2 Samuel 1:17-27

17 Toen hief David een klaaglied aan over Saul en zijn zoon Jonatan. 18  Hij heeft gezegd dat alle Judeeërs dit lied, het Lied van de boog, moesten leren. Het staat opgetekend in het Boek van de Oprechte: 19  ‘Als een gevelde hinde, Israël, ligt jouw trots gesneuveld op je heuvels. Ach, dat je helden moesten vallen! 20  Maak het niet bekend in Gat, roep het niet rond in Askelon; laat niet de Filistijnse vrouwen zich verheugen,  de dochters van die onbesnedenen niet juichen. 21  Bergen van Gilboa, draag geen dauw meer, duld geen regen op je hooggelegen velden: daar ligt het heldenschild, vertrapt, het schild van Saul, vergeten en verwaarloosd. 22  Nooit keerde de boog van Jonatan terug zonder het bloed van verslagenen, zonder het vet van helden; het zwaard van Saul bleef nimmer onverzadigd. 23  Saul en Jonatan, de geliefden en beminden, bij leven niet te scheiden, en onafscheidelijk verbonden in de dood. Sneller dan een arend waren ze, en sterker dan een leeuw. 24  O dochters van Israël, treur om Saul! Rijk bewerkt scharlaken gaf hij je te dragen, door hem werd je getooid met sieraden van goud. 25  Ach, dat de helden in de oorlog moesten vallen! Jonatan ligt gesneuveld op de heuvels. 26  Het verdriet verstikt me, Jonatan, je was mijn broeder, en mijn beste vriend. Jouw liefde was mij dierbaar, meer dan die van vrouwen. 27  Ach, dat de helden moesten vallen, dat jullie, wapens in de strijd van Israël, verloren moesten gaan!’ (NBV) 

Als je vijanden zijn overwonnen dan past vreugde en opluchting. Maar het gedeelte van vandaag maakt eigenlijk ook duidelijk dat de vierde en de vijfde mei bij elkaar horen. We hebben eerst verdriet over hen die gevallen zijn ook al stonden ze ons naar het leven. Dat ze niet de kans hebben gekregen anders met ons om te gaan moet ons droevig maken. Het slechte wordt er niet minder slecht door, ook al leren we te begrijpen waarom onze vijanden ons naar het leven stonden, maar ons verlangen naar vrede en recht maakt ons droevig als het streven naar vrede met onze vijanden ons uit de handen geslagen worden door de dood. De schrijver van het boek Samuël gebruikt een klaaglied dat bij het volk bekend was om ons te laten zien hoe dat verdriet er uit zou kunnen zien.  

Het lied stond in het boek van de oprechte, dat boek kennen we niet meer maar in het eerste boek Samuël wordt ook Samuël “oprechte” genoemd. Het is een prachtig lied, een heldenlied zo mooi als je maar weinig in de oude literatuur aantreft. Maar dat boek de Oprechte staat ook misschien niet ten onrechte niet in de Bijbel. Helden komen in de Bijbel maar weinig voor en als ze voorkomen dan stellen ze weinig voor. Ze hebben een heldendaad verricht en daar blijft het over het algemeen bij. Maar hier gaat het om de Gezalfde van de God van Israël, de geliefde van God en zijn zoon, de geliefde van David. Hier past een lied voor de doden die leiding hadden gegeven aan de strijd tegen de vijanden van Israël.  

Ook in de dood blijft Saul de Gezalfde Koning van Israël, geroepen door de God van Israël. Wij veroordelen onze gevallen leiders met het grootste gemak. Een kleine misstap, een verkeerde inschatting en weg zijn ze. De laatste paar jaar is de meest gestelde vraag aan een Nederlands politicus zelfs de vraag wanneer die op stapt vanwege onvermogen of vermeende fouten. Misschien dat ons land wat minder versplinterd blijft als we het voorbeeld van David volgen en ook het goede van elke politicus in rekening brengen. Dat goede moeten we immers ook zelf doen, elke dag en niet dan het goede, dat kan dus ook vandaag weer. En de liefde die David voelde voor Jonathan en die wederzijds was en voor David meer betekende dan zijn liefde voor vrouwen is kennelijk hier ook een teken van de liefde voor God.