Geen mens verzorgt je

Jeremia 30:12–31:1

2 Dit zegt de HEER: Ongeneeslijk zijn je wonden, niet te helen is je letsel. 13 Geen mens verzorgt je zweren, je wonden groeien nooit meer dicht. 14 Je minnaars zijn je vergeten, ze kijken niet meer naar je om. Ik was het die je sloeg, als een vijand, Ik heb je meedogenloos gestraft, om je vele wandaden, om je talloze zonden. 15 Wat klaag je nu over je letsel, je dodelijke wonden? Om je vele wandaden, om je talloze zonden heb Ik je dit aangedaan. 16 Maar wie jou verslonden, worden zelf verslonden, al je vijanden gaan zelf in ballingschap. Elk volk dat jou plunderde, wordt zelf geplunderd, Ik maak ieder die naar buit zocht, zelf tot buit. 17 Weet dat Ik je zal genezen, Ik zal je wonden helen – spreekt de HEER – ook al noemt men je Verworpene en zegt men: “Naar Sion kijken we niet meer om.” 18 Dit zegt de HEER: Ik keer het lot van Jakobs tenten ten goede, Ik zal me om zijn woningen bekommeren. De steden zullen uit de as herrijzen, paleizen worden op hun oude plaats herbouwd. 19 Dan klinken er weer lofzangen en stemmen van vrolijke mensen. Ik doe het volk in aantal toenemen,
het neemt niet meer in aantal af. Ik geef het aanzien, het wordt niet langer veracht. 20 Het volk wordt weer als vroeger en houdt door mijn bescherming altijd stand. Wie het bedreigt, zal Ik straffen. 21 Het zal een vorst voortbrengen, er komt een heerser uit zijn midden voort. Ik zal hem toestaan Mij te naderen. Want wie zou dat zelf wagen? – spreekt de HEER. 22 Jullie zullen mijn volk zijn, en Ik zal jullie God zijn. 23 De HEER zendt een woedende wind, een aanhoudende storm treft de verdorvenen. 24 Zijn brandende toorn komt niet tot bedaren voor Hij zijn plan geheel heeft uitgevoerd. Eens zullen jullie dat begrijpen 1 Dan zal Ik voor elke stam van Israël een God zijn, dan is Israël mijn volk – spreekt de HEER. (NBV21)

Voor het genezen van lichamelijke kwalen hebben we dokters. Die worden steeds knapper en als ze een ziekte nog niet kunnen genezen dan hebben we pech. Voor leken die niet thuis zijn in de medische wetenschap blijven ziekten vaak een geheimzinnig gebeuren. Waar komen ze vandaan? Waarom treft een ziekte de een wel en de ander niet? Het ligt voor de hand er “goddelijke” of “kosmische” oorsprong in te zoeken. Het zal wel de straf van God zijn, of het zal wel in de sterren staan. Wie de ontwikkeling van de medische wetenschap bestudeert komt tot de ontdekking dat beide beweringen onwaar moeten zijn, oorzaken die eerst geheimzinnig waren worden de een na de ander ontdekt en blijken natuurlijke processen. Leken raken wanhopig en zijn gemakkelijk te verleiden hun hoop te vestigen op instralers, strijkers, gebedsgenezers, piskijkers of andere alternatieven. Voor de Bijbel is er echter maar één geneesmiddel dat buiten de wetenschap wordt aanbevolen en dat is de liefde. Slechts naastenliefde kan helpen te genezen.

In de eerste plaats helpt dat tegen maatschappelijke kwalen. En daar gaat het gedeelte over dat we vandaag uit het boek van de profeet Jeremia lezen. Het ergste dat je kan overkomen zijn dan ook niet de zweren of de wonden waarmee je geslagen bent maar de afkeer van de mensen die je dierbaar zijn. Dat doet pas pijn als mensen zich van je afkeren, van je walgen. Pas naastenliefde kan je daarvan genezen. Ja ook zieken moeten van hun naaste houden als van zichzelf. Er zijn twee soorten fouten die zieken maken, ze vragen of te veel, of te weinig. Wie te veel vraagt, voortdurend zeurt, kan een ander zo tot last worden dat de ander zich afkeert en de zieke niet meer geeft wat vanuit de ziekte eigenlijk nodig is. Wie te weinig vraagt krijgt in elk geval niet wat nodig is. Houden van jezelf betekent dus dat je op zoek gaat naar wat je echt nodig hebt, van de ander houden als van jezelf betekent dat je in elk geval vraagt wat je nodig hebt, maar begrip hebt voor de moeite die het kan kosten dat ook te geven.

Het verhaal over Jeremia en de ballingen loopt uit op een vreugdelied. Het land komt weer tot bloei, het volk krijgt weer aanzien. Dat gaat er van komen als iedereen zich weer houdt aan het verdrag dat het volk ooit in de woestijn sloot, dat verdrag van recht en gerechtigheid, van eerlijk delen waaraan iedereen mee mocht doen en waar iedereen de naaste liefhad als zichzelf. Niet een ieder voor zich, niet een eigen verantwoordelijkheid en de armoede afwentelen op het netwerk. De onderkant van de samenleving voert nog steeds niet de boventoon. Mensen verbazen zich niet alleen over de voedselbanken. Ook ergert men zich aan het aantal zwervers in de steden. Psychiatrische inrichtingen waar mensen opgesloten werden zijn gesloten, maar zorg op maat in de steden voor mensen die zonder die zorg aan zwerf gaan was te duur. De gekkigheid ligt dus bij ons op de stoep en wordt niet uitgebannen, maatschappelijke ziekten worden niet genezen. Jeremia wijst vandaag de weg naar de oplossing. Laten we weer oog krijgen voor de armen, de zieken, de zwakken en de vreemdelingen in ons midden. Dan zal het land pas echt tot bloei komen.

Plaats een reactie