Selecteer een pagina

Johannes 8:12-20

12 Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ 13 De Farizeeën wierpen tegen: ‘Uw getuigenis is niet betrouwbaar, want u getuigt over uzelf.’ 14 Maar Jezus ging verder: ‘Ook al getuig ik over mezelf, toch is mijn getuigenis betrouwbaar, omdat ik weet waar ik vandaan gekomen ben en waar ik naartoe ga. Maar u weet niet waar ik vandaan kom of waar ik naar toe ga. 15 U oordeelt met menselijke maatstaven, maar ik oordeel over niemand. 16 En wanneer ik toch een oordeel vel, is mijn oordeel betrouwbaar, omdat ik niet alleen ben, maar samen met de Vader die mij gezonden heeft. 17 In uw wet staat geschreven dat het getuigenis van twee mensen betrouwbaar is. 18 Wel, ik getuig over mezelf, en de Vader die mij gezonden heeft, getuigt over mij.’ 19 Toen vroegen ze: ‘Waar is uw vader dan?’ ‘U kent noch mij, noch mijn Vader, ‘antwoordde Jezus. ‘Als u mij zou kennen zou u mijn Vader ook kennen.’ 20 Dit zei hij in de schatkamer van de tempel, waar hij onderricht gaf. Niemand greep hem, want zijn tijd was nog niet gekomen. (NBV)

Tot in het hart van het religieuze leven is Jezus doorgedrongen vertelt het Evangelie van Johannes. In de Tempel zelf en daarvan in de Schatkamer. Daar waren vanouds de gouden en zilveren voorwerpen opgeslagen die veroverd waren door het volk of geschonken. Wat daar gebeurde is kostbaar lijkt het Evangelie ons te willen vertellen. Jezus voelt daar dat hij samen valt met de Godsdienst van Israel, met God zelf zoals een Vader met een Zoon. God is immers liefde en het centrale gebod is de naaste lief te hebben als zichzelf. Die houding geeft de antwoorden op levensvragen zoals gesteld werden bij de overspelige vrouw. Dat gericht zijn op de ander, zoals later Paulus aan de mensen in Corinthe zal schrijven, geeft de richting in het leven. Dat is de lamp voor je voet waar in de Psalmen over gezongen wordt.

Wat is daar nu van waar? Want je pretendeert nogal wat als je stelt dat je samenvalt met de Godsdienst, ja met God zelf. Je stelt nogal wat voor als je helemaal opgaat in je eigen idealen. Voor Jezus van Nazareth is het het leven met God. Hij komt van God en gaat naar God. Moeilijke filosofische begrippen zeggen dat hij in God is en God in hem. Vertaal God met Liefde en misschien begint het een beetje te dagen. Voor religieuze leiders is het maar een angstig avontuur. Stel dat alle gelovigen opgaan in God, onzelfzuchtig en zonder ophouden gericht zijn op de ander, in de liefde voor de naaste alle antwoorden zoeken die ze voor het leven nodig hebben. Dan zijn de leiders toch overbodig geworden. Dan zijn de leiders dienaren van de gemeente. Dan gaan ze niet meer voor maar staan te midden van de gelovigen en maken deel uit van het volk.

Hooguit zijn ze profeten die langs de kant staan en vertellen wanneer het volk de verkeerde kant uit dreigt te gaan. Mensen moeten echter zelf kiezen of ze willen omkeren en weer de weg van de Liefde willen gaan of door willen gaan op de weg van gemak, de weg van de andere goden, die van winst en profijt zoals we die vandaag de dag kennen. Jezus staat op die manier aan de kant. Niet om uit te maken wie goed of slecht is, maar wat gedaan dient te worden uit Liefde voor God en de naaste. Die Liefde is het meest kostbare bezit dus van onze Godsdienst. Later zal Paulus nog eens schrijven dat die Liefde van onszelf Tempels maakt waar je zuinig op moet zijn. Laten we deze dag daarom beginnen als Tempeldienaren, uitdelend de Liefde die we van Jezus hebben geleerd.