Selecteer een pagina

Jozua 24:1-13

1 Jozua riep alle stammen van Israël bijeen in Sichem. Nadat hij de oudsten, stamhoofden, rechters en griffiers zich ten overstaan van God had laten opstellen, 2  sprak hij tot het volk: ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Jullie voorouders woonden lang geleden ten oosten van de Eufraat. Het waren Terach en zijn zonen Abraham en Nachor. Ze dienden andere goden. 3  Maar ik heb jullie stamvader Abraham daar weggehaald en hem door heel Kanaän laten trekken. Ik schonk hem een groot aantal nakomelingen. Ik gaf hem Isaak als zoon 4  en Isaak gaf ik Jakob en Esau. Esau kreeg van mij het Seïrgebergte in bezit, maar Jakob en zijn zonen trokken naar Egypte. 5  Ik stuurde Mozes en Aäron, teisterde Egypte, jullie weten hoe, en leidde jullie het land uit. 6  Ik heb jullie voorouders uit Egypte bevrijd. Ze kwamen bij de Rietzee, terwijl de Egyptenaren hen achtervolgden met strijdwagens en ruiters. 7  Toen riepen ze mij, de HEER, om hulp, en ik scheidde hen van de Egyptenaren door een zware duisternis en liet de Egyptenaren door de zee verzwelgen. Jullie hebben met eigen ogen gezien wat ik met hen heb gedaan. Vervolgens bleven jullie jarenlang in de woestijn, 8  tot ik jullie naar het land van de Amorieten bracht, die ten oosten van de Jordaan woonden. Ze namen de wapens tegen jullie op, maar ik leverde hen aan jullie uit en vernietigde hen, en jullie namen hun land in bezit. 9  Daarna verscheen koning Balak van Moab, de zoon van Sippor, om de strijd tegen jullie aan te binden. Hij liet Bileam, de zoon van Beor, komen; die moest jullie vervloeken, 10  maar ik schonk hem geen gehoor. Ik beschermde jullie tegen hem; meer nog, hij zegende jullie zelfs. 11  Vervolgens trokken jullie de Jordaan over en kwamen jullie bij Jericho. De inwoners van Jericho verdedigden zich tegen jullie, net als de Amorieten, Perizzieten, Kanaänieten, Hethieten, Girgasieten, Chiwwieten en Jebusieten, maar ik leverde ze allemaal aan jullie uit. 12  Ik stuurde een zwerm horzels voor jullie uit die ze op de vlucht joeg, zoals eerder de twee koningen van de Amorieten op de vlucht werden gejaagd. Jullie zwaarden en bogen hoefden er niet aan te pas te komen. 13  Ik heb jullie een land gegeven waarvoor jullie niets hebben hoeven te doen, steden die jullie niet hebben gebouwd en waarin jullie zomaar konden gaan wonen, wijngaarden en olijfbomen die jullie niet hebben geplant en waarvan jullie zomaar kunnen eten. (NBV)

In het hart van het land Israël worden alle volken bijeen geroepen door Jozua. Daar stond de Tent van de Ontmoeting en alle notabelen van het volk moesten zich daar opstellen. Daar immers lag het echte hart van Israël, de richtlijnen van de God van Israël zoals die aan en door Mozes waren overdragen. Nog een keer wordt het verhaal van de richtlijnen samengevat. Let wel, de Bijbel is geen geschiedenisboek. Er staan geen jaartallen en machthebbers in die moeten worden herdacht. Het verhaal in de Bijbel gaat over de God van Israël en alles wat die heeft laten zien zodat je die God zou kunnen vertrouwen en de richtlijnen van juist die God zou durven houden. Dat is ook de manier waarop Jozua het verhaal samenvat. Het is een boodschap van de Heer, heel dat verhaal. Te beginnen met Terach die met zijn zonen vertrokken was uit het Ur der Chaldeeën naar Haran. Hoe Abraham de roep van de Heer had verstaan om uit zijn familie te gaan naar een onbekend land maar een land dat zou overvloeien van melk en honing zodat Abraham de vader van vele volken zou kunnen worden.

Het verhaal zoals dat door Jozua wordt samengevat is hier en daar zelfs wat anders dan in de boeken van Mozes wordt verteld. Esau kreeg een deel van het land dat aan Abraham werd gegeven maar Jacob trok met zijn zonen naar Egypte, het land van de doden en zijn nakomelingen werden dus slaven. Alsof de keuze van Jacob de verkeerde keuze was geweest. De boeken van Mozes vertellen het verhaal over Jozef, zoon van Jacob, en zijn broers toch iets anders. Van elke zoon van Jacob was één stam de afstamming. Maar van Jozef stamden twee stammen af, Efraïm en Manasse. De God van Israël had het volk bevrijd uit Egypte en door de manier waarop Jozua het verhaal verteld onderstreept hij nog eens dat het goede altijd van die God komt, dat je op die God mag vertrouwen omdat die God nooit laat varen het werk dat zijn hand begon. Die God had het land beloofd aan Abraham en nu kregen de nakomelingen van Abraham van die God dat land in bezit. We lezen vandaag het eerste deel van het laatste hoofdstuk van het boek Jozua. Wie de rest van het boek gelezen heeft zal nu toch even de wenkbrauwen fronsen.

We kennen natuurlijk het verhaal over de verovering van Jericho. Daar trok het volk zes dagen zwijgend om heen om op de zevende dag er zeven maal omheen te trekken, toe de priesters daarna op de ramshoorns bliezen vielen de muren van Jericho ineen. Maar na Jericho had er toch heel hard gevochten moeten worden en waren er echt ook soldaten van Israël gesneuveld. Soms door hebzucht van hun leiders, zoals bij Ai, maar soms ook door de weerstand die de volken van Kanaän hadden geboden. Toch durft Jozua het aan om er op te wijzen dat al die mooie steden die veroverd waren, al het land waarop wijnstokken en andere eetwaren groeiden, de weiden voor de runderen en de schapen door de God van Israël waren gegeven. Het is een boodschap ook aan ons. Hoe hard wij ook gewerkt hebben, hoe slim we ook gehandeld hebben, hoe goed we ook gezorgd hebben, alles is ons toegevallen uit de hand van de God van Israël. Indien we de liefde voor onze naaste verliezen komen we terecht in een wereld vol dood en geweld. Soms lijkt het er op dat we in die wereld terecht zijn gekomen, maar als we de liefde van God tot uitgangpunt van onze samenleving weten te maken dan leven we in een wereld van vrede en welzijn voor iedereen. Elke dag mogen we daar opnieuw mee beginnen.