Selecteer een pagina

Johannes 7:14-24

14 Toen het feest al halverwege was, ging Jezus naar de tempel en hij gaf er onderricht. 15 De Joden waren verbaasd: ‘Hoe weet hij dat allemaal, terwijl hij geen opleiding heeft gehad?’ 16 Jezus zei: ‘Wat ik onderwijs heb ik niet van mijzelf, maar van hem die mij gezonden heeft. 17 Wie ernaar streeft te doen wat God wil, zal weten of mijn leer van God komt of dat ik namens mezelf spreek. 18 Wie namens zichzelf spreekt, is uit op zijn eigen eer, maar wie uit is op de eer van wie hem gezonden heeft is betrouwbaar; hij bedriegt niemand. 19 U hebt van Mozes toch de wet gekregen? Maar niemand houdt zich aan de wet. Waarom probeert u mij te doden?’ 20 ‘U bent bezeten!’ riepen de mensen. ‘Wie probeert u dan te doden?’ 21 Jezus antwoordde: ‘één ding heb ik gedaan, en u staat allemaal versteld. 22 Nu heeft Mozes u de besnijdenis gegeven-niet dat die van Mozes komt, ze komt van de aartsvaders-en u besnijdt ook op sabbat. 23 Als er op sabbat besneden wordt omdat anders de wet van Mozes wordt overtreden, waarom bent u dan kwaad wanneer ik op sabbat iemand helemaal gezond maak? 24  Ga in uw oordeel niet op de schijn af, maar laat uw oordeel rechtvaardig zijn.’ (NBV)

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Dat geldt dus ook voor Jezus van Nazareth leren we van de evangelist Johannes. Jezus ging immers in het geheim naar Jeruzalem, niet om daar groot opzien te baren en menigten om zich te verzamelen die hem zouden aanbidden maar omdat je op het Loofhuttenfeest nu eenmaal naar de Tempel gaat. Maar hij kan het niet laten, er moet onderwezen worden aan een volk dat dreigt de onderwijzing van Mozes ontnomen te worden. Want de Tempel in Jeruzalem is niet meer de plaats van ontmoeting. De plaats waar overeenkomstig de Godsdienst van Israël in samen delen en in het met elkaar maaltijd houden wordt geoefend. De Tempel in Jeruzalem is een plaats van religie, waar geofferd wordt, waar gehandeld wordt, waar Priesters worden geëerd en gehoorzaamd. De Tempel in Jeruzalem verschilt maar heel weinig meer van de Tempels van de goden van Grieken en Romeinen. De verbazing is groot, de zoon van een timmerman uit Galilea staat als leraar en onderwijzer in de Tempel van Jeruzalem, hoe is het mogelijk.

Galilea stond immers bekend als het land van de heidenen en timmermannen wisten wel het een en ander van de Schriften maar deze leraar had zeker geen opleiding tot Schriftgeleerde gehad. Het optreden van Jezus van Nazareth in de Tempel had de religieuze autoriteiten altijd al verbaasd. De evangelist Lucas vertelt het verhaal van de twaalf jarige Jezus die in de Tempel de mensen tot verbazing bracht. Nu is opnieuw de vraag waar hij toch die wijsheid vandaag haalt. En dan past Jezus van Nazareth een regel op zichzelf toe die hij ook op anderen toepast. Aan de vruchten kent men de boom. Is hier sprake van eigen eer of van de wil van God? Het gaat er dus niet om hoe vroom of hoe knap, of hoe Christelijk je spreekt maar wat de gevolgen zijn van hetgeen waartoe je oproept. En natuurlijk of je die mooie woorden ook zelf waar maakt. In de Tempel in Jeruzalem werd vanouds de onderwijzing van Mozes bewaard. De eerste vijf boeken van de Bijbel worden bij elkaar de leer van Mozes genoemd maar het hart er van zijn de tien Woorden. Die stonden op stenen gegraveerd die in een kist lagen, de ark heette die, en die vormde het hart van de Tempel. Die ark was al lang verdwenen in de dagen van Jezus van Nazareth maar de functie van de Tempel was dezelfde gebleven. Daar hoorde je van de leer van Mozes, zoals die in de woestijn aan het volk waren gegeven.

Die leer liet zich samenvatten in het “Heb uw naaste lief als uzelf”. En daar gaat het in de discussie dan ook over. Ritueel en dus religieus moesten jongens worden besneden, daar werd grote nadruk op gelegd, maar volgens de samenvatting van de onderwijzing van Mozes ging een zieke altijd voor. Kun je dan op de Sabbat, de religieuze rustdag, wel de besnijdenis doen en zou je dan niet mogen genezen? Ook wij lopen het gevaar religie te verwarren met de godsdienst van de God van Israël. Keurige pakken, strakke jurken, kleurige hoedjes en twee keer op zondag naar de kerk waar vrome psalmen en gezangen worden gezongen bepalen het beeld dat veel mensen hebben van het Christelijk geloof. Maar dat is een verkeerd beeld. Het Christelijk geloof vindt je in de hulp voor de zwakken de minsten in de wereld. In de voedselbanken, in de Fair Trade en wereldwinkels, bij Amnesty International en Sabeel, in de vredesbeweging en misschien ook wel in de Occupy beweging met zijn roep om een eerlijkere verdeling van de welvaart die we samen verdienen. Meedoen met de beweging van het Christelijk geloof mag elke dag opnieuw, niemand hoeft zich schuldig te voelen het te hebben verwaarloosd, iedereen die wil meedoen is welkom, de rest wordt je vergeven. Rechtvaardigheid staat ook vandaag weer voorop in die beweging.