Selecteer een pagina

Ezechiël 39:17-29

17 ‘Mensenkind, toen de Israëlieten nog in hun land woonden, hebben ze dat door hun daden onrein gemaakt; ik zag hoe hun daden even onrein waren als een vrouw die ongesteld is. 18 Dus stortte ik mijn toorn over hen uit, vanwege al het bloed dat ze op het land hadden uitgestort, en vanwege de afgoden waarmee ze het hadden verontreinigd. 19 Ik verdreef hen naar vreemde volken en ze raakten verstrooid in verre landen; ik strafte hen zoals ze verdienden. 20 Bij de volken waar ze kwamen werd mijn heilige naam ontwijd doordat men van hen zei: “Dit is nu het volk van de HEER, uit zijn land is het verbannen.” 21 Het deed mij verdriet dat mijn heilige naam zo door het volk van Israël ontwijd werd, bij alle volken waar het kwam. 22 Zeg daarom tegen het volk van Israël: “Dit zegt God, de HEER: Ik zal ingrijpen, volk van Israël-niet omwille van jou, maar omwille van mijn heilige naam, die je hebt ontwijd bij de volken waar je gekomen bent! 23 Ik zal mijn grote naam, die door jullie bij die volken is ontwijd, weer aanzien verschaffen. Die volken zullen beseffen dat ik de HEER ben-spreekt God, de HEER. Ik zal ze laten zien dat ik heilig ben; 24 ik leid jullie weg bij die volken, ik breng jullie bijeen uit die landen en laat je naar je eigen land terugkeren. 25 Ik zal zuiver water over jullie uitgieten om jullie te reinigen van alles wat onrein is, van al jullie afgoden. 26 Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. 27 Ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen. 28 Jullie zullen in het land wonen dat ik aan je voorouders gegeven heb, jullie zullen mijn volk zijn en ik zal jullie God zijn. 29 Ik zal jullie redden van alles wat je onrein maakt, ik zal het koren bevelen overvloedig te groeien en nooit meer een hongersnood op jullie afsturen. (NBV)

Ezechiël is bij uitstek de profeet van de hoop. Bijna zou je zeggen dat hij zijn volk dat in ballingschap leeft de hoop als gebod geeft. Want dat volk heeft niet alleen alle strijd met de wereldmachten verloren, de goden die ze na hadden gelopen hadden verloren en ze hadden de God van Israël in de steek gelaten, in de landen waarheen ze als ballingen waren gevoerd had men ze uitgelachen. Die rare God van Israël, die God die wel een Tempel maar geen beeld had, die God was niks waard gebleken en die lui uit Israël die zich opnieuw verdiepten in de leer van Mozes en de verhalen over de God die hun voorouders uit het slavenhuis van Egypte had geleid waren belachelijk.

Die minachting door de overwinnaars van de God van Israël en het volk dat die God had aanbeden brengt volgens Ezechiël die God er toe opnieuw het tot slaven gemaakte volk te bevrijden, nu uit de ballingschap. “Hoe is het mogelijk” zullen de volken zeggen. Het is die God die een verbond had gesloten met dat volk, heb uw naaste lief als uzelf, heb God daarmee lief boven alles en die God zal voor zijn volk zorgen en voor zijn volk zorgen. Daar kan het volk al in de ballingschap mee beginnen. Er ligt een nieuw hart en een nieuwe Geest voor ze klaar waarmee ze voor elkaar kunnen zorgen maar ook voor de mensen met wie ze zijn gaan samenleven. Ze hebben de oude verhalen van Israël weer bijeen gebracht en kunnen de leer van Mozes in de praktijk brengen.

En is alles dan goed op aarde? Ezechiël vertelt ze dat God beloofd heeft nooit meer een hongersnood op hen af te sturen. Hij had hiervoor al verteld over Koning Gog, de Koning van Magog, die met vele bondgenoten een verbond had gesloten die hem tot een wereldleider zou hebben gemaakt. Voor dat soort leiders, voor dat soort volken, zal Israël uiteindelijk bewaard worden. Als ze zich maar houden aan de leer van Mozes. En dat blijkt voor dat volk, en voor ons ook het aller moeilijkste te zijn wat er is. Zorgen voor de minsten, de zwaksten? Elkaar beschermen tegen een virus dat rondwaard? De vreemdelingen behandelen alsof ze tot ons eigen volk horen? Vluchtelingen voor geweld en onderdrukking, voor honger en ellende in ons midden opnemen? We kunnen er vandaag mee beginnen, ook voor ons liggen dat hart en die Geest klaar. Elke dat mogen we er weer mee beginnen, aan de slag dus.