Selecteer een pagina

Lucas 8:9-21

9 Zijn leerlingen vroegen Hem wat deze gelijkenis betekende. 10 Hij antwoordde: ‘Het is jullie gegeven de geheimen van het koninkrijk van God te kennen, maar de anderen krijgen alles in gelijkenissen te horen, opdat ze zien zonder inzicht en horen zonder iets te begrijpen. 11 Dit is de betekenis van de gelijkenis: Het zaad is het woord van God. 12 Het zaad op de weg, dat zijn zij die geluisterd hebben, maar daarna komt de duivel en die graait het woord weg uit hun hart, om te voorkomen dat ze worden gered door te geloven. 13 Het zaad op de rotsachtige bodem, dat zijn zij die het woord vol vreugde aannemen wanneer ze het horen, maar het schiet geen wortel; voor het moment geloven ze, maar als ze op de proef worden gesteld, worden ze afvallig. 14 Het zaad dat tussen de distels valt, dat zijn zij die wel geluisterd hebben, maar door zorgen en rijkdom en de genoegens van het leven worden ze gaandeweg verstikt, zodat ze geen vrucht dragen. 15 Het zaad in de vruchtbare grond, dat zijn zij die met een goed en eerlijk hart naar het woord hebben geluisterd, het koesteren en door standvastigheid vrucht dragen. 16 Wie een lamp aansteekt, zet hem niet onder een vat of onder een bed, maar plaatst hem op een standaard, zodat iedereen die binnenkomt het licht ziet. 17 Alles wat verborgen is, wordt openbaar; alles wat geheim is, zal bekend worden en aan het licht komen. 18 Let dus goed op hoe jullie luisteren: want wie iets heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij denkt te hebben worden ontnomen.’ 19 Zijn moeder en zijn broers kwamen naar Hem toe, maar ze konden niet bij Hem komen vanwege de menigte. 20 Zijn toehoorders zeiden tegen Hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten, ze willen U spreken.’ 21 Maar Hij antwoordde: ‘Mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen.’ (NBV21)

Het is niet altijd eenvoudig te snappen wat nu het Koninkrijk van God is. Groot in het Koninkrijk van God is wie groot is voor de kinderen van God, niet wie macht heeft en wetten kan uitvaardigen of oorlogen kan voeren. Dat leer je in een kerk. Ook in onze dagen gaan er elke zondag mensen naar de Kerk. Waarom eigenlijk? De kerken lopen leeg en na al die eeuwen kerkgang lijkt de wereld er nog steeds niet veel beter op geworden. Nog veel erger is dat er zo veel kerken zijn. Was er nu maar één kerk voor elk dorp en elke wijk in elke stad, maar zelfs kleine dorpen kennen meer kerkgebouwen waar groepen gelovigen heen gaan die vooral niet samen naar de kerk willen. Allemaal hebben ze iets gemeen, ze luisteren naar een voorganger die vindt dat ze goed moeten luisteren. Daarin proberen die voorgangers te lijken op Jezus van Nazareth. Die riep dat immers ook, en hij dreigde zelfs de mensen af te nemen wat ze hadden als ze niet goed luisterden. Of lezen we het dan verkeerd.

Het gevaar is altijd dat als je dat soort zinnetjes gaat gebruiken je het verhaal uit z’n verband trekt. Jezus van Nazareth had het over de goede boodschap, Evangelie genoemd, dat de armen en onderdrukten bevrijdt zouden worden, dat door een volledig andere manier van leven het leed geleden zou zijn, dat je daar zelfs tegen op zou mogen staan. De kunst was het brengen en het leven van die boodschap en door die boodschap het vol te houden tegen alles in. Dan zou dat nieuwe leven tot bloei komen, dat kon je immers niet verborgen houden. Als je het licht opsteekt verdwijnt het donker, zo zit dat in elkaar. Kunst was dus ook goed naar die boodschap te luisteren, die boodschap uitdragen is het mooiste wat er is, maar volhouden het moeilijkste.

Ook voor Jezus van Nazareth overigens. Het Evangelie van Lucas vertelt het er maar even bij. Voor Jezus van Nazareth even geen tijd voor de familie. Sommige voorgangers schilderen hem graag af als enig kind en gaan dan ook op de traditioneel heidense manier zijn moeder aanbidden. Maar Jezus van Nazareth had geen tijd voor familie, zijn moeder en broers moesten maar buiten blijven. Enig kind was hij ook al niet dus. Hij voelde zich verwant aan de mensen die net als hij hun leven in dienst van het goede hadden gesteld. Familiebanden waren geen reden om voorrang te krijgen. Nu kwam het daarmee wel goed. Zijn moeder bleef hem achtervolgen tot bij het kruis toe en zijn broer Jacobus zou het hoofd van de gemeente in Jeruzalem worden. Maar vandaag moeten ook wij luisteren, en horen dat de eerste onder ons de minste tot dienaar wil zijn, dat voortrekken van je familie er niet bij is maar dat al die gelovigen je familie zijn, naar welke kerk ze ook gaan, als ze maar aan het werk gaan om de armen te bevrijden, het evangelie te brengen dus.