Psalm 101

1 Van David, een psalm. Ik wil zingen over trouw en recht in een lied voor u, o HEER, 2  nadenken over de volmaakte weg-wanneer zult u bij mij komen? Ik handel met een zuiver hart, ook in mijn paleis, 3  niets staat mij voor ogen wat boosaardig is. Gedraai, ik haat het, ik laat mij er niet mee in, 4  sluwheid houd ik ver van mij, het kwaad wil ik niet kennen. 5  Wie heimelijk een vriend belastert, leg ik het zwijgen op, een trotse blik, een aanmatigend hart verdraag ik niet. 6  Mijn oog zoekt de getrouwen in het land, met hen wil ik mijn woning delen. Wie de volmaakte weg bewandelt, mag mij dienen. 7 In mijn paleis is geen plaats voor wie liegt en bedriegt, wie onwaarheid spreekt komt mij niet onder ogen. 8  De schuldigen in het land breng ik elke morgen tot zwijgen, uit de stad van de HEER verdrijf ik allen die onrecht begaan.(NBV) 

We hebben al weer een aantal jaren een nieuw Liedboek in de kerken in Nederland. Langzaamaan zij de kerken in Nederland dat Liedboek in gebruik gaan nemen. Veel liederen gaan over trouw en recht. Al tijdens de reformatie in de zestiende eeuw werden psalmen op rijm gezet zodat ze gezongen konden worden in de kerken. Vooral de verzameling melodieën die er in Geneve voor werden uitgekozen en gecomponeerd kreeg grote bekendheid. Alle 150 psalmen zijn nog eind jaren 60 van de vorige eeuw opnieuw op rijm gezet zodat ze op die melodieën kunnen worden gezongen. Het zijn nu de eerste 150 liederen van dat nieuwe liedboek, dat overigens meer dan 1000 liederen telt. Is dat zingen belangrijk? Volgens het lied dat we vandaag met de kerk meezingen wel. Je wordt door het zingen van zo’n lied weer eens bepaald bij waar het ook al weer om gaat: om het goede te doen en niet dan het goede, reine harten en reine daden zingt de berijming uit het Liedboek. 

En het lied dat we vandaag meezingen is niet zomaar een liedje. Het is het lied van de Koning. Want wie anders kan overzien waar in het Rijk in het geheim mensen worden belastert. In onze dagen zijn het toch de overheden en bestuurders die weten waar de anonieme beschuldigingen worden geuit. En anoniem moet het want zelfs als een ambtenaar corruptie in zijn dienst meldt dan loopt hij een grote kans als vervelende klokkenluider te worden ontslagen. Dat zou onder een overheid die deze Psalm meezingt niet voorkomen. Want die overheid neemt zich voor elke ochtend alle boosdoeners tot zwijgen te brengen, uitroeiend uit de stad van de Heer. En we weten het allemaal, list en bedrog kan gemakkelijk onze samenleving regeren. Een handjevol bankiers kan met leugens de hoogte van de hypotheekrente in eigen voordeel bepalen. Van schadevergoeding aan de slachtoffers is als het uitkomt geen sprake. 

Zo’n kleine Psalm als die we vandaag meezingen doet ons dus nog weer eens beseffen dat we er goed aan doen voor een overheid te zorgen die er op let dat er geen boosaardigheid voorkomt. Die niets moet hebben van gedraai en sluwheid. Die van anonieme beschuldigingen zonder bewijs niets moet hebben. Maar die ook niet de mensen op straat zet die het niet in haar land wil hebben. Die naast mensen blijft staan om het goede te doen en niet dan het goede. Als je wil dat mensen naar een ander land gaan moet je zorgen dat het gebeurt, dat ze papieren krijgen en de kans om een nieuwe start in dat andere land te maken. Als je ze op straat zet vervallen ze te gemakkelijk tot het kwade of worden ze slachtoffer van het kwaad dat de straat nu eenmaal beheerst. Zingen en als nieuw zingen is dus niet onbelangrijk. Elke zondag kan dat in de Protestantse Kerken in Nederland, in elk dorp en elke stad zijn die kerken te vinden, stap gerust eens binnen en zing mee. Zodat we een land krijgen waar het goede heerst, elke dag van de week.