Het was een Samaritaan.

Lucas 17:11-19 11 Op weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. 12  Toen hij daar een dorp wilde binnengaan, kwamen hem tien mensen tegemoet die aan huidvraat leden; ze bleven op een afstand staan. 13  Ze verhieven hun stem en riepen: ‘Jezus, meester, heb medelijden met ons!’ 14  Toen hij … Lees verder

Mijn allesverwoestende toorn.

Ezechiël 13:1-16 1 De HEER richtte zich tot mij: 2 ‘Mensenkind, klaag alle profeten van Israël aan die het nog wagen te profeteren; zeg tegen de profeten die op eigen gezag spreken: “Luister naar de woorden van de HEER! 3 Dit zegt God, de HEER: Wee de verdwaasde profeten die hun eigen ingevingen volgen zonder … Lees verder

Elk visioen komt uit.

Ezechiël 12:21-28 21 De HEER richtte zich tot mij: 22 ‘Mensenkind, hoe luidt dat spreekwoord bij jullie in Israël? De dagen rijgen zich aaneen, en geen visioen komt uit? 23 Zeg hun dit: “Dit zegt God, de HEER: Ik zal ervoor zorgen dat dit spreekwoord verdwijnt; het zal in Israël niet meer worden gehoord. Nog … Lees verder

Voor jullie een teken

Ezechiël 12:8-20 8 De volgende morgen richtte de HEER zich tot mij: 9 ‘Mensenkind, hebben die opstandige Israëlieten je niet gevraagd wat je aan het doen was? 10 Zeg tegen hen: “Dit zegt God, de HEER: Over de vorst in Jeruzalem gaat deze profetie en over alle Israëlieten die er wonen.” 11 Zeg hun: “Wat … Lees verder

Zorg dat ze zien

Ezechiël 12:1-7 1 De HEER richtte zich tot mij: 2 ‘Mensenkind, je woont te midden van een opstandig volk. Het heeft ogen om te kijken maar het ziet niets, en oren om te horen maar het luistert niet, opstandig als het is. 3 Pak daarom bij elkaar wat je nodig hebt om in ballingschap te … Lees verder

Een nieuwe geest

Ezechiël 11:14-25 14 Daarna richtte de HEER zich weer tot mij: 15 ‘Mensenkind, het zijn je broeders, je eigen broeders, je verwanten en alle andere Israëlieten tegen wie de inwoners van Jeruzalem zeggen: “Blijf waar je bent, ver verwijderd van de HEER, want aan ons is het land in eigendom gegeven!” 16 Zeg daarom: “Dit … Lees verder

Ik zal je straffen.

Ezechiël 11:1-13 1 De geest tilde me weer op en bracht me naar de oostelijke poort van de tempel van de HEER. Daar zag ik vijfentwintig mannen staan, met in hun midden Jaäzanja, de zoon van Azzur, en Pelatja, de zoon van Benaja, twee leiders van het volk. 2 De HEER zei tegen mij: ‘Mensenkind, … Lees verder

Steek me dood

1 Samuël 31:1-13 1 Ondertussen leverden de Filistijnen slag met de Israëlieten. Het leger van Israël sloeg op de vlucht en velen sneuvelden in het Gilboagebergte. 2 De Filistijnen drongen tot bij Saul en zijn zonen door en doodden zijn drie zonen Jonatan, Abinadab en Malkisua. 3 Toen richtte de strijd zich in alle hevigheid … Lees verder

Samen delen.

1 Samuël 30:16-31 16 De Egyptenaar leidde David naar het kamp van de Amalekieten. Daar zaten ze, in groepjes verspreid, te eten en te drinken. Ze deden zich tegoed aan de rijke buit die ze in het land van de Filistijnen en in Juda hadden vergaard. 17 De volgende dag overviel David hen en bestookte … Lees verder

Te uitgeput

1 Samuël 30:1-15 1 Drie dagen later kwamen David en zijn mannen bij Siklag aan. Tijdens hun afwezigheid hadden de Amalekieten een plundertocht ondernomen in de Negev; ook Siklag hadden ze overvallen. Ze hadden de stad in de as gelegd 2 en de vrouwen, van jong tot oud, als gevangenen weggevoerd. Er was niemand gedood, … Lees verder

Een goede zaak

1 Samuël 29:1-11 1 De Filistijnen hadden zich verzameld in Afek; de Israëlieten lagen in de buurt van de bron bij Jizreël. 2 De Filistijnse stadsvorsten hielden troepenschouw. De manschappen trokken in afdelingen van honderd en duizend voorbij. In de achterste gelederen liepen David en zijn mannen met het leger van Achis mee. 3 ‘Wat … Lees verder

Omwille van u

Romeinen 11:25-36 25 Er is, broeders en zusters, een goddelijk geheim dat ik u niet wil onthouden, omdat ik wil voorkomen dat u op uw eigen inzicht afgaat. Een deel van Israël is onbuigzaam geworden, en dat blijft zo totdat de andere volken voltallig zijn toegetreden. 26 Dan zal heel Israël worden gered, zoals ook … Lees verder

Zodat ik geënt kon worden

Romeinen 11:13-24 13 En tegen u, afkomstig uit die andere volken, zeg ik: Het is waar dat ik een apostel voor de heidense volken ben, maar ik schat mijn taak juist dáárom zo hoog 14 omdat ik hoop afgunst bij mijn volksgenoten op te wekken en een deel van hen te redden. 15 Als God, … Lees verder