moeten vluchten.  Zij die van de oorlog misbruik hebben gemaakt door misdaden te plegen dienen bestraft de worden. Dat is een moeilijke zaak.  

Abner had zich opgeworpen als  bemiddelaar tussen David en de oudsten van Israël en Benjamin. In het boek Rechters kunnen we lezen dat de stam Benjamin al eens eerder voor een burgeroorlog binnen Israël hadden gezorgd. Maar nu gaven de oudsten Abner gelijk en besloten ze zich onder het gezag van David te stellen. Maar Abner had zich schuldig gemaakt aan de moord op de broer van Joab, Asaël. Die moord was voor de loop van de oorlog niet nodig geweest en Joab voelde dat Abner bestrafd dient te worden. Een straf op een militaire manier, Joab was de legerleider van David, in een hoekje wordt Abner vermoord. Wij hebben geprobeerd er van te leren door de instelling van het strafhof en tribunalen. Ook al lopen onze eigen vertegenwoordigers gevaar daar berecht te worden moeten we ze toch steunen. Wat Joab deed kan niet, mensen moet recht worden gedaan. Ook vandaag.