Blijf hier met Mij waken.

Matteüs 26:17-75 17 Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood kwamen de leerlingen naar Jezus toe en vroegen: ‘Waar wilt U dat wij voorbereidingen treffen zodat U het pesachmaal kunt eten?’ 18 Hij gaf hun de opdracht om naar een zeker persoon in de stad te gaan en hem te zeggen: … Lees verder

Een verspilling!

Matteüs 26:1-16 1 Toen Jezus deze laatste rede beëindigd had, zei Hij tegen zijn leerlingen: 2 Over twee dagen is het, zoals jullie weten, Pesach. Dan wordt de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden.’ 3 Ondertussen kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk bijeen in het huis van de hogepriester, Kajafas. 4 Daar … Lees verder

Wie mij kwaad doen

Psalm 140 1 Voor de koorleider. Een psalm van David. 2 Bevrijd mij, HEER, van wie mij kwaad doen, behoed mij voor hun bruut geweld. 3 In hun hart bedenken zij boze plannen, heel de dag zoeken ze strijd. 4 Hun tong is scherp als die van een slang, achter hun lippen schuilt het gif … Lees verder

Wie zo doet

Psalm 15 1 Een psalm van David. HEER, wie mag gast zijn in uw tent, wie mag wonen op uw heilige berg? 2 Wie de volmaakte weg gaat en doet wat goed is, wie oprecht de waarheid spreekt. 3 Hij doet aan lasterpraat niet mee, hij benadeelt een ander niet en drijft niet de spot … Lees verder

Hun mantels

Matteüs 21:1-9 1 Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus twee leerlingen eropuit 2 met de opdracht: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Zodra je het binnenkomt, zul je een ezelin vinden die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij Me. … Lees verder

God zelf spreekt hen vrij

Romeinen 8:31-39 31 Wat moeten wij hier verder over zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn? 32 Zal Hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons dan met Hem ook niet alles schenken? 33 Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf … Lees verder

In deze hoop

Romeinen 8:22-30 22 Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. 23 En zij niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn: de verlossing van ons sterfelijk bestaan. 24 In … Lees verder

Ten prooi aan zinloosheid

Romeinen 8:12-21 12 Broeders en zusters, we zijn dus niet langer gebonden aan het aardse, om volgens aardse maatstaven te leven. 13 Als u wel zo leeft, zult u zeker sterven. Als u echter uw zondige praktijken doodt door de Geest, zult u leven. 14 Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn … Lees verder

Het aardse streven

Romeinen 8:1-11 1 Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld. 2 De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt, heeft u immers bevrijd van de wet van de zonde en de dood. 3 Want waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door onze aardse natuur, … Lees verder

Het profetenhuis

1 Samuël 19:18-24 18 David had zich uit de voeten gemaakt en een veilig heenkomen gezocht. Hij was naar Rama gegaan, naar Samuel, en had hem alles verteld wat Saul hem had aangedaan. Samen gingen ze naar het profetenhuis en namen daar hun intrek. 19 Toen Saul hoorde dat David in het profetenhuis in Rama … Lees verder

Een pluk geitenhaar

1 Samuël 19:1-17 1 Saul maakte aan zijn hovelingen en zijn zoon Jonatan bekend dat hij Davids dood wenste. Maar Jonatan, die zeer op David gesteld was, 2 waarschuwde hem: ‘Mijn vader Saul is van plan je te doden. Wees op je hoede morgenochtend, houd je schuil en blijf waar je bent. 3 Ik ga … Lees verder

Davids aartsvijand.

1 Samuël 18:17-30 17 Toen zei Saul tegen David: ‘Hier is mijn oudste dochter Merab. Ik bied je haar als vrouw aan, op voorwaarde dat je in mijn dienst je heldhaftigheid blijft tonen en voor de HEER ten strijde trekt’ -want hij dacht bij zichzelf: Ik hoef hem niet zelf om het leven te brengen, … Lees verder