Selecteer een pagina

Johannes 5:41-47

41 Niet dat de mensen mij moeten eren, 42 maar ik ken u: u hebt geen liefde voor God in u. 43 Ik ben gekomen namens mijn Vader, maar u accepteert mij niet, terwijl u iemand die namens zichzelf komt, wel zou accepteren. 44 Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen? Van elkaar wilt u wel eer ontvangen, maar u zoekt niet de eer die de enige God u kan geven. 45 U moet niet denken dat ik u bij de Vader zal aanklagen; Mozes, op wie u uw hoop hebt gevestigd, klaagt u aan. 46 Als u Mozes zou geloven, zou u ook mij geloven, hij heeft immers over mij geschreven. 47 Maar als u niet gelooft wat hij geschreven heeft, hoe zou u dan geloven wat ik zeg?’ (NBV)

Jezus verbiedt vaak de mensen te vertellen wat hij heeft gedaan om ze weer een plek in de samenleving te geven. Hoe kan heet dat blinden zien en lammen lopen. Hoe kan het dat melaatsen door de priesters genezen worden verklaard. Telkens weer wordt Jezus uitgedaagd om te laten zien namens wie hij dat doet. Want er zit een tegenstrijdigheid in het verhaal van Jezus. Iemand die aan de lopende band zieken kan genezen door een hand oplegging hoort op een podium met een trillend hammondorgel op de achtergrond, of met een blauwe jurk aan zodat zelfs het water waarover ze haar hand uitstrekt genezend gaat werken. Mensen die op zulke manier mensen genezen horen een grote bekendheid en beroemdheid te krijgen. Zij doen immers de de wonderen die Jezus ook deed.

Is dat het werk dat Jezus van Nazareth doet? De Evangelist Johannes spreekt niet over wonderen maar over tekenen. En die tekenen staan voor de betrokkenheid van Jezus van Nazareth bij de minsten in de samenleving, de zieken en gehandicapten, maar ook voor de mensen die buiten de samenleving zijn geplaatst, de mensen waarvan we er minder in ons midden zouden willen hebben, de hoeren en de tollenaars, sommigen zouden in onze dagen zeggen de Marokkanen. Daar is Jezus van Nazareth bij uitstek te vinden. Dan is er de God van Israël, die God heeft het volk Israël eerst uit de slavernij van Egypte bevrijdt en later uit de ballingschap weer thuis gebracht.

Te zien is dat Jezus van Nazareth ook de mensen bevrijdt van de slavernij van gewoonte en traditie, niet meer het “hoort zo” staat centraal maar de liefde zoals de God van Israël die heeft voorgeschreven. Als laatste mag je ook de woorden van de profeten nog eens nalezen, profeten die het volk oproepen recht en gerechtigheid te betrachten, mensen tot hun recht te laten komen, niemand uit te sluiten en te zorgen voor de zwaksten. Iedere keer zul je zeggen, ja dat doet Jezus ook, daartoe roept hij ons ook op. Maar als Jezus een mens is die onder ons heeft gewoond dan kunnen wij dat dus ook, dan kunnen wij ook opstaan tegen de samenleving van dood, dan kunnen wij ook mensen bevrijden van uitsluiting en uitbuiting. Elke dag opnieuw mogen we daarmee bezig zijn. Het gaat Jezus om die boodschap, daarbij zet je jezelf niet centraal, en ook God en Jezus van Nazareth niet maar de mens die lijdt. Werk voor ons. Ook vandaag.